I
Leon had nooit kunnen voorzien dat hij ooit nog een stap zou zetten in zijn voormalige geboorteplaats Lieden. De kleine stad die hij op zijn eenentwintigste verliet en nog steeds beschouwt als een benauwde provinciestad. Geen moment was de gedachte bij hem opgekomen dat zijn toekomst daar zou liggen.
En toch staat hij hier samen met zijn vrouw Frederique in de hal van wat mogelijk zijn nieuwe woning gaat worden en luistert naar de aanbevelingsverhalen van een jonge makelaar. De meeste makelaars vindt hij maar sukkels. Ze missen van nature een moreel kompas, waardoor ze zonder enig schuldgevoel de wereld mooier doen voorkomen dan die in werkelijkheid is. Frederique is het met hem eens, maar vindt dat Leon over dit soort types ook bij zichzelf te rade moet gaan. Hij beaamt deze analyse, maar waarschuwde haar meermalen voor naïviteit, omdat makelaars leren van iedere voorgaande verkoop, zodat hun arsenaal trucs en praatjes almaar groter wordt. Ze zijn in staat om je dingen te laten waarnemen die eenvoudigweg niet bestaan. Gewoon waar je bij staat. Voor de koper een machteloze aangelegenheid. Dat weet Leon maar al te goed en hij heeft er rekening mee gehouden. Hij heeft zich goed laten informeren over de voor hem essentiële zaken van het huis, zoals locatie, fundering en onderhoud, zodat hij deze punten tijdens een onderhandeling niet uit het oog verliest.
De beslissing om terug te gaan naar Lieden was pittig en dit gevonden huis moest de basis worden van een nieuw gelukkig bestaan, maar dat wil voor Leon niet zeggen dat hij alles maar voor lief neemt. In zijn voormalige werk als strateeg in de sportmarketing waren de details bij een verkoop doorslaggevend en vaak het onderwerp van eindeloze discussies. Daar lag zijn focus. Wat is het unique selling point van dit product? Hoe worden de dingen aangeprezen, zodat een potentiële koper er niet omheen kan? En vooral: hoe verbloemen we zwakheden en gebreken? Die werden dan nauwgezet in kaart gebracht om er vervolgens harde onderhandelingstechnieken op los te laten. Op deze manier worden nog altijd talloze mensen aan eindeloos veel producten of diensten geholpen, waar ze eigenlijk niets aan hebben. Een niet te stoppen proces. Je moet het herkennen en ermee om leren gaan. Dat geldt zeker bij de aankoop van een huis. En omdat Leon en zijn vrouw zich op dit moment niet de luxe kunnen permitteren om rustig naar andere woningen te kijken, de verhuizing van Rotterdam naar deze gemeente aan de grens met Duitsland was al stressvol genoeg, zal Leon al zijn onderhandeling skills moeten gebruiken om dit spel tot een goed einde te brengen.
De makelaar voldoet echter niet helemaal aan het plaatje. Hij is oprecht vriendelijk en het heeft er zelfs alle schijn van dat hij zich niet zo goed heeft voorbereid, alsof het hem eigenlijk niet veel kan schelen. Zijn verhaal is wat chaotisch en een gelikte folder ontbreekt. De makelaar wil iets over de entreehal vertellen, maar Leon en Frederique geven hem geen kans en lopen direct door naar de woonkamer. Hij volgt hen gedwee. Hier gaan ze hun eigen weg en Frederique kijkt vluchtig door het voorkamerraam naar buiten om te zien of hun zoons, zoals geïnstrueerd, nog staan te wachten bij een van de auto’s waarmee ze gekomen zijn.
Het is de tweede bezichtiging van dit huis hier en Leon en Frederique willen vandaag knopen doorhakken Daarbij zijn twee door het huis rennende stoorzenders niet gewenst. Vooral Eddy, de oudste van vijftien, doet weliswaar alsof hij de afspraken met zijn ouders serieus neemt, maar kan binnen luttele minuten zijn vier jaar jongere broer Giel dusdanig opjutten dat er direct chaos ontstaat. Om die reden heeft Frederique besloten dat beide jongens buiten moeten wachten.
Het huis is gelegen aan een klein, met bomen omzoomd woonerf, dicht tegen de rand van de stad. Op het woonerf staan nog vijf andere huizen. Op straat zijn geen andere auto’s te zien. De makelaar vertelt dat er overdag nauwelijks auto’s te bekennen zijn in dit kleine stadsplantsoen en wijst Leon en Frederique op de unieke lichtinval van de ruime woonkeuken. Leon is inmiddels doorgelopen naar de terrasdeuren, opent deze en loopt de tuin in. Het is inderdaad een groot zonovergoten stenen terras met authentieke tegels op een verhoging, gelegen op het zuiden. Met aan het einde ervan een houten trap die naar een breed gazon leidt. Hier en daar onderbroken door een paar eiken- en beukenbomen.
‘Deze tuin is echt waanzinnig,’ zegt Frederique enthousiast als ze naast Leon komt staan en ze zet haar handen in haar zij. ‘Veel mooier dan op de foto’s.’
‘Ja, en kijk dat groepje wilgen bij het water, daar kunnen de boys straks een zwaaitouw maken en ze kunnen lekker zwemmen in het riviertje,’ zegt Leon.
Hand in hand lopen ze verder en kijken gelukzalig om zich heen. De makelaar volgt hen als een bleke schaduw en begint weer ongevraagd informatie te verstekken over de indeling van de tuin en het handige opbergschuurtje. Leon, liefdevol gadegeslagen door zijn vrouw, glimlacht en onderbreekt zijn verhaal.
‘Wie waren de vorige bewoners ook alweer?’
‘Bewoner,’ corrigeert de makelaar, die zichtbaar blij is met de vraag. ‘Dat was de oude meneer Veldhuis. Die heeft hier tot vorig jaar gewoond. Ruim vijftig jaar, als ik me niet vergis. Wilt u nog binnenkijken?’
‘En die is naar een verzorgingstehuis gegaan, begreep ik,’ zegt Leon.
‘Waar hij inmiddels is overleden.’
‘Ach, wat sneu,’ zegt Frederique.
‘Ja, het is ook erg snel gegaan, want de familie van meneer Veldhuis wilde het huis eerst opknappen voor eventuele verhuur, maar toen was hij al vertrokken.’ Hij kijkt er wat geforceerd treurig bij, alsof het hem allemaal diep heeft geraakt. Met zijn gebogen hoofd checkt hij ondertussen de tekst van zijn makelaarspapieren, die hij op een klipbord heeft vastgeklikt. Leon kan het niet nalaten om even mee te kijken. Tot zijn verbazing ziet hij geen standaard huizenfolder. Eerder een moodboard met wat trefwoorden en plaatjes die zo uit een woonprogramma lijken te komen.
‘Mag ik dat even zien?’ vraagt hij, maar de makelaar drukt het klipbord snel tegen de borst. Leon stelt half grappend dat hij als potentiële koper recht heeft om de verkoopfolder in te zien. Enigszins geschrokken zegt de makelaar dat het zijn eigen aantekeningen zijn, ter voorbereiding op deze ontmoeting.
‘Dan mag ik het toch wel zien,’ houdt Leon vol.
‘Nou zeg, Leon. Doe niet zo kinderachtig,’ reageert Frederique, die hem naar achteren trekt en Leon buigt mee.
‘Even naar de keuken kijken?’ stottert de makelaar, terwijl hij ziet hoe Frederique Leon lachend een por geeft.
In de keuken laten ze de man zijn verhaal doen. Hij vertelt over het originele granieten keukenblad, dat natuurlijk aan vervanging toe is; de Oudhollandse keukenkastjes, waar tegenwoordig mooie oplossingen voor zijn, net als voor de afzuigkap die je sowieso niet meer nodig hebt. Leon, die de oude meuk eigenlijk best gezellig vindt, gaat nergens op in en vraagt geïnteresseerd of er goede keuken- en sanitairwinkels in de stad te vinden zijn. Hier slaat de makelaar enthousiast op aan en vertelt dat de twee grootste bedrijven op het gebied van keukens en badkamers Kitchen-Sale en Badmeester heten en dat die allebei te vinden zijn op het nieuwe industriepark West.
‘U komt toch oorspronkelijk uit Lieden?’ vraagt hij.
‘Dat klopt, geboren en getogen,’ antwoordt Leon, ‘maar wel in een heel ander deel van de stad.’
‘Nou, dan weet u vast dat deze bedrijven zich sinds de komst van Horizon.com hebben aangesloten bij deze multinational en dat u alles online kunt bestellen.’
‘Nee, dat is me ontschoten. Frederique wist jij dat? Jij weet dit soort dingen.’
Frederique schudt haar hoofd en loopt weer richting het woonkamerraam om te controleren of haar jongens nog buiten staan.
‘Is dat belangrijk dan?’ vraagt ze even later.
‘Nee, wel voordelig. Zeker voor nieuwe kopers.’
Hier wil Leon alles over weten en op zijn vraag waarom juist zij kunnen profiteren, antwoordt de makelaar dat Horizon.com een enorm groot distributiecentrum heeft gebouwd ter hoogte van de snelweg en dat alle bewoners van Lieden er hun spullen kunnen bestellen, met hoge kortingen. ‘Je kunt het zo gek niet bedenken of deze Amerikaanse online gigant heeft het in huis,’ zegt de makelaar enthousiast.
Leon heeft wel van Horizon gehoord en dat het wereldwijd een succesformule is, maar dat uitgerekend de bewoners van deze stad extra voordeel krijgen, is nieuw voor hem. Zijn vraag om de makelaar een beetje af te leiden lukt. Terwijl deze de voordeelconstructies van de online winkel opnoemt, vergeet hij een moment zijn klipbord, dat hij op het aanrecht heeft gelegd. Leon pakt brutaal de aantekeningen en begint te bladeren.
‘Dat is niet de bedoeling,’ zegt de makelaar en hij probeert zijn klipbord terug te krijgen.
Leon wendt zich van hem af en leest verder.
‘Dus je weet eigenlijk alles al over ons?’ vraagt hij en hij leest een paar aantekeningen voor. Als hij nog wat blaadjes omslaat ziet Leon twee geprinte pagina’s met foto’s van hem en Frederique, afkomstig van sociale media. Frederique, die het duw- en trekwerk van haar man gênant vindt, probeert tussenbeiden te komen. Leon maakt een schijnbeweging en houdt het klipbord nu omhoog naar Frederique. Met de foto’s duidelijk zichtbaar.
‘Kijk, schat,’ zegt hij, ‘dit is toch op zijn minst vreemd. We worden gewoon in de gaten gehouden. Ze weten alles van ons.’
‘Welnee,’ reageert Frederique, ‘dat is toch hoe die dingen tegenwoordig gaan. Als je informatie goed wilt ordenen, kun je gewoon de plaatjes van het internet halen.’
‘Precies,’ roept de makelaar, die weer een verwoede poging doet om zijn klipbord te bemachtigen.
Leon biedt nog even verzet, maar besluit dan om zijn getreiter te staken en geeft de man zijn materiaal terug.
‘Ik zal open kaart met u spelen,’ zegt de makelaar. ‘Het is inderdaad zo dat onze makelaardij gebruikmaakt van data via sociale media. Wij wisten van uw komst naar Lieden en dat u interesse heeft in dit object. Op die manier hebben wij ons kunnen voorbereiden op uw komst en hebben wij een aantal dingen gehighlight voor u en uw gezin. Dat we daarbij inderdaad gebruikmaken van bijvoorbeeld influencers is tegenwoordig normaal en het is absoluut niet de bedoeling dat we hiermee uw privacy schenden.’
‘Toch vind ik het opmerkelijk,’ mompelt Leon.
‘Onze makelaardij is niet rechtstreeks verbonden met Horizon,’ vertelt de makelaar. ‘Ze zijn geen eigenaar van ons. We maken slechts gebruik van hun marketing- en distributiekanalen. Vraag straks maar aan uw buren wat voor voordelen dat oplevert. Niet alleen in de keuken en de badkamer, ook de elektrische voorzieningen, beveiliging, spullen voor in de tuin en allerlei andere zaken, die met het huis te maken hebben. Op onze site kunt u de hoge ratings en de reviews op uw gemak nalezen en als u iets onduidelijks vindt, laat het ons dan gerust weten.’
De makelaar wordt nu gebeld, meldt dat hij snel naar een volgende afspraak moet. Als ze de deur netjes dichtdoen mogen Leon en Frederique nog rondkijken. Leon verzekert hem dat met deze laatste bezichtiging de verkoop snel rond zal komen.Bovenkant formulier Onderkant formulier
Als de makelaar is verdwenen roept Frederique haar jongens naar binnen.
‘Eindelijk!’ roept Eddy wat brutaal en hij rent langs zijn moeder het huis in. Gevolgd door zijn broer, die beseft dat er kamers te verdelen zijn en geen zin heeft om door zijn oudere broer te worden afgetroefd.
‘Is er al wifi?’ roept Giel even later vanaf de bovenste verdieping.
‘Nee eikel, we hebben het huis nog niet eens gekocht,’ roept zijn broer terug.
Leon wil reageren op het kabaal, maar houdt zich in. Hij loopt opnieuw naar de tuin achter het huis. Daar zit Frederique in een oude rotan tuinstoel, nog steeds gehuld in een bloemetjesbroek en een te groot vest. Leon kijkt naar haar en voelt de verleiding om haar te omhelzen en een kus op haar lippen te drukken. ‘Waar je op valt, daar val je uiteindelijk over,’ had een goede vriend hem ooit eens gezegd, maar over haar onafhankelijkheid zou hij nooit kunnen vallen.
‘Is het al tijd voor champagne?’ vraagt hij als hij naast haar gaat zitten.
‘Nou, wat mij betreft wel.’ Frederique had een paar dagen geleden al te kennen gegeven dat ze het huis graag wilde hebben. Leon en zij waren blij dat ze de knoop hebben doorgehakt; dat ze Rotterdam achter zich konden laten en dat de jongens het zagen zitten om naar een kleinere gemeente te verhuizen. Frederique kijkt Leon liefdevol aan, maar wordt dan afgeleid door een piepje van haar telefoon. Ze kijkt snel naar het bericht, glimlacht om iets en zegt dan: ‘Jij stapt straks lekker in de auto en gaat op je gemak alles regelen in Rotterdam. Ik zorg dat ik hier een begin kan maken en wat mensen te spreken krijg.’
Leon wandelt met zijn handen in zijn zakken naar de wilgen aan de waterkant, zijn ogen gericht op de leegte van de weilanden die zich eindeloos uitstrekken. Het hele proces was een wervelwind geweest: het besluit om te vertrekken hadden ze aan het begin van dit jaar genomen, en nu, na een korte zomervakantie, is hij terug in zijn geboortestad. Aan de vooravond van de aankoop van dit prachtige huis, omringd door de gelukkige gezichten van zijn vrouw en kinderen, dringt het tot hem door dat ze de juiste keuze hebben gemaakt.
2
Leon draait de verbindingsweg op. Middels het gaspedaal onder zijn voet geeft hij zijn Maserati Quattroporte de sporen en zet daarbij zijn dashcamera aan, een belofte aan zijn zoons. Na een kleine twintig minuten van ongeremde snelheid, keert hij terug naar de voorgeschreven limiet. Hoelang zou hij nog kunnen vasthouden aan zijn geliefde Maserati? Met de overwaarde van hun huis in Kralingen en de winst van zijn appartement in het stadscentrum konden ze een fraaie woning in de provincie aanschaffen, maar dan was het spaargeld wel op.
Sinds zijn vorige betrekking waren de tijden veranderd. Leon, hoe welgesteld hij ook was, kon niet ontsnappen aan de ijzige omhelzing van de economische crisis. In zijn bedrijfstak, waar het normaal was om van de ene naar de andere functie te hoppen, leek zijn plotselinge carrièredip haast onvoorstelbaar. Lag het aan zijn arbeidsethos of zijn omgang met anderen? Zijn directe manier van werken, die hem altijd voordelen had opgeleverd, werd opeens in twijfel getrokken. Maar waarom? Hij was toch degene die uit ogenschijnlijk verloren onderhandelingen nog een vonk van hoop wist te ontsteken, die overeenkomsten wist binnen te halen en winst wist te maximaliseren, zelfs als dat ten koste ging van vriendschappelijke verhoudingen. Zijn aanpak, ooit een zegen, werd een last in tijden van crisis. Hij nam te veel risico en werd daardoor zelfs door zijn directe collega’s met argwaan bejegend.
Terwijl deze gedachten door zijn hoofd schieten drukt Leon het gaspedaal weer flink in en werpt een blik op zijn snelheidsmeter. Honderdvijfentachtig kilometer per uur, op de ring rond Rotterdam. Hij laat zijn rechtervoet weer zakken en schuift naar de meest rechterbaan. Hij hoeft niet langs hun voormalige huis.
Even denkt hij aan Frederique, die voor haar nieuwe baan bij de krant gaat proefdraaien en samen met de jongens nog een paar dagen vakantie heeft om Lieden te verkennen. In zijn binnenspiegel kijkt Leon tevreden naar zijn eigen glimlach. Hij zal deze korte tijd moeten benutten om Rotterdam definitief af te sluiten.
In de werkkamer staat nog altijd een imposante stapel verhuisdozen. Het gros van deze dozen zal hij linea recta richting het grofvuil sturen. Niettemin is hij terughoudend om bruikbaar materiaal te verspillen. Een doos met archiefmateriaal van werkaccounts ontmaskert hij meteen als overbodig en verplaatst hij naar de gang. Nog een doos, gevuld met ordners, kan ook zonder spijt de deur uit. Wanneer hij de volgende verhuisdoos opent, ontdekt hij tussen enkele vage souvenirs een reeks onderscheidingen uit zijn marketingverleden.
De marketingcommunicatie wereld staat bekend om zijn overvloed aan waarderingsbeeldjes en totempaaltjes. De herkomst van de meeste van deze accolades kan Leon zich nauwelijks nog voor de geest te halen. Hij grijpt een beeldje dat de vorm heeft van een dartbord en leest het onderschrift: 'Winnaar targetgerichte communicatie’ in de categorie ‘sport convenience goods 2010’. Writer’s award, categorie mediastrategie,' is het onderschrift. Leon weet nog dat hij deze award nooit persoonlijk heeft ontvangen, maar hij herinnert zich wel de avond in het Concertgebouw in Amsterdam.
Leon had afgesproken met het managementteam van zijn bedrijf UGH om voorafgaand aan de award uitreiking gezamenlijk te dineren. De zaken liepen dat jaar voorspoedig en op aanraden van de grote baas had de officemanager gereserveerd bij een sterrenrestaurant in het centrum. Naast de talrijke nieuwe accounts die het kantoor dat jaar binnenhaalde, waren er ook successen te vieren op het gebied van waardering. Na de afsluiting van het jaar stroomden de uitnodigingen voor festiviteiten met vakgenoten en prijsuitreikingen binnen, waaronder de jaarlijkse adverteerdersprijzen. Voor Leon en zijn collega's in het MT mochten de meeste van dit soort avonden dan slechts kappers-voor-kappers-bekroningen zijn, maar deze vak prijs was waar het echt om draaide, en betekende bovendien meer inkomen voor het komende boekjaar.
Een taxi zette hem af voor de ingang van het restaurant aan de Vossiustraat, vlak bij het Vondelpark. Leon die doorgaans fashionably late was, had er ditmaal voor gekozen om vroeg uit het hotel te vertrekken. Te vroeg, zo bleek, want het restaurant was nog niet eens geopend. Bij uitreikingen was het gebruikelijk, en zelfs noodzakelijk, om vooraf goed te eten en te drinken. Helaas betekende dit dat je al om half zes aan tafel moest zitten. Het sterrenrestaurant was niet gewend aan deze absurd vroege tijden, maar wilde wel een uitzondering maken.
Hij checkte nogmaals zijn horloge en constateerde dat het één minuut over vijf was. In de etalageruit van een winkel naast het etablissement zag hij zijn spiegelbeeld. Hij glimlachte naar zichzelf en besefte dat hij er in zijn veel te oude regenjas sjofel uitzag, zeker in combinatie met zijn ongeschoren gezicht. Desondanks had hij de jas meegenomen en opmerkingen over zijn voorkomen waren hem niet vreemd. Hij belde vastberaden aan bij de voordeur van het restaurant. Een keurig geklede heer in driedelig pak ontgrendelde de deur pas, nadat Leon herhaaldelijk op de bel had gedrukt. Over zijn bril heen keek hij Leon argwanend aan en vroeg: ‘Waar kan ik u mee van dienst zijn, beste man? Wij zijn nog niet-’
‘Dit is een pizzarestaurant, toch?’ onderbrak Leon hem net iets te hard.
‘Meneer, dit-’
‘Voor pizza, toch, meneer, ik wil graag bestellen.’
Toen een halfuur later de groepstaxi met drie collega’s van het kantoor arriveerde, zagen ze hoe Leon met de nette gerant van het sterrenrestaurant aan het worstelen was. Leon incasseerde nog een stevige duw van de man toen zijn collega Paul opmerkte: ‘Je bent er vroeg bij Leon. Hoe dat zo?’
Snel herstelde Leon zich in de situatie en zei droog: ‘Ik heb gereserveerd, maar hij gelooft me niet.’
Eenmaal aan tafel, wilde Theo Heinen, de baas van het kantoor, Leon onder vier ogen spreken. Leon was verbaasd en vroeg hem waarom het niet aan tafel kon, er waren tenslotte geen buitenstaanders bij. Theo liep echter al richting de toiletten en verwachtte dat Leon hem zou volgen. In het herentoilet stonden ze even later naast elkaar. Theo deelde hem mee dat de prijs waarvoor het kantoor was genomineerd door hemzelf zou worden opgehaald. Als CEO van de firma, zeg maar. Dat stond goed tegenover hun klanten, vond hij, hoewel hij ook wel snapte dat met name Leon het meeste werk had verzet.
‘En daar kom je nu mee,’ zei Leon. ‘Dat had je toch kunnen zeggen zodra je wist dat we gewonnen hadden?’
‘Ik was bang dat je anders niet zou gaan.’
‘Dat was zeker het geval geweest, ja.’
‘Niet getreurd, de credits zijn sowieso voor jou.’
Leon had gepikeerd zijn broek dichtgeritst en was weggelopen. Hij was wars van dingen ‘voor de bühne’, maar in dit geval wist hij dat hij op moest passen. Al eerder had een collega in vertrouwen gezegd dat het bedrijf, door het succes, in ander vaarwater terecht was gekomen en dat de boot flink was gaan schommelen. Hij wist dat je beter aan boord kon blijven in deze tijd van economische crisis, dan je demonstratief bij de reddingssloepen op te stellen. Leons plan was om het tijdens het diner al flink op een zuipen te zetten en later op de avond op een ludieke manier wraak te nemen.
Niemand wist na afloop wie nou die gouden vulpen mee naar huis had genomen en de meesten hielden het erop dat een jonge hond ermee aan de haal was gegaan, want dat gebeurde wel vaker.
Met de award in zijn handen kijkt Leon uit het raam van zijn appartement. Na die prijsuitreiking had hij het nog een jaar volgehouden bij het kantoor, maar de weg naar de uitgang bleek toen al ingezet. Zijn plannen werden door de wereldwijde kredietcrisis vakkundig om zeep geholpen. Hij was er bovendien van overtuigd dat zijn baas geen enkele aanbeveling bij andere kantoren had achtergelaten. Iets dat tegenwoordig via sociale media makkelijk te controleren was, maar in die tijd wist je het eenvoudigweg niet. Schouderophalend gooit hij de prijs terug in de doos en zet deze bij de stapel die meegaat naar Lieden.
In een volgende doos vindt hij twee laptops en een aantal doosjes met genummerde USB-sticks. Destijds had het kantoor als regel dat medewerkers weinig tot niets mochten achterlaten op eigen computers. Klantgevoelige zaken moesten direct naar een mainframe worden gezonden en eventuele presentaties moesten op USB’s worden bewaard. Het was niet de bedoeling dat je die in privébezit had, maar blijkbaar hadden ze er, in zijn geval, nooit meer naar gevraagd. De nummers op de sticks correspondeerden met klant- en opdrachtnummers, die op een paar A4’tjes overzichtelijk waren genoteerd.
Leon herkent de presentaties van een tiental jaar geleden. Weinig opvallends behalve de naam Revere Online. Een Amerikaans dotcom-bedrijf dat zich had gespecialiseerd in het attenderen van consumenten op de beste online sportaanbiedingen. Super digitaal voor die tijd. Leon had de naam voor het bedrijf altijd intrigerend gevonden, vernoemd naar Paul Revere, de zilversmid die volgens de legende in 1775 de onafhankelijkheidsstrijders waarschuwde voor een invasie van Britse troepen. Mede door hem konden de revolutionairen de Britse overheersers tegenhouden en zodoende de Amerikaanse onafhankelijkheid uitroepen. Met name de link naar het alarmbelletje was bijzonder vernuftig, want dat wees iedere potentiële koper, via computer of telefoon, erop dat er weer een goede deal te scoren was. Leon, die een neus had voor dit soort kleine tech-bedrijven, vond dat zijn kantoor snel zaken met Revere moest doen, maar zijn eigen managementteam dacht daar anders over. Leon kreeg gelijk. Revere werd na een eerste poging om de Europese markt te bestormen voor een gigantisch bedrag overgenomen door Horizon. Bij gemiste kansen door hun bedrijf refereerde Leon later graag aan het feit dat ze Horizon, de grootste online winkel ter wereld, daarmee hadden misgelopen.
Als hij de verhuisdoos met laptops naar voren schuift, klinkt de deurbel. Hoewel hij zich vlak bij de voordeur bevindt en deze snel opent, treft hij niemand aan. Hij werpt een blik in het trappenhuis; geen sterveling te bekennen. Een gevoel van ongemak steekt de kop op. Het is wellicht zijn eigen gemoed dat in tijden van stress soms beelden en geluiden oproept die er eigenlijk niet zijn. Het doet hem denken aan een belangrijke vergadering waarin hij ervan overtuigd was dat de CFO van hun toenmalige klant, die hij steevast beschouwde als een opponent, had gevraagd naar de hoge kosten van hun campagne. Geïrriteerd was Leon opgesprongen en hij had de man uitgedaagd om zijn frontale aanval op hun campagne te onderbouwen. Maar de CFO had niet geantwoord en iedereen aan de vergadertafel had Leon met verbazing aangestaard. Hij had de stilte opgevat als een bevestiging van zijn gelijk, maar uiteindelijk vroeg iemand of hij weer wilde gaan zitten. Naderhand bleek niemand iets gehoord te hebben en op de parkeerplaats, hadden zijn collega's er hard om moeten lachen.
Hij sluit de deur. Als hij alle dozen heeft gesorteerd en een afspraak heeft gemaakt met een ophaaldienst, twijfelt hij of hij Frederique zal bellen. Een eenvoudig berichtje, waaraan ze thuis kunnen afleiden dat hij uitgeput is van de verhuisactiviteiten, lijkt hem het beste.
3
In hun nieuwe huis in Lieden zet Leon een van de laatste verhuisdozen in de gang en pakt een handdoek uit een wasmand om het zweet uit zijn nek te vegen. Frederique en de jongens hadden zich een aantal dagen vermaakt in het hotel net buiten de stad en waren vol energie teruggekeerd nadat Leon al een paar dagen had geklust in het huis.
Op de bovenste verdieping klinkt jongensgeschreeuw en even later komt Giel wild de trap af gerent. De laatste vijf treden worden in één keer genomen en in die vallende sprong weet hij zijn vader maar net te ontwijken. Leon wil hem nog waarschuwen, maar ziet dat het allemaal goed afloopt, als de jongen doorrent naar de keuken. Wat is die al gegroeid, denkt Leon en krast hem in het voorbijgaan met een gebalde vuist over zijn rossige kop. Roepend vraagt hij nog hoe zijn kamer eruitziet, maar zijn zoon geeft geen antwoord en verdwijnt richting de tuin. Leon kijkt er tevreden naar.
De zomervakantie nadert haar einde en binnenkort zullen de jongens naar hun nieuwe scholen gaan. Tot Leons verrassing maakt hij zich minder zorgen over Eddy dan over Giel. Hoewel Eddy naar een nieuwe middelbare school gaat, lijkt de overgang van de ene brugklas naar de andere niet al te ingrijpend, zeker gezien het feit dat hij in Rotterdam nooit echt veel vrienden had gemaakt. Giel daarentegen moet zijn vertrouwde groep zeven, waarin veel van zijn Kralingse buurtgenootjes zaten, verruilen voor de hoogste groep van een nieuwe basisschool. Als nieuwkomer in het laatste schooljaar van een doorgaans hechte klas zou het voor hem weleens lastiger kunnen zijn. Leon bewondert het aanpassingsvermogen van zijn zoons. Ze lijken niet openlijk te rebelleren tegen de verhuizing. Hij herinnert zich hoe hijzelf, toen hij de leeftijd van Eddy had, niets liever wilde dan ontsnappen: wegrennen van zijn benauwende gezin, zijn middelmatige school en het kansloze dorp dat Lieden destijds was. Echte vriendschappen had hij er ook niet opgebouwd. Mede omdat hij aan zijn leeftijdgenoten voelde dat ze niet verder zouden komen dan deze plek en dat benauwde hem nog meer.
Hij verliet deze regio op zijn eenentwintigste, net na de middelbare school. Een tijd waarin zijn ouders kort na elkaar kwamen te overlijden. Een tijd waarin Leon het ongrijpbare besef had dat gezondheid je blind maakt voor het lijden van een ernstige ziekte. En wanneer ziekte zich in je leven heeft genesteld, lijkt een goede gezondheid een utopie. De ziektevloek nam zijn vader als eerste, gevolgd door zijn moeder, die een half jaar later geveld werd door een genadeloze hersenbloeding. Een verzorgingstehuis werd haar laatste thuis. Leon had bij zijn veertien jaar oudere zus Liesbeth in kunnen te trekken, maar daar zag hij snel vanaf. Liesbeth was de periode ervoor belast met de zorg voor hun moeder en zag in Leon eerder een last dan een bloedverwant. Liefde was een verre herinnering. Leon wilde zo snel mogelijk weg en het liefst naar een grote stad om opnieuw te beginnen. Misschien vinden Giel en Eddy juist de grote stad onaantrekkelijk, maar hij heeft het hun nooit gevraagd.
De rest van de middag wacht hij op Frederique. Ze is sinds enkele dagen druk met haar nieuwe baan. De verhalen die ze vertelde gingen voornamelijk over haar nieuwe collega's. Leon begreep dat ze haar hoofdredacteur, Cornelis Paladijn, nog niet zo goed kon plaatsen, omdat ze niet zeker wist of hij vasthield aan ouderwetse principes of juist goed op de hoogte was van de moderne digitale tijd.
Cornelis, een man van ongeveer vijfenvijftig runt al jaren de lokale krant Lieden aan het woord. Enige tijd geleden had hij een digitale uitgave gelanceerd, waarop in de gemeente enthousiast is gereageerd. Hoewel de gedrukte versie nog steeds bestaat, is de oplage drastisch gedaald en is voornamelijk bedoeld voor oudere lezers. De digitale versie is meer een soort nieuwsbrief geworden dan een serieuze krant en houdt zich nauwelijks bezig met internationale politiek of grote journalistieke vraagstukken en achtergrondverhalen. De digitale krant is een verzameling van nieuwsberichten die zich afspelen in Lieden en omstreken, opgedeeld in handige rubrieken als 'ambachtslieden', 'bewindslieden', 'kooplieden', 'vaklieden' en 'sportlieden'. De jongere doelgroep waardeert deze overzichtelijke aanpak.
Frederique had verteld dat er in totaal zo’n vijftien mensen werken bij de krant, maar slechts een enkeling die verstand heeft van hedendaagse nieuwsgaring. Een van hen is Symon met een y, alias Cookie. Hij is het meest op de hoogte van mediaontwikkelingen en is altijd bezig met nieuws dat via sociale media platforms, vloggers en zijn eigen kanalen binnenkomt. Zonder hem was het digitale gedeelte van Lieden aan het woord nooit tot stand gekomen. Ook heeft hij ervoor gezorgd dat de stad Lieden zijn eigen sociale nieuwsnetwerk kreeg, waar de bewoners elkaar van nieuwtjes voorzien. Tot groot genoegen van de hoofdredactie.
Frederique doet de rubriek ‘vaklieden’ en houdt zich voornamelijk bezig met specifieke specialisten uit de gemeente, zoals kunstenaars, architecten, beheerders van buurthuizen en culturele bestuurders. Hierin wordt ze bijgestaan door Nikki Richter, een hyperactief redactielid en ze is iedere minuut van de dag bezig met het verzamelen van informatie. Ongefilterd en alles is interessant: van roddels tot verkeersongelukken; van begrafenissen tot lokale politieke speculaties. Zelf zegt ze dat ze heel erg van de straat is, maar Frederique heeft al gezien dat ze zelfs daar voortdurend op een beeldscherm zit.
Met een glimlach op zijn gezicht kijkt Leon uit naar de komende tijd. Wanneer de jongens weer naar school gaan, zal hij de vrijheid hebben om zijn eigen agenda te volgen en wellicht zijn stad te herontdekken.
4
Terwijl Eddy de oprit af fietst, sluit Leon de voordeur en loopt naar de keuken om het ontbijt op te ruimen. Alles is nog onwennig. Wat zal hij vandaag gaan doen? Hij zet de televisie aan, maar kijkt niet echt. Bovendien wordt de programmering al snel onderbroken door reclame. Terwijl hij de vaatwasser uitruimt, hoort hij voor de vierde keer dezelfde irritante riedel van een tv-commercial. Weer een matige cover van een nog slechtere artiest, overschreeuwd met de semi-opgewekte stem van een voice-over. Hinderlijk geluid zonder enige inhoud.
Leon zou zich eigenlijk niet moeten ergeren, want hij weet maar al te goed hoe dit mechanisme werkt. Als er echt iets interessants of verrassends wordt gepresenteerd, laat hij zich als een van de eersten verleiden tot een aankoop. Het principe van 'overtuiging-door-verrassing.' In Rotterdam was dit de norm. Daar hadden ze op basis van geavanceerde data-profielen uitgebreid onderzoek gedaan naar welke verhalen consumenten zouden aanspreken. Zijn collega’s en hij waren meesters in het ontcijferen van de reclameboodschappen van concurrenten, op alle mogelijke mediamixen. Vervolgens destilleerden ze op maat gemaakte adviezen voor adverteerders. Hun kantoor begreep als geen ander hoe je de afkeer van consumenten voor commercials kon ombuigen in creatieve content met een uitzonderlijke entertainmentwaarde. Ze hadden zelfs een term bedacht voor dit fenomeen: 'Deep-marcom.'
Maar zoals zoveel bedrijven werden ook zij ingehaald door specialistische data-analyse kantoren. Omdat Leon die storm al had aan zien komen waarschuwde hij iedereen die het maar horen wilde. Ze moesten meegaan op de golf die uit Sillicon Valley kwam, vond hij. Dat was gezonde business. Het kantoor zag sociale media slechts als een leuke tool en niet iets, wat zakelijk succes kon brengen. Het tegendeel was waar. De lifeline van het kantoor waren de adverteerders en deze schoven massaal op naar waar de consument zich bevond. Het internet. Het ging om het medium en niet meer om de behoefte van de koper. Alles werd nieuwe media en de content kwam niet alleen van reclamebureaus, maar ook bij de massa vandaan. Van iedereen die dacht dat ze iets te melden of te verkopen hadden. Leon snapte als geen ander hoe deze uitmelk-industrie werkte en wellicht kwam dat, omdat hij de laatste tijd zoveel thuis zat. Maar het gevoel dat je alleen bestaat om geld aan anderen te geven en dat je zelf een human feature bent, geeft hem een depressief gevoel. Ook zijn mobiele telefoon, die de hele dag niets anders deed dan zinloze aandachts-piepjes te geven, leek nu vijf slagen erger te zijn. Nog los van de informatie, die je ongewild verstrekt via de alarmklok van je telefoon of je via een app gekoppelde thermostaat of deurbel. Alles wordt geregistreerd en opgeslagen in de meta-verse. Zelfs de inhoud van analoge zaken als je gereedschapskist, ijskast, collectegift of winkelkar wordt gebundeld, geanalyseerd en weggeborgen.
Hij probeert zich er niet te veel over op te winden. Goddank is hij nooit reclamemaker geworden. Maar aan zijn werk in Rotterdam is toch abrupt een einde gekomen. Natuurlijk was de economische crisis er deels de oorzaak van, maar toen ze hem zonder waarschuwing op straat hadden gezet, of zijn contract niet hadden verlengd, zoals dat in de business heet, kwam het toch als een donderslag bij heldere hemel. Ze hadden het een tijdje aangekeken, zeiden ze. Ze hadden alle voors en tegens op een rij gezet en ze hadden vooral bedacht dat langer bij de firma blijven niet goed voor hemzelf zou zijn. Dat het Leons carrière belemmerde en dat hij toe was aan een nieuwe uitdaging. Hij was zeker een week van de kaart geweest. Dat ze al langer met zijn ontslag bezig waren, werd later pas duidelijk. Zijn partners vonden dat hij het niet persoonlijk moest opvatten, want het was een zakelijke beslissing die met de mening van een grotere groep samenhing. Zoiets. Klootzakken.
Nu moest zijn werkkamer nog worden ingericht en hij had Frederique die ochtend beloofd om iets van een housewarming op touw te zetten. Een beetje moedeloos laat Leon zich in de grote nieuwe bank in de voorkamer vallen. Hij heeft zin om bier te gaan drinken, maar weet ook dat het pas halverwege de ochtend is. Bij herinneringen die gepaard gaan met schuld en schaamte gaat bij hem automatisch een knop om naar nicotine en/of alcohol. Roken vindt hij inmiddels smerig, maar drank niet bepaald.
Een uurtje later wordt hij wakker op de bank, omdat er wordt aangebeld. Bij het openen van de voordeur ziet Leon een man breed grijnzend op de stoep staan. In Rotterdam was hij eraan gewend dat er alleen mensen aan de deur kwamen als ze iets wilden verkopen of geld van je wilden hebben. Dus kijkt Leon zijn bezoeker wat onderzoekend aan en vraagt aarzelend: ‘Ja?’
De man blijft hem lachend aankijken en zegt: ‘Goeiedag, ik ben je buurman, Anton Breedveld, Tony. Ik woon hier tegenover op nummer 7.’ Hij wijst met zijn linkerhand over zijn rechterschouder naar het huis aan de overkant, terwijl hij Leon blijft aankijken. Leon neemt hem goed in zich op. Anton heeft een vriendelijke kop en zijn oogopslag verraadt een oprechte interesse in zijn medebewoner.
‘Ik dacht, ik kom eens kennismaken.’
‘Ah, natuurlijk,’ zegt Leon.
‘Ja,’ zegt de man, ‘ik wilde niet meteen onbeleefd voor de deur staan, maar jullie wonen er nu al even, dus ik dacht: Ik ga eens kijken wie mijn nieuwe buren zijn.’
Voordat Leon kan antwoorden vervolgt zijn buurman: ‘Niet meteen koffie gaan zetten, hoor, ik heb al wat klaarstaan dus als je zin hebt loop even mee, laat ik je ons huis zien.’
Even later stappen ze samen het huis op nummer 7 binnen en het valt Leon meteen op dat alles tot op de millimeter nauwkeurig is afgewerkt.
‘Ga lekker zitten,’ zegt de buurman die zelf doorloopt naar een enorme koffiemachine in de keuken. ‘Of wil je het eerst even zien?’ vraagt hij snel.
Leon is niet zo van het andermans huizen gluren, maar hij is toch benieuwd hoe het huis is ingericht. De keuken zier er in ieder geval hi-tech uit en het loopt mooi over in een tussenruimte, die deels eetkamer is.
‘Hoelang wonen jullie hier al?’ vraag Leon
‘Een jaar of acht, schat ik,’ antwoordt Anton, die een zorgvuldig afgemeten hoeveelheid melk in een melkschuimer schenkt. ‘Eerst woonden we in de componistenbuurt, maar we zijn blij dat we op deze plek een huis konden krijgen.’
‘Ja, leuke straat inderdaad.’
Uit zijn ooghoeken ziet Leon nu iemand bij de gangdeur staan en hij kijkt om. De kleine vrouwelijke gestalte schrikt en schuift snel naar de achtergelegen trap. Leon kijkt vragend naar Anton, maar die reageert niet. Hij voelt dat het onbeleefd is om zijn nieuwe gastheer ernaar te vragen, maar na een korte stilte draait Anton zich om naar de vrouw en zegt lachend: ‘Het is goed, Juanita, ga nu maar naar boven, ik kom er zo aan.’
‘Dat is onze Spaanse au pair Juanita, die loopt hier al twee jaar rond. Ze heeft net de twee kleintjes naar het kinderdagverblijf gebracht. En nu maakt ze het huis schoon, ideaal toch?’
Leon observeert Juanita die zich omdraait en naar boven gaat. Haar houding is zeer onderdanig, bijna slaafs.
‘Wij hebben gelukkig geen oppas meer nodig, onze jongens zijn oud genoeg om voor zichzelf te zorgen,’ zegt Leon, ‘Maar een schoonmaakster kan natuurlijk iedereen gebruiken. Kan een au pair ook alleen schoonmaken?’
‘Natuurlijk, er zijn geen regels voor au pairs. Ik kan met haar doen wat ik wil,’ zegt Anton, terwijl hij zich omdraait naar de keuken om iets te pakken.
Leon voelt een ongemakkelijke spanning. In de laatste blik die Anton hem toewerpt, denkt Leon een soort knipoog te herkennen, wat hem nog meer verontrust. De buurman staat nu bij de trap en twijfelt of hij naar boven zou gaan. ‘Wellicht nu niet handig om het huis te laten zien als Juanita nog aan het werk is,’ zegt hij en loopt terug de keuken in.
‘Hoe kom je aan haar?’ vraagt Leon die blij is dat de bezichtiging is uitgesteld.
‘Ja, Leon, het zou me niet verbazen dat mijn vrouw haar gewoon online besteld heeft, dat gaat tegenwoordig zo.’
‘Ik zou je vrouw de volgende keer graag ontmoeten.’
‘Leuk. Dan moet je gezellig met je vrouw langskomen.’
‘Gaan we doen. Nu moet ik boodschappen doen, voordat de kinderen thuiskomen,’ besluit Leon en hij schudt Anton vriendelijk de hand.
5
Op middelbare scholen in de Randstad is het niet gebruikelijk om zomaar een gesprek met een leraar te hebben. Daarvoor moet je een afspraak maken, het liefst via e-mail en ruim van tevoren. Begrijpelijk, omdat scholen in grootstedelijke gebieden vaak groot en onoverzichtelijk zijn. Bureaucratie, protocollen, en onvermijdelijke overzichts-apps voor roosters, cijfers en verzuim zijn daar normaal. Leon vraagt zich af of dit nu ook geldt in Lieden. Bij de Hindericus Scheepstra-school, waar Leon ooit leerling was, staat een groep volwassenen bij de hoofdingang te praten. Aan hun houding en het niet dragen van een jas is te zien dat het eerder leerkrachten dan ouders zijn. In Rotterdam was een schoolbezoek altijd een taak voor Frederique, maar zij heeft Leon duidelijk laten weten dat ze de start van haar nieuwe baan niet wil onderbreken met kinderzaken. Bovendien is Leon nieuwsgierig hoe zijn oude school er nu uitziet.
Verderop ziet hij zijn zoon praten met twee jongens, een voetbal tussen hen in. Leon steekt zijn hand op. Eddy is overduidelijk niet opgetogen over zijn vaders aanwezigheid op het schoolplein en maakt een wegwerpgebaar. Het groepje leraren valt uiteen en een van hen kijkt op als Leon zijn kant op komt. Het is de leraar van de derde brugklas die hem uitnodigt om mee naar binnen te gaan en hoffelijk houdt hij de deur open. Hij legt uit dat hij snel naar een klas moet, Leon mag gerust door zijn oude school dwalen, mits hij dit meldt bij de conciërge. Hoewel het interieur behoorlijk is veranderd - tegels zijn vervangen door stucwerk en de grijze en bruine kleuren zijn vervangen door felle groene, rode en blauwe tinten - herkent Leon zijn oude middelbare school als de dag van gisteren. De massieve, ronde jaren '70 trap in de centrale hal naar de enige hoger gelegen verdieping staat er nog steeds, en onder aan de trap bevindt zich nog altijd 'het hok' van de conciërge.
Tot Leons verrassing is de conciërge uit zijn middelbare schooltijd nog steeds werkzaam en is druk in de weer met bezems en schoonmaakspullen achter in de ruimte. De man leek toen al behoorlijk op leeftijd, bedenkt Leon terwijl hij contact met hem probeert te maken. Maar de conciërge is te druk om hem op te merken. Terwijl Leon doorloopt, ontdekt hij een tafeltje voor het conciërgehok. Er staat een plastic mandje op met daarin zeker tien mobiele telefoons. Op een briefje dat aan het mandje hangt staat: 'Voor als je hem per ongeluk toch bij je hebt'. Leon kan een glimlach niet onderdrukken.
Langs de trap naar boven ziet hij de lokalen, waar destijds Engels en economie werden gegeven. De namen van de leraren die de vakken gaven schieten hem niet te binnen. Van de entreehal naar de scheikundelokalen loopt een lange, hoge gang naar de achterzijde van het pand. Traditiegetrouw hangen hier de portretten van de schoolprominenten. Eerst de geschilderde exemplaren, daarna de gefotografeerde beeltenissen van rectoren, conrectoren en belangrijke leraren van de Hinricus Scheepstra school. Het begint met de oprichter van de school, Dr. Philias Bult, die tussen beide wereldoorlogen de school mede heeft opgericht. Gevolgd door oude heren in donkergrijze pakken, die ernstig kijken naar de leerlingen, die onder hen langstrekken.
De meeste afbeeldingen hangen op hun plek, maar sommige zijn wat dichter op elkaar gepositioneerd. Leon loopt naar de foto’s uit de tijd dat hijzelf op school zat. Hij vindt de rector: Dr. Ir. Lodewijk Richter. Een geleerd man over wie toen al werd beweerd dat hij had gestudeerd met een Franse Nobelprijswinnaar. De aanwezigheid van zo’n grote naam als bestuurder was voor het aanzien van de school van doorslaggevend belang. Daarmee kon je betere leerkrachten aantrekken. Zelf had Leon hem nooit gezien, omdat meneer Richter vrijwel nooit aanwezig was.
Niet iedereen krijgt een plek in deze galerij. Leon denkt aan zijn favoriete leraar Job Portee van wie ook een portret in deze gang zou moeten hangen. Hij kan de foto niet vinden. Wel hangt er een foto van zijn lerares biologie: juffrouw Baks, die op zou klimmen tot conrector van de school en later werkzaam was op het ministerie van Onderwijs. Leon had haar wel eens in een praatprogramma gezien. Iets met jeugdzorg. Portee was zijn geschiedenisleraar en destijds een belangrijk persoon op school. Opvallend dat zijn portret er niet meer hangt, maar hij laat het voor wat het is en loopt door.
Even later passeert hij een ruimte die vroeger dienstdeed als de kamer van de amanuensis, gekoppeld aan het scheikunde-lokaal met laboratorium. Nu komen de beelden en vooral de geuren van vroeger helder naar boven. Proefjes met zwavelzuur, erlenmeyers, steekvlammen met melkpoeder en de eindeloze fantasieën over het creëren van vuurwerk en explosieven. Leerlingen in witte jassen, de nerds die geplaagd werden omdat ze scheikunde zo fascinerend vonden, om na de les onder de nooddouche te eindigen, een verplicht attribuut in ieder onderzoekslokaal.
Na nog een kwartiertje rondzwerven op zoek naar een biologielokaal dat blijkbaar niet meer bestaat, besluit hij weer richting de uitgang te gaan. Hij is daarbij geen enkele docent tegengekomen en ook de centrale hal blijft verlaten. Wanneer hij het conciërgehok passeert hoort hij het harde geluid van een bezem die tegen de grond klapt.
‘Kan ik u ergens mee helpen?’ vraagt de conciërge.
‘Nee, niet echt, ik kijk wat rond.’
‘U heeft hier toch op school gezeten? Ik herken uw gezicht, maar weet even geen naam erbij.’
‘Mordicus. Leon Mordicus,’ antwoordt Leon.
‘Ja, verdomd, nou zie ik het. En ik heb een zoon van jullie hier op school. Lieve jongen.’
‘Wat goed trouwens dat jullie die mobiele telefoons weghouden uit de klas.’
‘Ja, dat is voor de kinderen die wel naar school komen,’ lacht de conciërge, ‘Het wegblijven en het gespijbel is de laatste tijd weer erg toegenomen, maar daar kwam u vast niet voor.’
‘Ik wilde mijn oude school graag zien,’ begint Leon, ‘we zijn hier onlangs weer komen wonen.’
‘Leuk,’ zegt de conciërge, ‘maar dan had je ook kunnen wachten tot de schoolreünie. Die is binnenkort.’
‘Interessant,’ reageert Leon. ‘Wanneer is die?’
‘Als je in het mailbestand staat krijgt je daar nog bericht over.’
Wanneer Leon het schoolplein verlaat ziet hij verderop in de straat een groep jongeren fietsen en hij moet denken aan de woorden van de conciërge over kinderen die wegblijven. Dan hangen ze vast niet in de buurt van de school rond, denkt hij en hij loopt door. Het bezoek aan de school voelt een beetje onaf, dus besluit Leon niet meteen naar huis te gaan, maar nog even verder te lopen, richting het centrum van Lieden. Tijdens hun zoektocht naar een geschikt huis, hadden Frederique en hij slechts één keer het centrum bezocht, om op een terrasje iets te drinken. Een echte verkenning van zijn oude woonplaats is er nog niet van gekomen. Een warme nazomerzon werpt een zachte gloed over de huizen in de smalle straten. Als hij de bekende Brugstraat in loopt, vertraagt hij zijn pas om alles goed in zich op te nemen. De oude stadskern ademt nog altijd dezelfde sfeer. Hoewel de winkels en huizen wellicht van binnen zijn veranderd, zijn de gevels, de deuren en de stoepen nog precies zoals hij ze zich uit zijn jeugd herinnert, toen hij hier met wat vrienden ronddoolde op zoek naar avontuur en meisjes.
Een stukje verderop herkent hij het karakteristieke uithangbord van zijn vroegere stamkroeg, De brug. De zwarte jaloezieën met de handbeschilderde naam van de kroeg zijn nog hetzelfde. Het is nog vroeg, te vroeg voor de meeste mensen, maar altijd op tijd voor de trouwe stamgasten. In zijn tijd was het essentieel om als eerste bij je stamkroeg aan te komen, dan kon je doen alsof je er al uren zat. Dat gaf je status werd er beweerd, want je behoorde tot een stoere groep. Maar al snel koos Leon voor zijn eigen tempo.
Om de caféruimte binnen te gaan, moet hij eerst het zware leren tochtgordijn opzij duwen. Als hij de ruimte betreedt, lijkt het alsof de tijd heeft stilgestaan. In het café zitten slechts twee mensen, terwijl iemand achter de bar bezig is met opruimen. Leon begeeft zich naar de toog, en wanneer de barman hem opmerkt, begroet deze hem alsof hij een vreemdeling is. Hij herkent de barman en zijn naam schiet hem snel te binnen. Leon bestelt een koffie en neemt plaats aan de hoek van de bar. Even later, wanneer de barman met een kop koffie nadert, ziet Leon een flauwe glimlach op diens gezicht verschijnen.
‘Ik ken jou,’ zegt hij.
‘Klopt, Gerard,’ antwoordt Leon.
‘Jij bent Leon, toch?’ vraagt de barman en ze schudden elkaar de hand.
Al snel gaat het gesprek over hun jeugd en gezamenlijke kennissen. Leon en Gerard zaten op dezelfde middelbare school. Na nog een kop koffie en wat verhalen vraagt Gerard of hij niet wat anders wil drinken. Leon kijkt snel op zijn horloge en zegt: ‘Ja, ach waarom niet.’
Inmiddels is hij aardig bijgepraat over allerlei kennissen uit Lieden en daarbij is de naam Peter Tolman regelmatig gevallen. Peter zwaait nog altijd de scepter over het café en hij is zeer actief bij de voetbalclub.
‘Ik hoorde dat er een schoolreünie is gepland, weet jij daar iets van?’ vraagt Leon.
‘Ik ben niet zo betrokken bij de school, omdat ik geen kinderen heb, maar als het zo is zal ik het ongetwijfeld binnenkort horen. Er hangen hier veel ouders rond.’
‘Ben wel benieuwd wie ik daar allemaal tegen ga komen.’
‘Je hoeft niet te wachten op een reünie, de meesten komen hier iedere week,’ zegt Gerard en hij schenkt Leon, zonder iets te vragen, weer een biertje in.
Dan komt er een man de kroeg binnen, luidruchtig en imposant, gehuld in een glanzende leren motorjas. Zijn entree trekt de aandacht van Gerard die aan het werkt gaat achter de bar. De man begroet Leon vriendelijk, grijpt iets achter de bar vandaan en verdwijnt even plotseling als hij gekomen is.
‘Dat was Arald toch, de broer van Peter?’
‘Klopt,’ zegt Gerard, die snel glazen staat te poleren.
‘Wat doet hij tegenwoordig?’
‘Lang verhaal.’
‘Ik heb de tijd,’ glimlacht Leon wijzend op zijn glas bier.
‘De Tolmans, zoals jij ze kent,’ begint Gerard, ‘zijn van die typische boerenjongens, echte agrariërs en grootgrondbezitters. Al decennialang houdt die familie zich bezig met die grote stierenfokkerij van ze, die nu in handen is van Peter en Arald. Peter is altijd een beetje de boer gebleven, weet je wel, met zijn laarzen in de modder. Arald is de slimste van de twee. Hij heeft dat boerenbedrijf en die lucratieve fokkerij gebruikt als een soort springplank om hogerop te komen in de gemeenschap. Tegenwoordig is hij wethouder hier in de stad. Hij heeft z'n eigen weg uit het moeras gevonden, zogezegd. Die fusie tussen deelgemeenten Richel en Achterdijk, die niet zo soepel verliep? Arald heeft de boel met een hoop gepraat en georganiseer gladgestreken. Hoe hij dat precies geflikt heeft moet je hem vooral zelf vragen, want hij zwamt over bijna niets anders.’
Het verhaal van Gerard amuseert Leon, ook het vrolijke accent waarmee de barman het vertelt. Hij wist eigenlijk niet zo veel over die twee broers, behalve dat iedereen ze kende.
‘Arald Tolman heeft er bovendien met handige onderhandelingen bij Provinciale Staten, voor gezorgd dat Horizon zich hier ging vestigen. Dat heb je vast ook gehoord. Dat is de grote doorbraak geweest voor Lieden en het is inmiddels de kurk waar deze hele gemeenschap op drijft.’
‘Een man met visie als ik het goed beluister.’
‘Zeker,’ zegt Gerard, ‘iemand die anderen ruimschoots de kans geeft om zijn of haar mening te verkondigen, maar als dat niet strookt met het – in zijn ogen – algemeen belang, kan hij, zeker tegen doordrammers, meedogenloos zijn.
6
De jongens hebben hun begintijd op school goed doorstaan en na wat dagen thuis te hebben rondgehangen denkt Leon dat voetbal een goede manier is om weer wat mensen te ontmoeten. Een snelle blik op de site van FC Lieden leert hem dat het seizoen nog niet echt begonnen is. Een aanmelding moet dus te regelen zijn. Ook leuk voor Eddy en Giel.
Wanneer Frederique weer naar haar werk is vertrokken en de jongens op school zijn, gaat Leon met zijn pas aangeschafte elektrische fiets op pad richting het sportcomplex. Eerst komt hij door een wijk met wat meer sociale woningbouw en wat kleinere rijtjeshuizen. Hier woonden vroeger heel wat jongens en meisjes uit zijn klas. De wijk ziet er anders uit dan toen. Van de vele lokale winkeltjes tussen de huizen herkent hij alleen de bakker die op dezelfde hoek zit als twintig jaar geleden. En hoewel dit soort wijken straat na straat hetzelfde zijn, voelt het nu lang niet meer zo achtergesteld als in zijn tijd.
Achter deze buurt zit een industrieterrein, weet hij nog, maar als hij de hoek om gaat ziet hij naast een strak aangelegd plantsoen met hoge hekken twee flats staan. Modern vormgegeven terrasbouw, helemaal van nu. Bij de toegangspoort valt Leon het grote aantal camera’s op. Niet alleen bij de entree van de parkeerplaats, maar rondom het wooncomplex hangen overal witte lampachtige constructies met zwarte bolletjes erin.
Het laatste stuk naar de voetbal was altijd een flink eind tegen de wind in en terwijl hij doortrapt komen er meer herinneringen op. Met name aan zijn visuitstapjes met vriendjes van de lagere school. En aan hoe ze als pubers veel naar de hier gelegen afgravingen gingen. Ze hadden dan sigaretten en bier meegepikt van thuis en bleven zo lang mogelijk na zonsondergang rondhangen. Later kwam daar een soort bouwkeet bij, die de gemeente voor de jongeren ter beschikking had gesteld om elkaar te ontmoeten. Leon verlaat de wijk. Nu pas valt het hem op wat hij onderweg gemist heeft: mensen. Hij heeft geen mensen gezien.
Hij fietst nu richting het einde van de bebouwde kom en weet nog dat hij via een onverharde weg door een stukje bos de voetbalclub kan bereiken. Hij is niet verbaasd dat de onverharde grindweg nu vervangen is door asfalt, waar ook auto's kunnen rijden. Als hij het pad volgt ziet hij in de verte het clubhuis van FC Lieden al staan. Geschilderd in de rood zwarte kleuren van de club. Daar waar je vroeger bij de ingang je fiets tegen een geroest fietsenrek moest gooien, ziet hij nu een grote parkeerplaats. Ook de aftandse hekjes langs het sportveld zijn vervangen door mooie staalconstructies en het pad naar de kantine is van een prachtig stenen mozaïek gemaakt.
Op de verschillende velden is slechts een handjevol voetballers actief. Logisch, want in de ochtend zijn er geen trainingen. Dat is niet anders dan vroeger. Een paar jonge voetballers passeren hem in nette trainingsoutfits. In zijn tijd had alleen het eerste team eenzelfde tenue.
In de verte ziet Leon een man die hij meteen herkent aan zijn voorkomen en typische loopje. Kromme voetbalbenen, hangende armen en met de borst vooruit. Dat moet Peter Tolman zijn.
‘Haha. Kijk eens aan wie we daar hebben. Als dat Leon Mordicus niet is,’ roept Peter enthousiast.
Leon herkent opnieuw het knauwende taalgebruik uit zijn jeugd.
’Inderdaad,’ zegt Leon en hij loopt op zijn oude vriend af.
‘Hoe gaat het met je?’ vraagt Peter. ‘Dat is inderdaad al een lange tijd geleden.’
‘Klopt, ooit met stille trom vertrokken en eigenlijk wilde ik nooit meer terugkomen,’ antwoordt Leon. Hij slaat zijn oude vriend hard op de schouder. ‘Het ziet er allemaal anders uit,’ zegt Leon, terwijl hij om zich heen kijkt.
‘Helemaal waar,’ zegt Peter, ‘net als wij.’ Hij schopt nog een bal richting een jongen op het veld, roept iets wat nauwelijks te verstaan is en draait zich dan weer om naar Leon. Er verschijnt een grote glimlach op zijn gezicht, die zijn niet al te verzorgde gebit ontbloot en zijn door het buitenleven verweerde kop vrolijk in talloze rimpels duwt.
‘Kom,’ zegt hij, ‘dan zal ik je de kantine laten zien, die is pas echt veranderd.’
Ze gaan samen naar binnen. Leon kijkt in de kantine zijn ogen uit. De oude donkere ruimte met krakkemikkige tafels en stoeltjes en de donkerbruine versleten bar is veranderd in een lichte, overzichtelijke ruimte. Het eerste wat opvalt is de gigantische blinkende prijzenkast. Leon kan zich niet herinneren dat er ooit een prijzenkast was bij FC Lieden en vragend wijst hij richting de trofeeën.
‘Ja,’ zegt Peter, ‘het gaat de laatste jaren nogal goed.’
‘Zeker allemaal veranderd sinds ik hier weg ben?’
‘Dat zal ik je straks haarfijn uit de doeken doen, vriend,’ zegt Peter. ‘Maar eerst nemen we een kop koffie.’
Terwijl Peter wat met het koffiezetapparaat rommelt vertelt hij wat Leon allemaal gemist heeft. Over de fusie tussen Lieden, Richel en Achterdijk. Wat volgens hem een stap in de goede richting was. Want de oude rivaliteit werd op de lange baan geschoven toen het met de gemeente financieel weer goed ging. Ook hebben de nieuwe middelen ervoor gezorgd dat de mensen met zijn allen achter hun club zijn gaan staan. Toen er bovendien een grote sponsor kwam en er meer kinderen konden voetballen, was de weg vrij om van deze club iets fantastisch te maken.
‘Dat klinkt echt supermooi,’ zegt Leon, ‘En ik weet nog dat in deze stad vroeger niets zonder ruzie en problemen verliep.’
‘Natuurlijk waren er opstootjes. Toen sleutelfiguren binnen die randgemeenten zo goed als aan boord waren en dat het geld was toegezegd, begon een kleine groep Liedenaren tegen te stribbelen.’
‘Wie waren dat dan?’
‘Mensen uit de eigen gelederen, van die pedagogische types die vonden dat niet alles met geld moest worden opgelost omdat we daar later spijt van zouden krijgen.’ Peter kijkt even om zich heen. ‘Ook twee leraren van onze school.’
Hij noemt de naam van hun geschiedenisleraar Job Portee. ‘Dat was zo’n gestudeerd mannetje dat altijd kritisch was. Die had bijna de boel laten overkoken.’
Leon moet een beetje lachen om Peters cynische toon en de woede die er nog in hem zit.
‘En kijk nu,’ lacht Leon, ‘Het ziet er hier fantastisch uit. Ik krijg weer zin om te gaan voetballen.’
‘Waarom niet?’ zegt Peter en hij kijkt hoopvol naar Leon. ‘Je kan het toch nog steeds?’
‘Nou…’ aarzelt Leon, ‘in Rotterdam deed ik vooral aan zaalvoetbal en door mijn drukke werkschema kwam ik er niet vaak aan toe.’
‘Waar voetbalde je in Rotterdam?’
‘Bij Excelsior. Althans bij een amateurploeg van Excelsior.’
‘Zou je weer willen voetballen?’ vraagt Peter, die even achter de bar schiet om iets te eten te zoeken.
‘Ja, dat lijkt me leuk, maar hebben jullie geen wachtlijst?’
‘Nee, een wachtlijst voor oud-leden is er niet. Je kunt morgen weer lid worden als je zin hebt en bovendien kost het niks.’
Enthousiast legt Peter het contributiesysteem uit. Het is simpel en uniek, waardoor niemand contributie hoeft te betalen. En het geldt ook voor andere sporten, zoals tennis en handbal. Sinds de komst van de grote sponsor kwam er ook een nieuw systeem. Iedereen mag gratis lid worden en hoeft alleen maar iets bij te dragen voor de competitiewedstrijden. In ruil daarvoor moeten alle leden één keer per maand wat informatie achterlaten. Dingen van jezelf, van je familie, van je gezin, gewoon alledaagse dingen: wat je eet of waar je uitgaat, maar ook wat je individuele voorkeuren zijn, qua schoenenmerken bijvoorbeeld. Er is zelfs een systeem ingebouwd dat bijhoudt welke blessures je oploopt in een seizoen en hoeveel wedstrijden of trainingen je daardoor hebt gemist.
Leon is onder de indruk.
‘Je kunt ook eerst komen fitnessen in onze sportschool,’ zegt Peter.
‘Is die hier?’ vraagt Leon.
‘Nee, maar wel in de buurt. Misschien vinden jij en je zoons het leuk om allebei te doen. Geef gewoon een gil, dan regel ik het voor je.’
Peter wijst op de QR-code die op ieder tafeltje zit. Op die manier krijgt je alle informatie over wat er op de club en daarbuiten gebeurt.
‘Te gek,’ zegt Leon.
‘Bovendien doen we via de sportschool nog veel meer dingen die leuk zijn voor de stad, maar daar kom je wel achter.’
Leon wil meer weten, maar dan ziet Peter een stapel dozen op een kantinetafeltje in de hoek staan en hij loopt er handenwrijvend naartoe. Wild scheurt hij een doos open en hij houdt vol trots een voetbalshirt omhoog.
‘Ze zijn net binnen,’ zegt hij, ‘Voor de C1, mooi toch?’
Op het shirt staat het opzichtige logo van de sponsor: Horizon.
7
Hoewel de weersvoorspelling niet best is, breekt rond de lunchtijd de zon door. Frederique komt uit haar werk en Leon wacht haar op het plein bij de kerk op. De temperatuur is aangenaam en ze besluiten op het terras, bij restaurant De oude wijngaard, dat vroeger café Hooivlet heette en inmiddels door de nieuwe eigenaar omgetoverd is tot een grand café, wat te gaan eten.
‘Hoe was het op je werk?’ vraagt Leon, terwijl hij het terras afspeurt naar iemand van de bediening.
‘Tja, het is allemaal wel een beetje provinciaals,’ antwoordt Frederique.
‘Dat kun je wel van een regiokrant verwachten.’
‘Ik had gehoopt dat er iets meer diepgang zou zijn. Meer raakvlakken met het grotere nieuws. Maar het is me nu al duidelijk dat dat niet gaat gebeuren. De mensen halen tegenwoordig hun nieuws en achtergronden overal vandaan.’
‘Niet zo spannend dus,’ zegt Leon.
‘Het voelt in ieder geval super nieuw, de sfeer is er goed en de mensen zijn aardig.’
Frederique vertelt over haar vrolijke collega Nikki. Die had haar gevraagd of ze haar oom Lodewijk Richter kende, een gerespecteerde wetenschapper uit de stad. Dit vanwege het feit dat Frederique had onthuld dat Leon in Lieden is opgegroeid.
‘Lodewijk Richter?’ zegt Leon. ‘Die was rector van onze middelbare school. Hoezo?’
‘Nikki deed er nogal gewichtig over.’
‘Wat voor wetenschap dan? Ons werd destijds verteld dat hij zich in kringen van Nobelprijswinnaars ophield.’
‘Iets met natuur- en scheikunde, zoiets, zei ze. Dus je kent hem van school?’
‘Ja, wellicht zie ik hem op de reünie,’ antwoordt Leon. ‘Daar krijgen we nog een mail over, van school.’
Het meisje van de bediening verschijnt aan hun tafel en vraagt of ze al een keuze hebben gemaakt. Als ze antwoorden dat ze nog even willen kijken, vraagt het meisje of ze zakelijk komen lunchen.
‘Nee, dit is puur voor de gezelligheid,’ antwoordt Leon lacherig, maar Frederique wil weten of dat iets uitmaakt.
‘Jazeker,’ antwoordt het meisje, ‘mensen die zakelijk lunchen, kunnen hier gratis lunchen, mits ze wat informatie achterlaten.
‘Je bedoelt een businesscard of zoiets?’
‘Ik leg het even uit,’ zegt ze vriendelijk. ‘Het idee van de service is dat zakenmensen zo nu en dan wat informatie aan ons verstrekken, en dan sturen wij de rekening eenvoudig naar het desbetreffende bedrijf. Zo hoef je niets uit eigen zak te betalen.’
‘Dat is interessant. En weet mijn baas bij Lieden aan het woord hier ook van?’ vraagt Frederique.
‘Als het goed is wel,’ zegt het meisje. ‘Kijk even op de menukaart, dan zie je achterop hoe het werkt. Als je de QR-code scant en ik de gegevens heb verwerkt kun je hier gewoon weglopen zonder te betalen.’
‘Laten we dat doen dan,’ zegt Frederique.
Wanneer het meisje met haar tablet verdwijnt, vertelt Leon dat hij vanochtend iets soortgelijks heeft meegemaakt op de voetbalvereniging: een gratis lidmaatschap van de club in ruil voor wat informatie. Het lijkt wel alsof de hele stad hierin meegaat. Frederique lijkt het geweldig te vinden, maar Leon is terughoudend. Dit soort praktijken doet hem denken aan de verhalen die de ronde deden over hippe workhubs en tech-bedrijven in San Francisco, waar allerlei nieuwe vormen van gratis dienstverlening werden getest. Men beweerde dat het nog wel even zou duren voordat mensen echt vertrouwen zouden hebben in deze nieuwe manieren van consumeren. Hier in Lieden lijkt het nu al de norm.
Frederique scant ondertussen de QR-code op haar telefoon. Er verschijnt een vragenlijst op haar scherm, die ze hardop aan Leon voorleest: ‘Wat heb je deze ochtend ontbeten? En ben je op dieet? Zo ja, welk dieet? Sport je veel? Allemaal vrij onschuldig lijkt me.’
‘Jij bent al helemaal om, merk ik,’ zegt Leon.
‘Ja, dit is toch geweldig. Wat onnozele vraagjes en dan lekker eten bestellen, prima.’
Leon haalt zijn schouders op en vertelt dat juist kleinere provinciesteden vaak gebruikt worden om nieuwe technologische ontwikkelingen uit te testen. Een soort proeftuinen. Zo werden de eerste pinautomaten in steden als Zutphen, Helmond en Drachten geïntroduceerd in plaats van de Randstad.
Frederique vertelt dat ze onlangs, toen Leon in Rotterdam was, bij een buurvrouw binnen is geweest en dat het haar opviel hoe ongelooflijk veel technologie er in dat huis aanwezig was. Voor alles was een bedienings-app en dus dataverwerking. Zoals het automatisch vullen van de ijskast, het bijhouden van de energievoorziening van het huis en zelfs het onderhoud van de oprit werd bijgehouden, zodat je de slijtage van je autobanden kon meten.
‘Kan je daar niet iets leuks over schrijven in jouw krant?’ vraagt Leon.
‘Was het maar waar. Ze doen wel heel erg hip en willen iets met kunstmatige intelligentie, maar voorlopig is daar geen ruimte voor. Ik hou het even bij mijn humaninterest-onderwerpen.’
Leon verandert van onderwerp en vertelt geamuseerd over zijn bezoek aan buurman Anton. ‘Er liep daar een soort au pair rond, die zich erg onderdanig gedroeg: een kleine Zuid-Amerikaans vrouw Juanita. Ze liep heel schichtig door het huis. Anton had aan mij gevraagd of ik ook geïnteresseerd was.’
‘Geïnteresseerd waarin?’ vraagt Frederique scherp. ‘Een au-pair? Of bedoelde hij iets anders?’
‘Geen idee, het was niets illegaals, denk ik, maar dat hoofd van Anton is me wel bijgebleven, hij bleef me maar veelbetekenend aankijken.’
‘Nou ja, Leon, wat is dit voor smeerlapperij?’
‘Nee, dat niet. Ik kreeg gewoon het idee dat ze een soort slavin is.’
‘Ben jij eigenlijk nog van plan om je zus te gaan bezoeken binnenkort?’
Deze vraag had Leon niet aan zien komen. Er werd nauwelijks gesproken over zijn familie, laat staan zijn zus.
‘Misschien loop je haar tegen het lijf en dan wordt het pas echt gênant,’ zegt Frederique.
‘Zou kunnen,’ antwoordt Leon, ‘maar dat heb ik toch liever dan nu het initiatief te nemen om haar op te zoeken.’
Na de lunch vraagt hij of Frederique het goed vindt als hij nog even naar café De brug gaat. Ze stemt in, ze moet toch weer aan het werk. Opgewekt nemen ze afscheid.
8
Peter Tolman is aanwezig. Hij begroet hem enthousiast en snel wordt er een bier voor Leon op de bar gezet. Verderop aan de toog voeren twee mannen een stevige discussie met barman Gerard en Leon luistert mee als hij zijn biertje pakt.
‘Ik ben bang dat een burgeroorlog nog steeds in de lucht hangt,’ zegt een van de mannen.
‘Tja, wellicht heb je gelijk,’ antwoordt Gerard, ‘maar ik denk dat het uiteindelijk wel meevalt en het allemaal weer wordt rechtgetrokken.’
‘Toch zie ik de verregaande polarisatie in de Amerikaanse samenleving niet direct worden opgelost, leiders in Het Witte Huis zetten de boel de laatste jaren behoorlijk op scherp.’
‘Wat denk jij, Leon?’ vraagt Peter, die langsloopt. Met de bedoeling om hem een beetje bij het gesprek te betrekken.
‘Ik heb me de laatste tijd niet echt met de Amerikaanse politiek beziggehouden, maar als je het mij vraagt, is er altijd sprake van een ongrijpbare macht. Dat was bij Kennedy zo, bij Reagan, Bush en die zal nooit verdwijnen.’
Een van de mannen kijkt om en glimlacht naar Leon.
‘Eerlijke analyse en stof tot nadenken.’ Hij steekt zijn hand uit en zegt: ‘Ik ben Sietse Drijver en dit is een goede vriend van mij, Noël Paardenkoper. Ook uit de stad.’
De andere man schudt nu Leons hand, terwijl hij zich voorstelt.
‘Sietse werkt bij het Openbaar Ministerie,’ vertelt Peter, ‘en Noël is werkzaam bij het distributiecentrum van Horizon.’
‘Daar heb ik al het een en ander over gehoord. Je zult dus wel extra geïnteresseerd zijn in de situatie in de Verenigde Staten?’ zegt Leon tegen Noël.
Noël knikt: ‘Alles wat daar op het ogenblik gebeurt zal ook impact hebben op de situatie in Europa. Ik werk weliswaar voor een Amerikaans bedrijf, maar we houden de ontwikkelingen extra goed in de gaten vanwege de werkgelegenheid.’
Peter ziet dat de glazen leeg dreigen te raken en als een goede barman lacht hij iedereen uitdagend toe en meldt dat een refill onderweg is.
‘Deze is van het huis,’ zegt Peter, ‘want het is voor deze horecaondernemer van essentieel belang dat er overdag tijdens werktijd gewoon structureel gedronken blijft worden.’
Het gezelschap moet lachen en ze stemmen in om de dag voor werkgevers zo onproductief mogelijk te laten zijn. Op een vraag van Noël wat Leon in het dagelijks leven doet, antwoordt hij onomwonden dat hij ‘in between jobs’ zit. Zijn eerlijkheid wordt direct opgepikt en Noël vraagt of hij interesse heeft om bij Horizon te beginnen.
‘Als pakketbezorger zeker,’ lacht Leon. ‘Nee, dan kijk ik liever even verder.’
Peter komt tussenbeiden en zet de biertjes op de bar. Leon die bij een tijdsaanduiding altijd even op zijn horloge kijkt zegt: ‘Dit doet mij denken aan mijn tijd in Londen. Daar kon je tijdens kantooruren bij de lunch rustig gigantische hoeveelheden bitters en lagers wegzetten, tot een uur of vijf en niemand die zich afvroeg of je nog moest werken die dag.’
‘Wat voor werk deed je in Londen?’ vraagt Sietse, die eerder al had gemeld, dat hij zijn juristenopleiding daar had gevolgd.
‘Wij onderzochten met een reclame- en onderzoeksbureau hoe merken als KLM en BA zich op de beste manier op de onlinemarkt konden profileren.’
‘Geen kleine jongens.’
‘Inderdaad, grote spelers. En zij onderzochten voor ons welke clubs en nachttenten het beste waren om te bezoeken.’
Leon dompelt zich onder in het gezelschap, en zijn verhalen vinden gretig aftrek. Hij vertelt over zijn glorietijd bij het Rotterdamse kantoor, een periode waarin het werk keihard was en de feesten nog harder. De zaken verliepen zo voorspoedig dat het leek alsof er geen grenzen waren. Hij herinnert zich nog scherp hoe hij samen met enkele collega's een groep hoge heren van een Engels verzekeringskantoor overtuigde om in een deftig restaurant een spontaan gevecht te starten. Rotterdammers waren gewend om de handen uit de mouwen te steken en het liep snel uit de hand. Uiteindelijk werden ze allemaal door de politie uit het restaurant verwijderd.
Sietse haakt hierop aan met een verhaal over hoe hij met een groep jonge advocaten van een Engels advocatenkantoor 's nachts het kantongerecht bij het Blackfriars-metrostation binnensloop. Daar stalen ze de kostbare voorraad whisky en renden de hele nacht door het gebouw. Nadat duidelijk werd dat alles was vastgelegd op bewakingscamera's, werden hij en een andere Nederlandse jurist het land uitgezet. Uiteindelijk kwamen ze ervan af met een waarschuwing, omdat de Engelse advocaten zelf ook regelmatig betrokken waren bij dergelijke strapatsen.
‘Herkenbaar,’ zegt Leon en hij geeft de bel boven de bar een stevige hengst om een nieuwe ronde drank aan te kondigen.
Peter zet schaterlachend een aantal drankjes en een bak pinda’s neer. Hij maakt nog net een opmerking tegen Noël en Sietse dat Leon binnenkort weer komt voetballen als Arald Tolman het etablissement binnenstapt. Hij wordt stevig omhelsd door zijn broer en naar de bar begeleid, waar al een groot glas bier en een glaasje jenever voor hem worden ingeschonken. Gerard zet snel zijn bierglas weg en gaat glazen pouleren.
‘Zware dag gehad?’ vraagt Peter, gadegeslagen door drie paar lachende ogen.
‘Dat valt reuze mee,’ antwoordt Arald terwijl hij de zaak rondkijkt. Daarna steekt hij zijn glas bier in de lucht. Er wordt terug geproost en nu mengt ook Arald zich in het gesprek. Leon merkt dat zijn barvrienden goed op de hoogte zijn van wat er speelt in Lieden en luistert aandachtig naar de verhalen over de gemeente en de rol van Horizon in de stad. Wanneer het gesprek stilvalt, omdat Noël naar het toilet gaat en Sietse even moet bellen, besluit Arald Leon uit te nodigen aan een tafeltje.
‘Ik ken je natuurlijk een beetje, en ik heb veel goede dingen over jou gehoord,’ begint hij. ‘Van mijn broer met name.’
‘Dank je,’ brengt Leon na een korte pauze uit.
‘Ik kom even to the point. Ik heb het met Peter en anderen over je gehad. Dat je terug bent uit Rotterdam en je hier hebt gevestigd in Lieden met je gezin. Ik ben wethouder hier op het stadhuis en nu zijn wij met het gemeentebestuur al een tijdje op zoek naar iemand die onze gemeente nog beter op de kaart kan zetten.’
Leons gezicht plooit zich in een overmoedige glimlach. Het vertrouwde Liedense accent waarmee Tolman spreekt en de toon waarop hij wordt aangesproken, als een verloren zoon, geven hem een geruststellend gevoel. Hier, in deze contreien, kunnen, zelfs wanneer er al behoorlijk wat alcohol achter de kiezen zit, gewoon zaken worden gedaan.
‘Ik begreep dat jij dit soort werk hebt gedaan toen je in Rotterdam werkzaam was. Ik ben een man die snel zakendoet. Ik zou graag willen dat je eens met ons komt praten, sterker nog, dat je komt solliciteren op een functie die er eigenlijk nog niet is,’ zegt Arald met een zelfverzekerde blik.
Leon is geïntrigeerd en geamuseerd tegelijkertijd. Dit is inderdaad een man van de directe aanpak. Wat zal hij doen? Hard to get spelen of meteen ter zake komen? Arald blijft hem vriendelijk aankijken, zonder haast in zijn ogen. Peter, die het gesprek van een afstandje heeft gevolgd, komt dichterbij en zet twee nieuwe glazen bier neer. Leon ziet hoe de broers even een blik van verstandhouding wisselen. Dit een-tweetje bevalt Leon wel, en hij beseft hoe fijn het is wanneer iemand in je gelooft.
‘Op de kaart zetten?’ vraagt Leon. ‘Maar het gaat toch wel lekker hier, dacht ik.’
‘Laat je door al die veranderingen niet van de wijs brengen, er moet nog een hoop gedaan worden,’ antwoordt Arald.
Hij licht kort toe dat de welvaartssprong die Lieden heeft gemaakt ook weer andere problemen met zich mee heeft gebracht en dat met name de continuïteit nu van groot belang is. Gemeentebestuurders kunnen nooit achterover hangen en de zaken op hun beloop laten.
‘Dus niet alleen economische belangen moeten worden gewaarborgd, ook het gevoel van welzijn onder de bevolking moet constant worden bijgehouden,’ concludeert de wethouder, ‘en daar hebben we iemand als jij bij nodig. Daar geloof ik heilig in.’
Leon trommelt enthousiast met zijn vingers op de tafel.
9
De bewoners van de straat organiseren jaarlijks een feest. Voorheen vond dit steeds in de tuin van een van hen plaats. Drie jaar geleden werd echter besloten het feest te verplaatsen naar de voortuin van meneer Veldhuis op nr. 5, vanwege zijn slechte mobiliteit. Nu, met Frederique en Leon als de nieuwe bewoners van nr. 5, is het tijd voor een andere locatie. Gé en Sasha de Koning van nr. 3 hebben het initiatief genomen om het straatfeest deze keer in hun tuin te organiseren. Met diverse snacks en flessen drank arriveren Leon en Frederique bij hun buren, waar ze met applaus worden ontvangen.
‘Ja, jullie zijn nieuw, en om nou meteen met zijn allen in jullie tuin te gaan staan is wat veel van het goede,’ merkt Donna Schuurman van nr. 9 op. ‘Hoewel, traditie is traditie.’
‘Welkom in de straat,’ voegt haar man Hein eraan toe.
Ze krijgen welkomstcocktails in hun handen gedrukt en worden subtiel tussen de andere buren geschoven. Overal zijn lachende gezichten en handen worden uitgestoken om hen te begroeten. Leon kijkt om zich heen en ziet al snel een dertigtal mensen in de tuin staan, meer dan alleen bewoners. Hij probeert in te schatten wie zijn buren zijn, maar hij verliest al gauw het overzicht. Hij verheugt zich op de ontmoetingen die deze dag nog zullen plaatsvinden, en ondanks de vele konderen is er geen kindermeisje in zicht. Ook niet bij de tuintafel, beladen met diverse hapjes en flink wat wijnflessen.
Leon bedenkt dat hij dit soort straatfeestjes eigenlijk niet kent uit de tijd dat hij hier woonde. Dat kwam vooral omdat de mensen uit de straat waarin hij destijds woonde helemaal niet met elkaar omgingen, maar hij kende het ook niet van vrienden uit andere buurten. Er was wel sociaal contact, maar dat speelde zich altijd in het klein af en rond de keukentafel. Verjaarspartijtjes en buurtbijeenkomsten waren sober. Ook gezamenlijk naar het nationale elftal kijken kende men in Lieden niet. Dat maakte hij voor het eerst mee in Rotterdam.
Dan ziet Leon hoe Frederique even verderop iets in haar handtas zoekt. Haar gezicht staat op onweer. Het rustige doorzoeken verandert in driftig opzij maaien van spullen als hij dichterbij komt. Haar reactie op zijn vragende blik is kortaf, en ze maakt met enkele woorden duidelijk dat ze hoofdpijn heeft. Ze gaat verder met graaien. Donna, die het van een afstandje heeft gadegeslagen, herkent het en zegt rustig: ‘Ik heb wat jij nodig hebt. Loop maar even mee.’
Donna en Frederique lopen het huis van nr. 9 binnen. Frederique is bij binnenkomst nog niet gestopt met zoeken en Donna gebaart haar te wachten. Even later komt ze teruggelopen met twee apotheekpotjes in haar handen, die ze triomfantelijk in de lucht houdt. ‘Je mag kiezen,’ zegt ze, ‘de rustige of de sterke variant.’
Frederique pakt beide potjes en bekijkt de etiketten. Ze ziet dat het geen voorgeschreven medicijnen zijn, maar wel middelen die je normaal bij de apotheker moet halen.
‘Hoe kom je hieraan?’ vraagt Frederique.
‘Gewoon online besteld.’
Frederique is niet het type dat bij een gratis laptop gaat zeuren over de hoeveelheid geheugen, maar met medicijnen is ze voorzichtig. Een goede vriendin en voormalig huisgenoot van haar is ooit in een coma geraakt omdat ze verkeerde slaappillen van een buurvrouw had geleend. Zo’n situatie hoopt ze nooit meer mee te maken.
‘Tegenwoordig ga je één keer naar je huisarts, je vertelt hoe je de komende tijd, bijvoorbeeld voor een halfjaar, je medicijnen of andere spullen wilt hebben en de rest kun je dan online doen,’ vertelt Donna.
‘En dat wordt nergens meer gecheckt?’
‘Nee joh, als het bevalt kun je bestellen wat je wilt en de verzekering doet de rest. Het komt best vaak voor dat ik voor anderen bestel, geen enkel probleem.’
Frederique kijkt nogmaals op de potjes en ziet dat de zware variant Tramadol is. Ze weet dat die onder andere voor zware kankerpatiënten zijn met zeer hevige pijn.
‘Weet je het al?’ vraagt Donna een beetje ongeduldig.
‘O, ja sorry, doe maar zo’n lichte.’
Als ze teruglopen verontschuldigt Frederique zich een beetje bij haar nieuwe buurvrouw voor het gedoe en ze zegt dat haar geagiteerdheid door de hoofdpijn komt. Donna glimlacht en slaat een arm om haar middel.
‘Kom, met een koude chardonnay werkt dat lichte spul ook fantastisch.’
Terug in het gezelschap neemt Donna Frederique op sleeptouw en sleurt haar in een hoog tempo langs alle buren. Hierbij worden voortdurend selfies gemaakt met iedereen die maar wil. Na een paar gesprekjes, foto’s en dito glazen wijn voelt Frederique, dat de pillen van Donna hun werk doen en een gelukzalig gevoel maakt zich van haar meester. Donna wil weten hoe Frederique en Leon elkaar ontmoet hebben en Frederique vertelt dat hun eerste zoen in Rotterdam was. Daar had ze Leon leren kennen in het uitgaansleven en hij had haar een paar keer meegevraagd op marketingfeestjes die in die tijd nogal uitbundig waren.
Leon is even verderop met Anton Breedveld en zijn vrouw in gesprek over de kinderen en de schoolreünie en gebaart naar Frederique dat ze zijn kant op moet komen. Simone Breedveld heeft het idee dat ze Leon van school kent, maar ze is een paar jaar jonger dan Leon, dus ze zijn nooit met elkaar omgegaan. Nu komen ook Gé en Sasha de Koning bij het gezelschap staan en Sasha herinnert zich Liesbeth, de zus van Leon.
‘Volgens mij wonen ze aan de andere kant van Lieden,’ antwoordt Leon, ‘maar we spreken elkaar weinig.’
Sacha wil meer weten over Liesbeth, maar Frederique weet dat Leon dit onderwerp niet leuk vindt en vraagt: ‘Wisten jullie dat Leon is benaderd voor een nieuwe baan?’
De buren kijken nu naar Leon. Hij is zelf nog vol van de gebeurtenissen rondom zijn mogelijke sollicitatie en maakt een bescheiden gebaar.
‘Wat ga je doen?’ vraagt iemand.
‘Dat weet ik eigenlijk nog niet,’ zegt Leon, ‘maar de gemeente heeft me benaderd om een soort tussenfunctionaris te worden. Iets commercieels en toch sociaal betrokken. Een geheel nieuwe functie. Morgen ga ik op sollicitatiegesprek.’
Nu ziet Leon ook drie mannen die hij niet als buren herkent en hij probeert in te schatten bij wie ze horen. Terwijl hij zijn buren vertelt over het gesprek met Arald let hij met name op hun reactie en hij heeft het gevoel dat ze over hem aan het praten zijn. Het leidt hem enorm af en Leon onderbreekt zijn verhaal. ‘Excuus, ik heb me nog niet aan jullie voorgesteld.’
Twee van de drie mannen stellen zich voor als collega’s van buren uit de straat, maar de derde man doet net alsof hij iets te drinken gaat halen en verlaat het gezelschap. Leon kijkt hem na en ziet dat hij verderop een praatje maakt met de jonge makelaar. Hij ziet hoe de twee kort met elkaar praten en dat de makelaar zijn kant op kijkt. Leon wil zijn hand opsteken, maar dan krijgt hij een hand op zijn schouder van buurvrouw Sasha die zijn uitzicht blokkeert.
‘Ze zullen je echt niet zomaar vragen,’ zegt ze glimlachend. ‘Die mensen van de gemeente weten heel goed waar ze mee bezig zijn.’
10
Leon was als merkenstrateeg bij UGH gewend om regelmatig een pak te dragen, alhoewel dat van zijn werkgever niet echt verplicht was. Nu voelde het nieuwe pak onwennig. Een stropdas had hij sowieso al jaren niet om gehad en hij wist niet of de door hem gekozen das goed was of overdone. Bij de receptie van het gemeentehuis is hij, na zich te hebben aangemeld, snel nog even het toilet in geschoten om zijn kleding te checken en zichzelf een laatste peptalk te geven. Iets wat hij vroeger vaker deed als hij een presentatie moest geven.
Meestal als hij naar zijn eigen beeltenis kijkt kan hij zijn zenuwen ombuigen naar ontspanning. Dit gaat vaak gepaard met wat bekkentrekkerij of een naar zichzelf wijzende vinger met een tekst als: ‘Jij bent de man!’, maar dan moet de toiletruimte wel helemaal leeg zijn. Gelukkig is hij nu alleen en hangt hij, leunend op een wastafel, met zijn gezicht voor de spiegel. Zijn dikke haar en gladde huid maken hem jeugdig en de veertig lijkt in ieder geval nog ver weg. Daar zal ongetwijfeld naar gevraagd worden, denkt hij, terwijl leeftijd voor deze functie nauwelijks een rol zal spelen. Ervaring eerder. Hij is er klaar voor.
Net als hij plaats wil nemen op de oncomfortabel uitziende grijze bankjes in de hal, komt er iemand op hem af lopen. Het geluid van hakken galmt door de lobby. Ze zijn afkomstig van een opvallend grote dame van een jaar of dertig in een onooglijke bloemenjurk. Ze zet een geforceerde glimlach op en knippert flink met haar ogen.
‘Meneer Mordicus? Volgt u mij maar.’
Het gemeentehuis heeft een behoorlijke opknapbeurt gehad. In zijn herinnering was er net voorbij de entreehal een oud gedeelte in dezelfde stijl als zijn middelbare school. Met veel nepmarmer en hoge wanden met tegels. Nu zijn er gietijzeren toegangsdeuren, waarvan het glas de ruim aanwezige beeldschermen in plaats van de prikborden reflecteert. Wanneer hij de dame volgt naar het achtergedeelte, ziet hij dat de strak vormgegeven sluisdeuren op meerdere plekken zijn beveiligd, ze gaan niet automatisch open. De dame zwaait bij iedere deur met haar hand langs een sensor, waardoor de deuren opengaan. Een pasje of elektronische sleutel kan Leon in de gauwigheid niet ontdekken en hij vermoedt dat ze iets anders in haar handen heeft. Tijd om hiernaar te vragen heeft hij niet, want na nog een poort komt hij via een korte gang in een kleine ruimte die doet denken aan de wachtkamer van een therapeut. De dame draait zich verrassend soepel om en biedt hem vriendelijk glimlachend een stoel aan. Dan loopt ze snel weer de gang op.
Leon voelt zijn mobiele telefoon trillen in zijn broekzak en beseft dat hij deze moet uitschakelen tijdens de sollicitatie. In het scherm ziet hij berichtjes die afkomstig zijn uit zijn Horizon-app die heeft geïnstalleerd. Het zijn nieuwsberichten met betrekking tot gebeurtenissen in Lieden. Een daarvan is een blog van de makelaardij over nieuwe woningen in de stad omgeven door allerlei pop-ups van lokale bedrijven. Hij drukt het weg en zet zijn telefoon uit. Even later hoort hij wat geluid van schuivende stoelen in de ruimte naast hem en een duidelijke mannenstem die zegt dat de kandidaat binnen kan komen.
Leon stapt de oude vergaderzaal van het gemeentehuis binnen. Recht tegenover de deur staat een grote tafel met daarachter vier personen. Het is het voltallige gemeenteraads-bestuur op de burgemeester na. Hij herkent Arald die wordt geflankeerd door een man en twee vrouwen. Arald staat op en begroet Leon. Daarna wijst hij hem een stoel en begint met het voorstellen van de anderen. Links van hem zit de fractievoorzitter van Gemeentebelangen en tevens wethouder Brink Nijdam. Het is haast een kopie van Arald qua voorkomen en postuur. Nijdam veegt zijn spaarzame haar rustig over zijn kalende hoofd en knikt vriendelijk. Daarnaast zit de gemeentesecretaris Paula Gordijn, van Lieden Vooruit, en aan de andere kant zit het hoofd van financiën Lieke van Elk. Leon kijkt naar beide vrouwen en besluit dat hij Paula aantrekkelijker vindt. Als iedereen is voorgesteld, knikt Arald naar Leon.
‘Goedemiddag, college, mijn naam is Leon Mordicus, ik ben veertig jaar en geboren en getogen hier in Lieden. Ik woonde destijds dicht in de buurt van het oude centrum. Ik heb na mijn middelbare school een paar jaar heao gedaan in Rotterdam, om vervolgens in de marketing te gaan werken als merkstrateeg bij UHG, Uytenhagen, De Groot en Heinen.’
Leon vertelt dat hij een aantal jaar geleden creatief directeur was geworden en vervolgens partner. Het werk ging met name over strategisch advies en merkenbouw, maar hij vond dat toen al vaag klinken. Er werd niet alleen naar huidige en toekomstige markten gekeken, maar ook hoe de potentiële kopers zelf in elkaar zaten. Doelgroepanalyse dus.
Voor een bepaald automerk werd bijvoorbeeld niet alleen gekeken naar de steden van de toekomst en de mobiliteit van de mensen, maar ook naar de veranderende behoefte van verschillende personen ten opzichte van die auto. Vervolgens werden er overeenkomsten en verschillen binnen doelgroepen onderzocht, zodat de verwachtingen van de mensen custom-made en zeer individueel in kaart konden worden gebracht.
‘Daarmee liepen we voor op grote technologiebedrijven, die dat nu met duizenden algoritmes in één keer kunnen weergeven. Met het grote verschil, dat wij toen betrouwbaar omgingen met de verkregen data. En ik vooral met de klant.’
Het gezelschap achter de tafel zit instemmend met Leon mee te knikken en Paula Gordijn maakt aantekeningen. Omdat niet duidelijk is wat de functie precies inhoudt, geeft Tolman nu eerst het woord aan Nijdam, die uitlegt waarom er een vacature is gestart. De bedoeling is dat Leon een liaisonfunctie krijgt namens de gemeenteraad bij het bedrijf Horizon dat even buiten de stad gevestigd is. De taakomschrijving is eigenlijk heel eenvoudig. Leon moet de gemeentebelangen behartigen wanneer het gaat om de marketing en communicatie richting Horizon en hij is daarmee het visitekaartje van het stadhuis.
Dan neemt Arald opnieuw het woord. De wethouder schraapt zijn keel, waarna hij een slok water neemt, dat voor iedereen behalve Leon was klaargezet.
‘Kijk, Leon, we hebben Lieden ruim tien jaar geleden vanaf de grond weer opgebouwd. In de periode daaraan voorafgaand was er crisis, onrust, en alles wees erop dat de stad en haar bestuurders corrupt aan het worden waren. Ik beschuldig hier niemand, maar de situatie was zo complex dat de mensen door omstandigheden niet in staat waren om het roer om te gooien. A recipe for disaster. Wij hebben de boel steen voor steen weer opgebouwd, de infrastructuur aangebracht en hersteld, plannen uitontwikkeld, bureaucratie een halt toegeroepen en vooral de mensen weer hoop gegeven. Het eerste wat moest gebeuren was die totaal verschillende gemeenten samenvoegen. Richel en Achterveld waren van oorsprong probleemgemeenten met nauwelijks bestuur, werkgelegenheid, welvaart of vooruitgang, terwijl Lieden alleen maar bezig was om brandjes voor hen te blussen. Letterlijk en figuurlijk. Nogmaals, ik beschuldig niemand, zo doen wij dat niet in deze gemeenschap, maar er waren grote problemen. Er was geen toezicht meer, er was sprake van toenemende criminaliteit, slecht werkende zorg voor ouderen, werkeloosheid, armoede en een volledige teloorgang van het vastgoed.
Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen in die periode hadden we de kans om twee lokale partijen, te weten Gemeentebelangen en Lieden Vooruit, met elkaar te laten wedijveren. Zodoende was de tendens in de stad dat mensen slechts twee keuzes hadden, waardoor de opkomst groot was en de doelen waarop men stemde duidelijk. Beide partijen kregen gezamenlijk ruim tachtig procent van de stemmen en gevestigde partijen als CDA en PvdA, met alle respect, werden weggevaagd. Iedereen stemde lokaal.’
De wethouder grinnikt bij het uitspreken van de partijnamen alsof die definitief tot het verleden behoren. Hij vertelt verder hoe na de verkiezingen de lokale partijen los van elkaar geen meerderheid hadden en zij achter de schermen flink hebben doorgepakt en een coalitie hebben gevormd. Beide verkiezingsprogramma’s bleken de fusie met de deelgemeenten hoog op de agenda te hebben staan dus werd dat het uitgangspunt van de samenwerking.
‘Hier hebben we natuurlijk bij de bevolking onderzoek naar gedaan en de resultaten lieten een enorm draagvlak zien. Op die manier kregen we een lokaal bestuur met een 85 procent meerderheid. Een soort partij van nationaal belang, kun je wel zeggen. En in ons geval dus lokaal.’
Arald pauzeert even en neemt een slok water. Tevreden kijkt hij naar zijn tafelgenoten. De anderen achter de tafel volgen zijn voorbeeld en drinken wat. Alsof ze even op de wethouder gewacht hebben, denkt Leon.
‘We merkten dus dat de depolarisatie van beide lokale partijen snel leidde tot een samenwerking. Men vond elkaar op allerlei gebied: veiligheid, zorg, onderwijs, werkgelegenheid, noem maar op. Door de steun van de bevolking en de Provincie was de fusie van de deelgemeenten binnen een jaar een feit. We werden zelfs overladen met complimenten van het ministerie van Binnenlandse Zaken.
En hoewel er altijd mensen zijn die vinden dat de onderzoeksresultaten te snel zijn verkregen, dat de methodiek niet klopte en dat er goed moet worden gekeken naar een betere verdeling van de macht, volgde er snel een periode van aanpakken. Mede dankzij de steun van een specifieke nationale bank, die ons aan extra investeringskrediet kon helpen. Daarna was het een kwestie van de boel bij elkaar houden. En dat hield helaas ook in dat we een aantal dissidente notabelen uit de stad duidelijk moesten maken dat er voor hen geen plaats meer was. Maar dat deden we gezamenlijk en met open vizier.’
De mensen achter de tafel knikken instemmend en blijven Tolman aankijken als hij uitlegt hoe door een compleet nieuw transparant beleid, hulp van derden en vooral door digitalisering men snel kon handelen. In die tijd zocht een groot Amerikaans onlinebedrijf een strategische locatie voor zijn distributiecentrum in Nederland. Het had al aangeklopt bij de provincie en stuurde een delegatie naar onze voordeur. Het was Horizon, dat groot geworden was in Amerika met de verkoop van online spullen: van boeken tot huishoudelijke artikelen, maar zelfs ook auto's. Ze zochten een vooruitstrevende gemeente en een goede locatie voor een distributiecentrum, vlak bij de grens met Duitsland. Lieden was een logische keuze.
Leon moet denken aan de woorden van Gerard dat Arald zichzelf graag hoorde praten en dat begint nu op te vallen. De wethouder gaat zelfs rondlopen als hij vertelt over de gevolgen van een machtswisseling binnen de stad die alleen soepel kan verlopen als er geld ter beschikking wordt gesteld. Niet zozeer om van mensen af te komen, meer om lopende contracten af te kopen en eerdere investeerders tevreden te houden. Met het geld van Horizon kon dat. Daarnaast was er vooruitzicht op veel werkgelegenheid, iets wat het geloof in het bestuur en in de toekomst deed aanwakkeren. Iedereen wilde meer leraren voor de klas, meer agenten op straat, betere ouderenzorg, betere infrastructuur, rechtsgelijkheid, veiligheid voor kinderen, etc.
Zonder te verslappen blijft het bestuur naast de wethouder enthousiast meebewegen.
‘Horizon was erg positief en kon ons helpen met de technologie om die plannen snel te realiseren,’ zegt Tolman. ‘Met name op het gebied van digitalisering. Die technische vooruitgang deden ze in samenwerking met een ander bedrijf, dat we inmiddels kennen als Beta. En Bèta werd verantwoordelijk voor alle dataverwerking. Hoe ze dat deden, zal ik je binnenkort toelichten.’
Leon zit ademloos en geconcentreerd te luisteren. Zijn kennis over de invloed van online bedrijven en platforms is behoorlijk, vindt hij zelf, maar dat ze in Lieden al zo ver zijn en wellicht ook in andere plaatsen, is hem onbekend.
‘Ik zie dat je vol vragen zit,’ zegt Arald. ‘Die gaan we de komende tijd allemaal beantwoorden, eerst moeten we echter deze sollicitatie tot een goed einde brengen.’
Leon knikt en stapt brutaal naar voren om een glas water te pakken. Tegelijkertijd probeert hij de mensen achter de tafel wat dieper in de ogen te kijken, maar de aanwezigen geven geen krimp. Geen glimlachje, geen knipoog, niks. Ze kijken naar de wethouder die verder gaat met zijn verhaal.
‘Wat betreft jouw functie, je zal veel intuïtief moeten doen. Echt tijd om je in te werken is er niet. We denken dat iemand met jouw ervaring in de digitale wereld zo’n liaisonfunctie goed aankan. Iemand die bovendien beide werelden kent: die van de provinciale vastgeroestheid, zal ik maar zeggen, en de hands-on mentaliteit van de grote stad. Je krijgt niet alleen een vast salaris, je kunt ook meeprofiteren van het crypto-currencymodel van Horizon, dat ze een paar jaar geleden hebben geïmplementeerd, waardoor nieuwe out-of-the-box investeringen kunnen worden gerealiseerd. En dat kan behoorlijk lucratief zijn, kan ik je melden. Ik heb er alle vertrouwen in dat jij dit goed gaat doen. Wellicht is er nog iemand aan deze tafel die nog een vraag heeft.’
Paula Gordijn steekt haar hand op. Er komt zelfs een klein beleefd glimlachje op haar gezicht, terwijl ze haar ellebogen op tafel legt.
‘Meneer Mordicus, of mag ik Leon zeggen?’
‘Leon, graag.’
‘We leven in een samenleving die steeds digitaler wordt, en digitalisering wordt in Lieden ook steeds belangrijker. Ben je ook een beetje onderlegd in artificial intelligence?’
Omdat Leon geen idee heeft waar Paula Gordijn met deze vraag heen wil, houdt hij het antwoord vaag door te zeggen dat die ontwikkelingen erg snel gaan de laatste tijd.
‘Laat ik het dan zo formuleren: zie je digitalisering eerder als een kwaad of als een zegen?’
‘Ik denk dat het een ontwikkeling is die we niet kunnen stoppen, dus moeten we uitgaan van de positieve effecten die A.I. op ons leven kan hebben. Denk aan de kennis die A.I. ons kan leveren, bijvoorbeeld in de zorg of ter verbetering van bureaucratische systemen. Een beetje zoals bij de komst van internet.’
‘En wat zie je als negatieve ontwikkeling?’
Leon aarzelt. Ook hier lijkt het hem slim om nog even in algemeenheden te praten, want hij ziet aan Paula Gordijn dat het haar gebied is. Dus een onnozele achterhaalde opmerking wil hij voorkomen.
‘Achteraf gezien denk ik dat we het internet destijds beter hadden moeten reguleren. Meer controle op privacy bijvoorbeeld en dat we die kans met A.I. nu wel moeten benutten.’
Paula kijkt naar de wethouder, die gebaart dat ze hier op een ander tijdstip verder over moeten discussiëren. Ze knikt vriendelijk en gaat weer een beetje achterover zitten.
‘Had je hier wat aan?’ vraagt Leon brutaal.
‘Het lijkt me leuk om er wat langer over door te praten binnenkort,’ antwoordt Paula, terwijl ze met haar hand een haarlok van haar voorhoofd strijkt. Leons ogen blijven daardoor net iets te lang op haar ogen gericht; hij schrikt er zelf van.
Arald wil graag afronden en kijkt nog even naar zijn collega’s. Lieke, de financiële vrouw, merkt nog op dat het wel goed komt met een salarisvoorstel en contract en de anderen maken duidelijk geen vragen meer te hebben. Leon voelt dat de spanning bij hem nu weg is, maar is verrast als Arald eindigt met te zeggen: ‘Ik zou het interessant vinden als jij nog iets meer je licht kan laten schijnen over wat je zelf verwacht.’
‘Zoals ik het zie,’ begint Leon, ‘is dit een duidelijk verbindende functie die voortdurend om inzicht, overzicht en initiatieven vraagt en die is helemaal op mijn lijf geschreven. Jarenlang heb ik in grote lijnen hetzelfde gedaan voor het kantoor in Rotterdam, dus kom maar op.’
Leon praat de tijd handig vol, want hij weet dat er zich een definitief ‘ja’ in de hoofden van het gemeentebestuur aan het vormen is. Zijn zinnen zijn enthousiast en doortastend. Arald staat na Leons korte betoog op en zegt dat een lange discussie over zijn aanstelling niet nodig is. Met een uitgestrekte arm heet hij Leon welkom in het team. Tijd voor een borrel.
Leon wordt meegenomen naar een kamer naast de vergaderzaal, waar al een kleine serveerwagen met diverse flessen klaarstaat. Hij is weliswaar opgelucht, maar weet dat er nog nergens een handtekening op papier staat, dus neemt hij snel weer het initiatief in handen. Hij schudt soepel wat plannen uit zijn mouw, waarmee hij zijn toehoorders nieuwsgierig kan maken. Brink Nijdam, Paula Gordijn en Lieke van Elk vreten alles wat hij ze voorschotelt. Uit zijn ooghoeken ziet Leon hoe Arald dit allemaal tevreden gadeslaat.
De drank vloeit rijkelijk en Leon is helemaal in zijn element. Dit is zeker niet de plaats en de tijd om te veel zelfvertrouwen uit te stralen, maar wanneer hij met Tolman en Paula Gordijn in een discussie over landelijke politiek versus regionaal beleid verzeilt, merkt hij dat hij zelfs hier met een beetje improvisatie mee kan. Hij vindt het geweldig om te horen hoe deze gemeente zich door haar verworven positie nauwelijks iets hoeft aan te trekken van beslissingen van het rijk. Tolman legt uit dat er goed naar de mensen in Den Haag wordt geluisterd, maar bij negentig procent van de beslissingen bepalen de lokale partijen de koers van de stad. En dat zou wat hem betreft in veel meer gemeenten het geval moeten zijn. De kracht van de werkvloer, zoals hij het noemt. En Paula Gordijn is het roerend met hem eens.
Wanneer Leon afscheid heeft genomen van zijn toekomstige collega's, kan hij niet wachten om het ergens in zijn eentje uit te schreeuwen. Hij is helemaal terug.
11
Na het sollicitatiegesprek fietst Leon naar huis. Direct na het verlaten van het stadhuis heeft Leon Frederique een vrolijk berichtje gestuurd, maar zonder details. Hij kan niet wachten om haar en de jongens het nieuws te vertellen.
Vlak voordat hij thuis is krijgt hij een appje van Frederique. Het is geen antwoord op zijn eerdere bericht, maar een melding dat hij bij thuiskomst even een mail van school moet lezen. Niet veel later gevolgd door: Ik wil straks alles horen over je sollicitatie natuurlijk. Hartje.
In het huis treft Leon niemand aan. Hij vindt zijn laptop op de keukentafel en klapt die open. Al snel ziet hij de mail van Eddy’s school:
Geachte ouders/verzorgers, graag jullie aandacht voor de bijgesloten brief.
Met vriendelijke groet, E.H. (Hella) Bijsters-de Jonge
managementassistente/preventiemedewerker.
Leon heeft honger en hij pakt een banaan van de fruitschaal, pelt deze en loopt weer terug en opent de brief. Met een flink stuk banaan in zijn mond leest Leon het bericht. Het gaat over Rinus Veldhoen uit 3B, de parallelklas van Eddy die zonder opgaaf van reden al een paar dagen niet op school is verschenen.
Aangezien Giel en Eddy brave jongens zijn en hun telefoons thuis hebben gelaten besluit Leon deze te gaan zoeken op hun kamer. Misschien dat hij meer te weten kan komen over die Rinus Veldhoen. In de kamer van Eddy vindt hij al snel diens mobieltje naast zijn bed. Terwijl hij naar het scherm staart, ziet hij het aantal ongelezen berichten oplopen tot meer dan vijfentwintig. Leon heeft destijds geholpen bij het installeren van de telefoon en kent de wachtwoorden. Als hij de groepsapp opent, ontdekt hij dat de berichten allemaal betrekking hebben op hetzelfde onderwerp: Rinus Veldhoen wordt vermist, niet op school verschenen.
WTF. Rinus blijkt weg
Weet iemand iets over Rinus van 3A?
He, guys, iets van Rinus gehoord. Al 2 D niet op school
Hij schijnt eerder met vakantie te zijn gegaan
Hij was er nooit, een van de velen
Rinus is toch die L van 3B?
Nee, 3A, je bent zelf een L emoji emoji
PITA
Check zijn FB
Zoo uncool dit.
De berichten blijven ook binnenkomen en hij leest verder.Bovenkant formulierOnderkant formulier
Rinus is n PITA
Hij durfde sws niet naar school toch?
Hing altijd ergens rond
Cker, werd gedist.
Rinus is trash. LMAO.
Leon kent niet alle uitdrukkingen. L betekent Loser en PITA, pain in the ass, weet hij. Wanneer Leon op het bed zit laat hij de berichtjes op zich inwerken. Het is pesten of gepest worden, dat is toch een wezenlijk onderdeel van de schooltijd. Hij graaft in zijn herinnering of hij vroeger een treiteraar was. Hij weet het niet meer. Wel dat hijzelf het gevoel had dat hij bij de stoere jongens van zijn klas hoorde, omdat hij dat belangrijk vond. Zelf was hij geen pester, denkt hij.
In een tijd waarin mobiele telefoons en sociale media geen rol speelden, werden conflicten op het schoolplein, op het sportveld, of in een van de schaarse gelegenheden in de stad beslecht. Leon heeft dit aspect van het tienerleven nooit met zijn zoons besproken, evenmin met ouders met kinderen in dezelfde leeftijd. In Rotterdam hoorde hij van ouders die hun kinderen zo erg wilde beschermen dat ze spyware op hun computers installeerden. Hij zou zoiets nooit doen, ook niet om ze te beschermen. Maar vragen stellen aan zijn zoons over die aspecten van het schoolse leven had hij ook niet gedaan. Is dat nalatigheid? Met een zucht legt hij Eddy's telefoon terug op het bed en verlaat de kamer.
12
Voordat Leon zich gaat melden voor zijn introductiemiddag op het gemeentehuis heeft hij een afspraak gemaakt met de schooldecaan, de heer Klijn Wetering. Leon vindt het gezien de situatie met Rinus Veldhoen belangrijk om zich als ouder te melden. Hij is bepaald geen psycholoog, maar hij heeft ooit ergens gelezen dat impactvolle gebeurtenissen met name bij kinderen in de beginfase gepaard gaan met verlammend gedrag.
De schooldecaan, die alles in het werk heeft gesteld om er ook uit te zien als iemand uit het onderwijs, ontvangt hem in zijn kamer. Hij maakt Leon een compliment dat hij zo betrokken is, terwijl Rinus Veldhoen niet eens een klasgenoot is van Eddy, maar in de parallelklas zit. Klijn Wetering legt uit dat er inmiddels wel is gesproken met een aantal ouders via de mail, maar dat er nog weinig bekend is. Wat hij weet is dat Rinus’ vader contact heeft met de politie, omdat er 24 uur zijn verstreken. En dat is in het geval van een minderjarige een cruciale tijdsspanne.
‘Wat is het voor een jongen, die Rinus?’ vraagt Leon.
‘Hij is een beetje een teruggetrokken figuur. Wel slim, altijd goede cijfers, maar heel erg op zichzelf. Zit volgens klasgenoten vooral achter zijn computer en waar hij zich mee bezig houdt, niemand weet het.’
‘Herkenbaar,’ zegt Leon, ‘die van mij zijn niet anders.’
Leon vertelt dat hij net als veel ouders moeite heeft om de nieuwe generatie duidelijk te maken dat er meer is dan een beeldscherm, maar dat hij ook heeft gemerkt dat zijn zoons slim zijn met andere zaken. Ze spreken door het vele kijken naar alle content hun talen goed en leren spelenderwijs van alles over de wereld.
‘Wel heb ik van andere leerlingen gehoord dat hij handig is met crypto, digitale currency en nft’s,’ zegt de decaan.
‘Als hobby? Tja, je weet het niet tegenwoordig.’
‘Geen idee, ik heb het ook alleen maar van horen zeggen. Maar ik weet van andere scholen dat er veel leerlingen thuis of ergens anders zitten. Als je online geld kan verdienen waarom zou je dan naar school gaan is hun motto.’
‘En checkt de school ook op welke sites ze allemaal zitten?’ Dat vind ik zelf namelijk nogal lastig,’ zegt Leon.
‘Dat is echt onbegonnen werk, meneer Mordicus. Ik ben al lang blij dat ze zich houden aan het telefoonverbod tijdens de schooluren. We hebben onze handen vol aan dat autonome gedrag.’
Leon kijkt op zijn horloge en ziet dat hij weer eens op moet stappen, maar dit korte gesprek zet hem wel tot nadenken. Deze problematiek is misschien van alle tijden, maar hij schrikt wel een beetje van de moedeloze reactie van deze man.
‘We houden de situatie rondom die jongen nauwlettend in de gaten en goed dat u uw bezorgdheid komt uitspreken.’
Leon knikt, maar merkt dat de decaan hem op dit moment niet wijzer gaat maken. Hij staat op en zegt dat hij weer aan het werk moet. Ze praten bij het weggaan nog wat over Eddy en Giel en of ze hun draai hebben gevonden, maar dan maakt de decaan duidelijk dat hij echt weer aan de slag moet en dat hij Leon wel op de geplande ouderavond ziet. Hij zal in de tussentijd proberen ouders op de hoogte houden voor zover dat mogelijk is. Ze nemen afscheid.
13
Totaal anders dan bij zijn vorige kantoorbaan, gaat Leon eerst kennismaken met zijn collega’s. En waar kun je dat beter doen dan bij de koffieautomaat. Tegen het einde van de ochtend loopt Leon met een aantal mensen mee richting de kantine. Daar hebben zich al wat collega’s verzameld. Hij sluit netjes achteraan aan en glimlacht links en rechts naar wat mensen. Hij is niet iemand die meteen zijn hand uitsteekt en zich voorstelt en wacht keurig totdat iemand naar hem komt. Een dame van rond de vijftig met opgestoken krulletjeshaar stelt zich voor. De natuurlijke manier waarop ze Leon begroet bevalt hem wel.
‘U bent ongetwijfeld onze nieuwe collega op de communicatieafdeling,’ zegt ze. ‘Ik ben Marijke van Tiel, van het secretariaat. Heeft u al iemand die u rondleidt?’
Marijke duwt Leon subtiel voorbij de koffieautomaat met de mededeling dat hij nog niet in het systeem zit. Verbaasd kijkt Leon opzij, maar zij legt de situatie uit: ‘De koffiemachine werkt met gezichtsherkenning en weet meteen hoe je jouw koffie het liefst hebt. Heel handig.’
‘Inderdaad,’ zegt Leon.
‘En hoe heb je hem het liefst?’
‘O, ja, cappuccino met veel suiker.’
Wanneer ze hem in een razend tempo een aantal afdelingen heeft laten zien, meldt ze dat het voor Leon waarschijnlijk prettig is om eerst even de lucht in zijn nieuwe kantoor op te snuiven voordat hij iedereen een hand moet geven. Met dat opsnuiven is Leon vrij snel klaar. Het is hier wel verdomde klein, denkt hij, een hokje van hoogstens twee bij drie meter. Is dit de ruimte voor het hoofd van de communicatieafdeling? Een klein, functioneel bureau met een grote leren bureaustoel neemt driekwart van de ruimte in. Er is nauwelijks plek om iemand te ontvangen. Maar dan ziet hij hoe ongelooflijk hightech de kamer is en dat het bureau is voorzien van de modernste communicatie-mogelijkheden. Als hij op de desk van zijn bureau op het knopje beamer drukt, komt er links van hem een scherm naar beneden. Op een grijze kast ziet hij de projector staan. Als hij met zijn mobiele telefoon de wifi checkt, wordt deze meteen verbonden. Alles werkt razendsnel. Een beetje gniffelend gaat Leon nu achter zijn bureau zitten en checkt nog meer knopjes. Tenslotte kijkt hij door het piepkleine raam naar buiten en ziet de parkeerplaats aan de achterkant van het stadhuis. De saaiheid van het uitzicht wordt versterkt door een mistige hemel, die als een natte handdoek over de stad ligt. Dan wordt er op de deur geklopt. In de deuropening staat een jongeman met opvallend zwart piekhaar, die zich meteen voorstelt.
‘Martin Hillen,’ zegt hij. ’Ik ben het hoofd IT van de gemeente.’
‘Ah perfect,’ roept Leon, die zichzelf voorstelt.
‘Heb je alles al uitgeprobeerd?’ Ongevraagd komt Martin naast Leon staan en buigt zich over de knopjes, drukt er een in en uit het bureau komt een computerscherm naar boven.
‘Handig,’ zegt Martin, ‘een extra scherm voor bij je laptop, let maar op, die ga je nog vaak nodig hebben.’
Martin legt uit dat hij iedere dag een overzicht krijgen van de pagina’s die hij bezocht heeft via het internet en het intranet. Op die manier heeft niet alleen hij, maar ook het gemeentebestuur altijd inzicht in de stappen die hij volgt als hij met een onderzoek bezig is. Dit scheelt enorm veel tijd in het terughalen van gegevens. Als laatste gaat hij nog langs een aantal handige knoppen voor handsfree bellen en vergaderen en toegang tot het stadsarchief.
‘En deze?’ vraagt Leon.
Martin lacht en drukt op het knopje dat Leon aanwijst, maar er gebeurt niets. Leon kijk even verbaasd opzij. Martin legt uit dat dit een deurvergrendeling is zodat hij niet hoeft op te staan om zijn kantoor af te sluiten als hij privacy wil. Wanneer Martin de deur weer ontgrendelt komt er iemand binnen. Het is Tamara, van de marketingafdeling. Ze heeft een stapel papier in haar handen, waardoor handen schudden een beetje moeilijk is.
‘Voor mij?’ vraagt Leon.
‘Niks daarvan, dit gaat naar de archiefafdeling. U krijgt uw opdrachten allemaal digitaal via een werkdossier. Heeft Martin dat nog niet uitgelegd?’
‘Komt nog,’ antwoordt Martin vlug. ‘Eerst de gadgets.’
Tamara maakt duidelijk dat de eerste opdracht al klaarligt, en deze middag staat een kennismakingsronde met een aantal collega's op het programma. Haastig instrueert ze Martin om Leon te begeleiden bij het volgen van het protocol, waarna ze zonder omkijken haar eigen weg vervolgt. Nadat Martin heeft uitgelegd dat hij over een uur terugkomt voor meer technische details, waaronder het communiceren via hologrammen, neemt Leon plaats achter zijn bureau.
Het dossier lijkt opvallend geordend. Zijn naam prijkt in een specifieke sectie, en Leon ziet dat er een afspraak is ingepland voor een rondleiding in het distributiecentrum. Een paar lege velden wachten op invulling, terwijl het merendeel van het werkblad gewijd is aan de opdrachtomschrijving. Die luidt als volgt: ‘Maak contact met het distributiecentrum van Horizon, verdiep je grondig in de materie, engageer de marketingdirecteur aldaar en schets een korte- en langetermijnplanning om de huidige ontwikkelingen voort te zetten.’
Lekker vaag, denkt hij. Eerst maar eens zien wat ik over dat Horizon kan vinden. Op het werkblad van zijn laptop ontdekt hij diverse mappen met de naam Horizon erop en begint deze te lezen. Leon ziet een ongeopende mail op zijn scherm staan met een opvallende afzender: Magna Charta@nieuws.nl .
Beste Leon,
Ik hoop dat je nog weet wie ik ben. Je oude geschiedenisleraar van de middelbare school. Ik hoorde dat je terug bent verhuisd naar Lieden en ik zou graag een keer met je in contact komen. Zie je kans om een keer af te spreken?
Groet, Job Portee.
Leon zakt achterover in zijn stoel. Terwijl hij wat prutst aan de knopjes op zijn bureau denkt hij na. Hoe weet die Portee dat ik terug ben en hier werk? Nieuwsgierigheid wint het en Leon antwoordt dat hij inderdaad nog weet wie zijn oude leraar is, dat hij weer in Lieden woont en dat hij net begonnen is met zijn nieuwe job. Morgen afspreken wellicht?
Na een minuut stilte komt er weer een mail:
Leon,
Ja, morgen is prima. Einde van de ochtend doen? Ik mail je adres en mijn telefoonnummer via je privé mail. Die heb ik ook.
Is ok. Ik kom morgen rond het middaguur. Groet Leon.
Als er even later een bevestiging volgt, zet hij snel een blokje in zijn agenda, dat hij de volgende dag een afspraak heeft. Op het scherm ziet hij dat Marijke dit bevestigt.
14
De avond valt en Leon sluit de voordeur achter zich. Hij gaat op zoek naar Frederique. Ze is niet op de benedenverdieping en even later hoort hij haar de trap af lopen. Zodra hij haar ziet informeert hij naar de gebeurtenissen rond de vermissing.
‘Het blijft een vreemde situatie,’ zegt ze, terwijl ze rustig aan de keukentafel gaat zitten. Ze zucht even en beschrijft wat er op de redactie is voorgevallen. Kort nadat iedereen klaar was met de lunch heeft ze gezien hoe twee agenten het pand in waren gekomen en zich hadden gemeld bij de hoofdredactie. Nikki had daar net een pakketje afgeleverd toen de politiefunctionarissen uitgenodigd werden op de kamer van Cornelis Paladijn. Nikki deed alsof ze meteen wegging, maar bleef even hangen, waardoor ze hoorde dat de agenten eigenlijk alleen met een mededeling kwamen. Die was kort en krachtig en na een paar minuten verdwenen ze weer. Nikki wilde uiteraard meteen weten waarvoor de agenten kwamen en brutaal had ze aan Cornelis gevraagd wat de politie kwam doen. ‘Dat mag je best weten,’ had Cornelis gezegd. ‘Ik heb de opdracht gekregen van de politie om de vermissing morgen in de krant bekend te maken. Aan het eind van de dag zullen ze mij rechtstreeks alle informatie hierover, inclusief foto's, mailen. Wellicht kun je Frederique vragen of ze even bij mij op kantoor langskomt.’
Frederique kijkt Leon aan, maar die reageert niet.
‘Nikki was direct naar mij gegaan en ze voegde eraan toe dat ze zelf dacht dat die Rinus misschien verongelukt was. “Waarom denk je dat?” had ik gevraagd. “Ik weet natuurlijk niets zeker,” antwoordde Nikki, “maar als je de sociale media een beetje volgt, is dit niet zomaar een vermissing.”
Toen ik echter in het kantoor van Cornelis kwam hoorde ik dat er twee agenten waren geweest die een brief hadden gevonden in het huis van de familie Veldhoen.’
‘Dus die Nikki zei maar wat?’ vraagt Leon.
‘Over de inhoud van de brief hebben ze geen mededelingen gedaan, maar wel dat de brief zou leiden naar de vindplaats of eventuele verstopplaats van Rinus Veldhoen. Meer konden ze er nog niet over zeggen,’ antwoordt Frederique.
‘Dat is best wel tegenstrijdig dus.’
‘Klopt,’ zegt Frederique, ‘maar toen volgde een nog vreemdere uitleg. Cornelis zei daarna dat de politie hem de opdracht had gegeven om over de vermissing van Rinus Veldhoen niets officieels te melden. Speculaties over een eventuele zelfmoord dan wel ongeluk, moeten daarmee worden voorkomen. Er wordt op sociale media al genoeg gekletst en ze weten nog niets zeker. Dus mag er ook niet gesproken worden over een brief, want die zou kunnen wijzen op zelfmoord. Aan mij de taak om een kort stuk voor de voorpagina te schrijven, waaruit blijkt dat de politie een serieuze zoektocht is begonnen.’
Ze is opgestaan tijdens haar verhaal en heeft bij de trap haar jongens gewaarschuwd dat ze eten moeten bestellen en mogen kiezen wat ze willen. Het is tenslotte ook een beetje feest, omdat Leon een nieuwe baan heeft. Na een tijdje zit het hele gezin aan tafel, en hebben thuisbezorgers ervoor gezorgd dat alle gezinsleden hun favoriete maaltijd hebben. Leon heeft in de keuken met uiterste zorg twee frozen margarita’s bereid, inclusief een subtiele zoutrand op de cocktailglazen. Nu heft hij het glas: ‘Jongens,’ begint hij, ‘ik wilde dit vrolijke samenzijn benutten om de goede dingen met jullie door te nemen. Het huis is geweldig, jullie moeder en ik hebben allebei een nieuwe baan en jullie gaan volgens mij lekker op school.’
Eddy en Giel glimlachen, maar zijn vooral geïnteresseerd in het eten dat voor ze staat.
‘Later zullen jullie en wij ook terugkijken op deze periode en beseffen hoe goed we het toch hebben. En vooral dit soort momenten aangrijpen om een feestje te bouwen.’
Frederique klapt in haar handen, pakt haar glas, gevolgd door de jongens, en samen klinken ze hun glazen boven de tafel. Wanneer iedereen geniet van eten en drank, krijgt Leon van Frederique een exemplaar van 'Lieden aan het woord' dat morgen zal worden verspreid. Op de voorpagina prijkt een bescheiden bericht met foto, waarin wordt aangekondigd dat Leon Mordicus een vooraanstaande positie heeft verworven op het gemeentehuis als marketing projectleider en communicatieadviseur. Frederique is trots. Ze kent de beproevingen van haar man en dit voelt als een nieuwe start.
Leon haalt de rest van de margarita en aanschouwt vanuit de keuken gelukzalig zijn gezin. Zijn lieve, intelligente, zorgzame vrouw Frederique, de grappige, sportieve Giel, en natuurlijk oudste zoon Eddie, die zich op de drempel van volwassenheid bevindt.
‘Familiefilmavond vanavond?’ vraagt hij en met weemoed mijmert hij kort over de tijd waarin ze op zaterdagavond gezamenlijk in het ouderlijk bed kropen om Disneyfilms te bekijken. Er wordt nauwelijks op zijn suggestie gereageerd. Giel vraagt: ‘Wil je geen Mario-card met me spelen straks?’
‘Misschien,’ antwoordt Leon, ‘maar eerst wil ik met je moeder even bijpraten.’
‘Bijpraten,’ zegt Eddy lachend en kluift een stuk vlees van het spareribbot. Frederique moet hard lachen om haar zoon en kijkt Leon betekenisvol aan.
Wanneer Giel en Eddy zich na het eten hebben verschanst voor de televisie om te gaan gamen, pakt hij Frederique ’s hand liefdevol vast en trekt haar van tafel. Met een arm om haar middel stopt hij zijn hoofd in haar nek. Frederique beantwoord zijn genegenheid, maar wijst ook naar de kinderen die nog dichtbij zitten. Deze hebben echter niets in de gaten en gamen rustig door.
Als Frederique met beide handen Leons gezicht vastpakt weet hij genoeg.
15
Leon heeft de James E. Ray straat, appartement 12d in zijn hoofd opgeslagen samen met Jobs mobiele nummer. Job had hem via zijn thuismail laten weten dat hij alle technische apparatuur en ook zijn werktelefoon thuis moest laten.
Job Portee woont in de wijk Asmond, waar verweerde stenen bruggen de doorgang markeren tussen vervallen industrie en de belofte van een nieuw tijdperk. Eens toebehorend aan de gemeente Richel, nu een vergeten stukje grond dat weifelend in de schaduw van Lieden staat. Asmond, een naam gedrenkt in het verleden, herinnert aan de oude bandenfabriek, waar eens as en rubberdeeltjes uit hoge schoorstenen dwarrelden. Maar de bandenfabriek, ooit de levensader van de buurt, heeft haar deuren gesloten en haar geest uitgedoofd. Om Asmond te bereiken vanuit de stad, volgt men de enige redelijk begaanbare weg via een oude stenen brug. Daar staan opvallend gekleurde blokken die lijken op elektriciteitshuisjes voorzien van plaquettes met hoogspanningssymbolen.
Terwijl Leon over de brug rijdt, voelt hij de elektronische ring aan zijn vinger trillen, een beveiligingsgadget van zijn nieuwe werkgever. Hij schudt met zijn hand vanwege een lichte schok, veroorzaakt door de hoogspanning. Door deze schok beseft Leon dat het niet is toegestaan om het mee te nemen. Hij stopt even om de ring van zijn vinger te halen en in zijn broekzak te stoppen.
Hij zoekt naar het huisnummer van het appartement waar Job moet wonen. Het valt Leon op dat het op straat bijzonder rustig is. Slechts een eenzame fietser in de verte en een vrouw met een mank lopende hond doorbreken de stilte. Als Leon aanbelt, krijgt hij via een intercom een krakerig 'Yo' te horen, gevolgd door een zoemer. Boven aan de betonnen trap ziet Leon een wat oudere, grijze man staan. Aan zijn versleten kleding en sloffen vermoedt Leon dat de man alleenstaand is. En wanneer Leon het appartement binnenstapt, wordt zijn vermoeden bevestigd. Job is hartelijk. Ondanks het feit dat hij er veel ouder uitziet herkent Leon nog steeds het vertrouwde gezicht van zijn voormalige leraar. Een rustige blik onder matig onderhouden wenkbrauwen.
'Heb je mijn adres eenvoudig kunnen vinden?' vraagt hij beleefd. En voegt er meteen aan toe dat Leon hem mag tutoyeren. ‘Kom binnen ik heb koffie gezet.’
'Woon je hier al lang?' vraagt Leon, terwijl hij de woonkamer in zich opneemt. Een woning mag dan niet alles over iemands bestaan of karakter zeggen, ze vertelt toch veel. Het is er behoorlijk warm, en Leon trekt snel zijn jas uit.
'Eigenlijk nog niet zo lang.' antwoordt hij. ‘Goed dat je kon komen.’
Job wijst Leon een versleten leunstoel waar een wankele leeslamp aan hangt. Leon herinnert Job aan zijn geschiedenislessen, met name over de staatsinrichting, die hij altijd zo boeiend vond. De oude leraar geniet zichtbaar van deze opmerking. Dit was waar het docentschap om draaide: leerlingen belangrijke lessen uit de geschiedenis bijbrengen en dan later horen hoe deze lessen hun leven hebben beïnvloed.
'Je hebt me vast niet uitgenodigd om leuke verhalen uit te wisselen over school, neem ik aan?' vraagt Leon vriendelijk, terwijl hij onhandig in de leunstoel draait.
'Nee, maar het is altijd leuk om te horen dat je wat aan mijn. Lessen hebt gehad. Ik zag vanochtend je foto in de krant, dat je iets belangrijks gaat doen voor de gemeente. Maar ik wilde al eerder contact met je te zoeken.'
‘Ja, news travels fast,’ lacht Leon en hij wijst op een enorme stapel kranten en tijdschriften op de eettafel.
‘Heb geen tijd gehad om op te ruimen,’ antwoordt Job.
‘Heeft het misschien ook iets te maken met die vermiste jongen?’ vraagt Leon.
Job kijkt Leon onderzoekend aan. Deze opmerking had hij blijkbaar niet verwacht.
‘Die zoon van Willem Veldhoen, kende jij die niet van vroeger?’
‘Tja, kennen is een groot woord,’ reageert Leon. ‘Ik ben net terug, na meer dan twintig jaar afwezigheid, dus eigenlijk weet ik niets.’
‘Die Willem is een beetje een discutabele figuur,’ zegt Job. ‘Ligt al een tijdje in de clinch met mensen van Horizon. Maar daar ga ik nu verder niet op in.’
Het wordt even stil. Job roert wat met een lepeltje in zijn mok.
‘Je vraagt je misschien af wat deze oude geschiedenisleraar van je wil,’ doorbreekt Job de stilte. ‘Eerlijk gezegd weet ik dat niet precies. Misschien is het wel omdat ik mijn verhaal aan iemand wil vertellen, omdat het al zo lang geleden is dat ik met iemand over het leven van de afgelopen jaren heb kunnen spreken. Om dat allemaal enigszins te begrijpen zal ik eerst iets over mezelf vertellen.’
Bedachtzaam zet hij zijn beker op tafel en poetst zijn bril op met een hoekje van zijn overhemd. Hij ademt op de glazen en herhaalt het ritueel. Het heeft iets aandoenlijks, vindt Leon.
‘Ik had zoals je weet leuk werk, deed waar ik goed in was en had bovendien het gevoel dat wat ik deed zinvol was. Goeddoen voor de gemeenschap was goed voor de toekomst. Het opleiden van jonge mensen.’
Job vertelt over de crisissituatie waarin de gemeenschap uiteindelijk belandde. De afgelegen ligging, ver verwijderd van de welvarende Randstad, zorgde voor een onzeker bestaan, waar werkgelegenheid schaars was en de ontevredenheid onder de bevolking groeide. Jarenlang bleef deze situatie onveranderd, de Liedense samenleving stagneerde. Een bizarre samenloop van omstandigheden leidde echter tot een plotselinge verandering. Alsof na een donker wolkendek de zon begon te schijnen. Moeizame discussies over de fusie van Lieden met de deelgemeenten, vastzittende economie, het eindeloze gebrek aan financiële middelen en de onwil van de bevolking – alles kwam opeens in een positieve stroomversnelling. Landelijke partijen, die destijds de scepter zwaaiden in de gemeente, werden op een eenvoudige manier vervangen door twee lokale partijen, en onder leiding van de huidige wethouder Arald Tolman slaagde het gemeentebestuur erin vastzittende problemen vlot te trekken.
'Natuurlijk wilde ik bijdragen aan deze nieuwe ontwikkelingen. Ik had al jarenlang geroepen dat er iets moest veranderen, en omdat het onderwijssysteem een cruciale factor was, dacht ik dat ze mijn inbreng serieus zouden nemen. En dat deden ze ook’ Job vertelt hoe hij de kans kreeg om op diverse fronten mee te denken: recreatie, onderwijs, sport en algemene economische zaken, zoals een nieuw winkelcentrum of infrastructuur. Hij was opgetogen om vanuit het kloppende hart van het systeem mee te kijken en hij zag hoe de fusie met de deelgemeenten soepel verliep, hoe investeerders werden aangetrokken, en hoe er werkgelegenheid ontstond. Maar al snel maakte dit enthousiasme plaats voor zorg. Hij had het idee dat de nieuwe machtsstructuur niet bepaald democratisch tot stand was gekomen; in de haast van deze welvaartsgolf werden beslissingen genomen die de inwoners mogelijk niet volledig zouden begrijpen. En waarvan de gevolgen niet waren te overzien.
Job stopt even met praten en schenkt zijn koffiemok en die van Leon nog eens bij. Een oude wandklok begint even te ratelen, maar stopt dan weer.
‘Toen ik een keer in een openbare raadsvergadering een aantal kritische vragen aan de wethouder stelde, werd mij snel duidelijk dat men daar niet op zat te wachten. Na die vergadering werd mij zelfs te kennen gegeven dat ik gewoon mee moest bewegen. Vlak daarna werd ik niet meer uitgenodigd voor belangrijke vergaderingen, omdat ik niet in hun kamp zat, begrijp je. Toen ik aan het begin van het nieuwe schooljaar ook nog eens te horen kreeg dat het aantal lesuren dat ik gaf stevig werd verminderd, besefte ik dat ik werd genegeerd, gecanceld heet dat tegenwoordig.’
Leon wil weten in hoeverre dat kamp bepaald werd door de wethouder, maar hij bewaart zijn vraag en laat Job verder vertellen.
‘Het jaar erop werd het erger. Steeds minder lesuren, steeds minder nevenactiviteiten of aanknopingspunten. Ik besloot me even terug te trekken en de situatie van een afstand te bekijken. Wellicht waren er meer kritische bewoners in Lieden die er zo over dachten als ik. Dus naar hen ging ik op zoek. Ook online. Gek genoeg vond ik bij niemand gehoor. Deuren gingen dicht.’
‘Maar dit is al zo lang geleden?’ vraagt Leon. ‘Is er in de tussentijd niemand geweest die de zaak kon omdraaien of bijstellen?’
‘Ik snap je verbazing volkomen,’ antwoordt Job, ‘en zoals ik het nu vertel, klinkt het haast onmenselijk, maar het is natuurlijk een proces. Het gaat niet van de ene op de andere dag.’ Job staat op en denkt na. ‘Is het te warm hier?’
‘Nee hoor,’ liegt Leon.
Lopend door de kamer gaat Job verder en vertelt dat de enige die hem had kunnen helpen de rector van de school was, Lodewijk Richter, maar die was net daarvoor vertrokken. Of misschien moest hij wel vertrekken. Dat was ongelofelijk jammer, omdat hij in zijn ogen de perfecte tegenpool ten opzichte van de gemeente had kunnen zijn.
‘En hij is nooit meer teruggekeerd?’
‘Hij heeft carrière gemaakt bij de universiteit en daarna in Den Haag dus Lieden was voor hem ver weg.’
‘Maar dan bestaat er een kans dat we hem weer tegen gaan komen,’ zegt Leon
‘Hoe bedoel je?’ vraagt Job.
‘Ik hoorde van de conciërge op school dat er een reünie op de planning staat.’
Job trekt een verbaasd gezicht. ‘Het lijkt me dat ik daar niet voor wordt uitgenodigd,’ antwoordt hij.
‘Ach, je weet maar nooit. Ik heb niets gehoord over een datum, maar ik zal je op de hoogte houden, oké?’
Job reageert niet en staart wat uit het raam.
‘En nu?’ vraagt Leon die opstaat en ook richting het raam loopt.
Job is nog in gedachte als Leons oog valt op een rommelig bureau in een zijkamer. Op het bureau staat een laptop open met een duidelijk zichtbare nieuwspagina. Leon herkent het niet, maar ziet meteen dat het een nieuwblog betreft. En ook ziet hij duidelijk het logo van Horizon. Blauwe letters op een gekromde blauwe lijn. Als hij dichterbij wil komen loopt Job hem voorbij en sluit de deur naar de zijkamer. Na een korte stilte zegt hij: ‘Voor nu zou ik het heel erg op prijs stellen als je alleen met me meedenkt, mijn mening aanhoort. Je hoeft het niet met me eens te zijn, maar ik zou graag willen dat je meekijkt naar de dingen die hier in Lieden hebben gespeeld en nog spelen.’
‘Het is een beetje zoals je vroeger lesgaf: eerst observeren en daarna zelf je mening vormen.’
‘Ik bedoel het niet belerend. Ik heb een luisterend oor nodig.’ Job kijkt Leon hoopvol aan en besluit dan: ‘Jij gaat aan de slag bij de gemeente, denk er rustig over na of je me kan helpen en over niet al te lange tijd praten we verder. Ook over Willem Veldhoen.’
Leon is een beetje verbaasd over het abrupte einde, maar gaat akkoord met een nieuwe afspraak, want hij wil sowieso meer weten over Jobs situatie. Als ze afscheid nemen vraagt Job om het mobiele nummer van Leon en of dit een telefoon van de gemeente is. Leon antwoordt dat hij een privétoestel heeft en binnenkort wellicht een werktelefoon.
‘Dan communiceren we voorlopig via jouw eigen mobiel,’ zegt Job. ‘Ik kom wellicht wat achterdochtig over, maar je zal snel begrijpen waarom.’
16
Leon leest zich op zijn werk in over alles dat met Horizon te maken heeft. Het bedrijf lijkt vanaf het eerste begin een goed georganiseerde chaos en het meeste wat hij ontdekt, is algemeen bekend. Horizon, ooit gestart als online verkoper van huishoudelijke artikelen, beleefde in Amerika eind jaren negentig hoogtijdagen tot aan de internetbubbel rond de eeuwwisseling. Daarna incasseerde het een ferme klap door het instorten van de markt na de aanslagen in New York. Toch wist Horizon snel weer op te krabbelen, het breidde de online verkoop uit met boeken en kleding, en boekte opnieuw succes. Het spendeerde vervolgens een decennium aan schaalvergroting, verbond zich aan allerlei internetstart-ups en groeide zo uit tot een grote speler op de markt van online verkoop. Rond 2010 en 2012 zette het zijn zinnen op wereldwijde expansie en boekte ook op dat front grote successen.
Het organogram van Horizon in Europa is voor Leon een ondoorgrondelijk doolhof. De namen van twee Nederlandse bestuurders, Julius Koster en Frank Gravenbergh duiken herhaaldelijk op, en er is opvallend veel beeldmateriaal van deze mannen op diverse locaties in Nederland, Duitsland en Scandinavië. Het valt Leon op dat ze zich op iedere foto krampachtig energiek proberen voor te doen. Een aantal keer in het gezelschap van een man met een grijze marine baard in een duur maatpak. Leon kijkt naar de namen bij de foto’s en ziet dat deze man Trevor Vernon heet. Als hij de naam googelt ontdekt Leon dat deze Trevor Vernon een zeer vermogend man is die zijn rijkdom heeft vergaard door in diverse online bedrijven te investeren. Een van die bedrijven is Horizon, die hij via een startup genaamd Revere groot heeft gemaakt. Daarnaast heeft hij zijn snel verdiende geld slim geïnvesteerd in een aantal opkomende tech-reuzen.
Terwijl hij zich tracht te verdiepen in de wereld van Horizon en Vernon, wordt zijn concentratie voortdurend verstoord door piepjes en telefoonberichtjes. Het zijn voornamelijk nieuws- en reclame-uitingen van Horizon. Geïrriteerd drukt hij ze allemaal weg en leest verder over de snelle opkomst van multimiljonair Vernon en zijn rol in Horizon. Hij wil uitzoeken waarom de multinational in Lieden zoveel invloed uitoefent en wat precies hun belangen zijn in deze toch kleine gemeente.
Leon beschouwt zijn nieuwe functie als een kans, maar zijn positie tussen gemeente en Horizon roept ook veel vragen op. Ten opzichte van Horizon sluimert Leons vermoeden dat een entiteit die zo'n stempel drukt op de samenleving ook bestaat uit ongrijpbare krachten. De situatie doet hem denken aan een voorval met een grote klant bij UHG. Die klant pronkte met onbeperkte budgetten, maar later bleek dat iemand in het buitenland zonder enige consequentie contracten kon opzeggen, wat UHG opzadelde met een enorme hoeveelheid niet vergoede uren. Een staaltje economisch machtsmisbruik dat nog vers in zijn geheugen ligt.
Uiteindelijk kijkt Leon weer op zijn telefoon. Hij ziet dat Frederique hem meerdere keren heeft geappt. Ze vertelt hem dat het lichaam van Rinus Veldhoen is gevonden. De politie heeft nog niet veel details vrijgegeven, maar het schijnt dat hij is aangetroffen in een schuurtje nabij het terrein waar de familie Veldhoen een moestuin heeft, ongeveer een kilometer buiten de stad. Frederique moet op de redactie blijven en zal pas laat thuiskomen, omdat ze moet wachten op een woordvoerder van de politie die bij de hoofdredacteur langskomt. Tot die tijd mag ze niemand inlichten.
Wanneer Leon haar probeert te bellen, blijkt ze onbereikbaar. Hij realiseert zich dat hij op tijd naar huis moet om de jongens op te vangen, maar vraagt zich af of hij zomaar van het werk kan vertrekken. Zijn zoons zullen ongetwijfeld bezig zijn met het nieuws over Rinus en zijn gevoel zegt hem dat hij dan beter in de buurt kan zijn. Leon besluit naar het kantoor van Marijke te gaan om te overleggen, maar zij is niet op haar plaats. Hij kijkt op zijn horloge; het is half vier. Hij besluit nog even te wachten en keert terug naar zijn eigen werkplek, waar hij in zijn agenda kijkt voor de afspraken van de volgende dag: een werkbezoek aan het distributiecentrum van Horizon. Hij sluit alle geopende vensters met betrekking tot Horizon en kijkt nogmaals in Marijkes kantoor. Nog steeds niemand. ‘Als zij afwezig is, dan ben ik het ook,’ mompelt hij en hij schuift de ring van zijn vinger, legt deze op zijn bureau en verlaat het gebouw.
17
Leon heeft zijn Maserati op de oprit van zijn huis achtergelaten en is met de familieauto richting het distributiecentrum vertrokken. Een opzichtige wagen als die van hem zou alleen maar vragen oproepen. Gisterenavond had hij Eddy nog gevraagd hoe er met die Rinus Veldhoen werd omgesprongen. Of hij gepest werd? Of het een buitenbeentje was? Maar Eddy wilde er nog niet over praten. En van de schooldecaan had hij intussen ook niets meer vernomen. De vraag of zijn kinderen ook zoiets zou kunnen overkomen gaat nog door zijn hoofd als hij het terrein van het distributiecentrum oprijdt.
Van buitenaf oogt het gebouw als een enorme blauwe staalconstructie die zich lijkt uit te strekken tot in de oneindigheid. De parkeerplaats wordt omzoomd door een gigantisch hekwerk, waarachter de genummerde aan- en afvoerpoorten van de vrachtwagens net zichtbaar zijn. Leons blik gaat niet verder dan nummer 102. Ook hier hangen opvallend veel camera's. Hij herinnert zich een bezoek aan het hoofdkantoor van het Nederlands Forensisch Instituut in Den Haag, waar de beveiliging lang niet zo prominent aanwezig was als hier. Hij vraagt zich af of hij bij binnenkomst DNA moet afstaan, zoals bij het NFI, wat zou aansluiten bij de surrealistische sfeer van dit complex.
Het valt mee; bij de receptie wordt hij opgehaald door een operations and store manager, een titel die in zijn ogen niets anders is dan een moderne magazijnmedewerker. En de man geeft inderdaad aan dat hij eigenlijk niets anders doet dan iedere dag het systeem aan- en uitschakelen. Leon vindt hem meteen sympathiek.
Samen betreden ze een doorgang naar de enorme hal waar het distributiecentrum is gevestigd. Leon had geprobeerd zich er een voorstelling van te maken, maar bij het betreden van het centrum overvalt de immense omvang van het complex hem alsnog. Zo ver als hij kan kijken ziet hij eindeloze blauwe stellages, allemaal tot aan het plafond gevuld met pakketten. Enorme, vertakte loopbanden transporteren dozen in verschillende richtingen met een duizelingwekkende snelheid die met het blote oog nauwelijks te volgen is. Leon vraagt om een beter standpunt en hij volgt even later de magazijnbeheerder naar een smalle ijzeren trap die naar een hoger gelegen verdieping leidt, die bijna het plafond lijkt te raken.
Hij ziet dat er een soort loopbrug rondom het gehele centrum is gebouwd, waardoor je vanuit alle hoeken zicht hebt op de distributiehal. De magazijnbeheerder legt uit dat dit slechts een van de tien hallen is die deel uitmaken van het enorme distributiecomplex.
‘Ik kan hier echt nog uren blijven staan,’ zegt Leon. Hij was als student wel eens naar NeMo in Amsterdam geweest en daar moesten zijn vrienden Leon wegslepen bij de distributie-opstelling, waarin eindeloos rode, gele en blauwe ballen werden gesorteerd. Het had iets verslavends.
‘Een levensgroot algoritme,’ zegt zijn gastheer droog.
‘Bestaat er een kans dat ik ooit zal begrijpen hoe het precies werkt?’ vraag Leon.
‘Als u wilt kan ik u de basisprincipes wel uitleggen,’ lacht de manager. ‘Kom, daarvoor moeten we op een strategische plek gaan staan, hogerop in het gebouw.’
Even later staan ze samen bij een grote afslag in de onmetelijke sorteerstraat. De man wijst naar een machine, die bakken met daarin kleinere bakjes vol pakketten afzet. Zowel horizontaal als verticaal. Van daaruit wordt alles weer verder gesplitst.
‘Alles draait hier om sorteren. Zowel in omvang als in tijd.’
Leon knikt vriendelijk. Wiskunde, statistiek en logica zijn nooit zijn sterkste vakken geweest, maar dit schouwspel intrigeert hem. Het doet hem denken aan de eindeloze middagen aan de rand van de rivier, waar hij met vriendjes dammen bouwde en het water telkens een andere kant op liet stromen.
‘De eerste grote uitvinding op het gebied van algoritmes is gedaan op het gebied van sorteren. Je kunt een algoritme zien als een instructie, gekoppeld aan een formule.’
‘Dacht ik al,’ zegt Leon lachend, terwijl hij snel het beeldscherm van zijn mobieltje checkt of er nog nieuws is.
‘Dat wordt pas echt interessant wanneer je bedenkt dat wij mensen niet snel genoeg meer zijn om die instructies te bedenken en dit programmeren overlaten aan het algoritme zelf. Machine learning noemen we dat. Het algoritme leert van zijn eigen instructie en leert hoe hij het zelf sneller en beter kan.’
De operations manager wijst hem op diverse plekken in de hal waar dit gebeurt en geeft er voorbeelden bij. Zoals twee ogenschijnlijk identieke pakketten die toch ergens in het traject gesplitst worden, omdat er een miniem gewichtsverschil is geconstateerd op een van de loopbanden. Leon zuigt alle informatie in zich op en klapt af en toe enthousiast in zijn handen als de man hem weer iets vertelt wat zijn verwachting te boven gaat, maar uiteindelijk heel logisch klinkt.
‘En maakt het systeem wel eens fouten?’
‘Ja, genoeg,’ antwoordt de magazijnman, ‘maar die zijn ook snel weer verholpen zonder dat we de machines stil hoeven te leggen.’
‘Geweldig!’
‘Ja, zeker als je bedenkt hoe deze ontwikkeling andere systemen weer kan helpen, want dit is natuurlijk heel basic.’
‘Hoe bedoel je?’
‘Nou, denk aan gezichtsherkenning. Deze algoritmes zijn natuurlijk in beginsel herkenningssystemen en werken dus mee aan de zeer gedetailleerde zoekfuncties die de unieke gezichtskenmerken van mensen kunnen registreren. Ieder haartje en iedere pixel die dat haartje registreert kan worden weergegeven.’
Hoewel Leon dit aspect boeiend vindt, denkt hij ook meteen aan de daarmee gepaard gaande privacy problemen. Een reportage die hij ooit zag over een man in China komt hem voor de geest: de man kreeg een boete omdat hij een openbaar toilet niet had doorgespoeld, geïdentificeerd door een camera. Dat op zichzelf was al opmerkelijk, maar het verhaal nam een bizarre wending. Dezelfde man had nog een andere openstaande boete wegens het niet oprapen van uitwerpselen van zijn hond en het aanslaan van een verkeerde toon tegen een buurtwacht die hier een opmerking over maakte. Door het in China ingevoerde sociale kredietsysteem was hij bij het openbaar ministerie al drie keer geregistreerd. Dat was voldoende voor de overheid om hem de toegang tot bepaalde winkels te ontzeggen, waaronder de apotheek waar hij medicijnen voor zijn vrouw moest halen. Uiteindelijk werd de Chinese man gearresteerd omdat hij gedwongen was de medicijnen te stelen bij een apotheek om zijn vrouw te kunnen redden.
‘Ongelofelijk,’ antwoordt Leon.
‘Ik zal u nog iets leuks laten zien,’ zegt de man enthousiast. ‘Loopt u maar even mee.’
Samen gaan ze de trappen weer af en als ze in een kleine kantoorruimte komen haalt de man een bril uit een van de bureauladen.
‘Een smartbril,’ merkt Leon op.
‘Inderdaad. Dit is alweer een nieuwe generatie bril. Zet maar eens op.’
Als Leon de bril opzet ziet hij nog niks.
‘Deze heeft al de mogelijkheden voor gezichtsherkenning, maar daar gebruiken we hem niet voor. Is ook niet nodig, want iedereen die hier werkt is al gescreend.’
De man gebaart dat Leon mee moet lopen. In de distributiehal ziet Leon nu wat er gebeurt. Alle voorbijschietende pakketten zijn in het glas van de bril digitaal genummerd. Zijn ogen moeten echter wel even wennen aan deze chaotische beelden.
‘Ziet u al iets bijzonders?’
‘Ik weet niet waar ik moet kijken, het is heel onoverzichtelijk,’ zegt Leon. Maar dan ziet hij ineens iets afwijkends. Een pakket dat rood oplicht tussen de andere dozen.
‘De rode doos die je ziet is nu leeg, het is nog een test, maar in de toekomst kunnen we op die manier allerlei ongeoorloofde zaken er sneller uitpikken.’
‘Waanzinnig,’ zegt Leon die snel de bril weer afzet.
‘Deze techniek maakt alles veiliger, omdat we veel internationaal versturen. We zijn de nieuwe douane zeg maar.’
18
Wanneer Leon na zijn bezoek over de parkeerplaats naar zijn auto loopt wordt hij bijna omvergeblazen door een vallende windvlaag, die tussen de bedrijfshallen over de open parkeerruimte blaast. Hij kijkt omhoog. Hij ziet hoe donkere wolken zich verzamelen boven het industrieterrein en de stad en hoe ze samen een stevig onweerfront vormen. Het zal nu wel snel gaan regenen, verwacht hij, en hij haast zich naar zijn auto.
Hij voelt net de eerste regendruppels als hij de sleutel in de deur steekt.
‘Dat ziet er onheilspellend uit,’ zegt Eddy, die in de voorkamer voor het raam bij de televisie zit. Hij zit zoals de meeste jongeren van zijn leeftijd wat te rommelen op zijn mobieltje, terwijl zijn laptop open op de salontafel staat en de televisie op een nietszeggend kanaal, waarop hij af en toe een blik werpt.
‘Wat ben jij vroeg,’ antwoordt Leon. ‘Heb je geen school?’
‘Ze hebben iedereen vrijgegeven.’
‘Vanwege die jongen?’
Eddy gaat verder met een soort adventure-game, terwijl hij chat met meerdere spelers.
‘Daar zitten toch geen foute types tussen?’ vraagt Leon, maar Eddy hoort hem niet. Felle flitsende kleuren weerkaatsen in de woonkamer. Leon kent deze houding van zijn zoon en weet dat het nu niet veel zin meer heeft om in gesprek te gaan. Soms probeert hij te ontdekken of zijn kinderen op foute sites of rare chatrooms zitten, maar hij herkent dan niks. Althans geen porno of geweld. Hij probeert nog een keer om via een omweg zijn zoon aan de praat te krijgen, maar als dit niet lukt gaat hij naar boven naar zijn werkkamer, waar hij een appje van Frederique krijgt. Ze vertelt dat het lichaam van Rinus Veldhoen is gevonden en dat er bewijs is dat hij zelfmoord heeft gepleegd. Over een uurtje kan ze bellen, ze zit nu in redactievergadering.
Leon draait onrustig rond in zijn bureaustoel en kijkt naar buiten. De lucht is nu helemaal zwart. Zijn gedachten dwalen af naar Rinus’ vader Willem. Een rilling loopt over zijn rug.
Hij laat zich afleiden door een piepje op zijn telefoon. Het blijkt een triviaal bericht van een videoplatform waarop hij is beland terwijl hij de telefoon van zijn zoon controleerde. Hij bladert door de video's op het scherm en probeert de betekenis te vatten. Van motorstunts tot fragmenten uit talkshows tot jongeren die in challenges zinloze records proberen te verbreken. De filmpjes en video’s volgen elkaar in een constante stroom op. Van grappig tot totaal zinloos. Zelf was hij in zijn jeugd nooit geïnfecteerd door dit visuele geweld, hooguit door films. Een gevoel van iets te missen kende hij in die tijd ook niet, omdat hij spanning altijd zelf ging opzoeken. Hij vraagt zich af of zijn zoons zich laten leiden door dit soort voorgekauwde onzin. Zouden ze zich bezighouden met van die uitdagingen via videoplatforms? Zouden ze door veel te gamen gewelddadiger worden? Hij weet het niet. Wel bekruipt hem een onrustig gevoel vooral door de oneindigheid ervan. Misschien is dat het wel; dingen, verhalen, gebeurtenissen moeten een einde hebben om een gevoel van bevrediging te creëren. Maar zijn brein raakt leeg. Wanneer Leon op de klok kijkt, ziet hij dat het bijna tijd is voor het avondeten. Hij heeft ruim drie kwartier naar niets gekeken, denkt hij hoofdschuddend, en besluit om in de keuken een biertje te pakken.
Beneden zit Eddy nog steeds achter zijn game. In het stroboscopische licht in de kamer ziet Leon nu ook Giel op de bank liggen, achter een beeldscherm liggen.
‘Gaat het goed jongens?’ vraagt Leon.
Er komt geen reactie. Leon weet dat hij vroeger achter de tv ook niet reageerde, wanneer zijn moeder vroeg hoe het met hem ging. Maar toen was er geen jongen van de school dood aangetroffen, anders had zijn moeder wellicht anders gereageerd.
Ineens gooit Eddy zijn gameconsole op de grond en gaat bij Giel op de bank zitten. Hij bemoeit zich met de dingen waar Giel naar kijkt, maar Giel wil dat hij weggaat. Eddy kijkt naar Leon en zegt dan: ‘Pa, heb je dat gevolgd van die Amerikaanse datingsite die gehackt werd?’
‘Nee,’ zegt Leon, verrast dat zijn zoon een gesprek aanknoopt.
‘Totaal epic,’ vertelt Eddy. ‘Dat ging over een datingsite voor getrouwde mensen, die in het geheim vreemd gingen, maar toen werd er gedreigd om alle info van die mensen openbaar te maken. Dat ging om zo’n dertig miljoen accounts.’
‘Wow,’ reageert Leon, ‘en waar heb je dat gezien?’
‘Dat is echt overal.’
Eddy springt van de bank en rent de kamer uit. ‘Ik zal je straks wel een link sturen.’
19
Later op de avond vertelt Frederique hoe de voltallige redactie plechtig bijeen was geroepen in de vergaderzaal. Voorafgaand aan de bijeenkomst werd iedereen die nog iets te doen had verzocht om weg te gaan en werd de ruimte nauwkeurig doorzocht op heimelijk geplaatste camera's en microfoons.
Hoofdredacteur Paladijn had nog wat lopen morren over journalistieke integriteit en persvrijheid, maar uiteindelijk erkende hij het belang van deze bijeenkomst. Hij moest afwachten wat de rol van de media hierin werd dus zijn opstandigheid was van korte duur.
Tijdens deze bijeenkomst waren, namens de ordehandhavers, hoofdcommissaris Betty Duinmeijer, een nicht van Arald Tolman, een rechercheur en een politieagent aanwezig. Het Openbaar Ministerie werd vertegenwoordigd door Sietse Drijver, bijgestaan door een assistent, en natuurlijk was daar wethouder Tolman. Degenen met belangrijke mededelingen schaarden zich achter een imposante vergadertafel, en als eerste nam hoofdcommissaris Duinmeijer het woord. In zakelijke ernst beschreef ze de omstandigheden waarin ze Rinus Veldhoen hadden aangetroffen en ze wees op de getypte brief die naast zijn levenloze lichaam was gevonden. De brief wees onmiskenbaar op zelfmoord. Op een serieuze, bijna klinische toon werden de details besproken, zoals de kleding van de jongen, zijn persoonlijke bezittingen en de sinistere setting van het schuurtje in de moestuin. De inhoud van de brief bleef onbesproken.
Plotseling nam wethouder Tolman het woord. Hij deelde mee dat hij, samen met Sietse Drijver en de politie, het onderzoek verder zou leiden en hij besprak hoe de aanwezigen om dienden te gaan met deze gevoelige kwestie. Een soort mindset, zo noemde hij het. Frederique bekent dat ze op dat moment het geheel begon te wantrouwen. Was dit een briefing of een persconferentie? De hoofdcommissaris van politie had al gedetailleerd uiteengezet onder welke omstandigheden de jongen was aangetroffen en hoe een zelfmoordbrief de trieste feiten ondersteunde. Toch hadden de wethouder en het Openbaar Ministerie een ander perspectief. Ze drongen erop aan dat de pers geen standpunt mocht innemen en slechts kon melden dat de jongen was gevonden. De inhoud van de brief moest zorgvuldig buiten de berichtgeving worden gehouden. Juridische onderbouwing ontbrak, maar Tolman was vastbesloten de zaak niet onnodig gecompliceerd te maken.
‘Maar dat gebeurt nu dus wel,’ zegt Frederique.
‘Dat lijkt mij ook,’ antwoordt Leon, die vraagt of ze wat wil drinken. ‘Je vertrouwt het nu al niet meer?’
‘Vertrouwen is een raar woord in dit geval.’
Leon loopt naar de ijskast om nog wat te drinken te halen en vraagt Frederique of ze ook iets wil. Uit gewoonte knikt ze instemmend als Leon een fles witte wijn omhooghoudt. Terwijl hij de glazen vult vraagt hij zich hardop af of een van hun kinderen met zulke sombere gedachten zou kunnen rondlopen? Frederique heeft zelf niet het gevoel dat ze niet in contact staat met haar jongens of dingen over het hoofd ziet.
‘Onze jongens worden ook niet gepest volgens mij,’ zegt ze stellig.
‘Maar we weten niet wat er online allemaal gebeurt.’
‘Ik ben er niet van overtuigd dat die Rinus gepest werd.’
‘Dat neem jij aan, maar weten ze of hij depressief was?’ vraagt Leon.
‘Nee, daar werd niet over gesproken, niet over zijn vader, niet over de situatie thuis, alleen maar over het feit zelf en hoe we met die informatie om moesten gaan.’
‘Vreemd,’ concludeert Leon. ‘Ik snap de zakelijkheid die er in dit soort situaties wordt gehanteerd, maar onpersoonlijk is het wel.’
‘Je hebt gelijk,’ antwoordt Frederique, ‘en ik denk zelfs dat er nu op sociale media meer gespeculeerd en geroddeld gaat worden dan ze voor ogen hebben. Dit is de wereld waarin wij leven.’
‘En doet de school er nog iets aan? Worden die betrokken in het geheel?’
‘Daar is wel een mail over gestuurd dacht ik. Heb je die gezien?’ vraagt Frederique.
‘Ach, in de brei van mails en klassenapps heb ik iets voorbij zien komen,’ antwoordt Leon, ‘moest ik iets weten dan?’
Frederique zucht, maar onthoudt zich van verder commentaar. ‘Ik zal hem aan je doorsturen en het lijkt me slim als wij of alleen jij daar naar toegaan.’
‘Goed plan, goed als de school of andere ouders er meer informatie over hebben.’
20
Met name in de ochtenden vindt Leon zijn werkenthousiasme op het gemeentehuis terug, hoewel het even wennen is aan het nieuwe ritme en de typische protocollen van het overheidsleven. Zo merkte hij dat hij toch vaak niet wist welke opdracht meer prioriteit had. Bovendien was Leon van nature niet zo bureaucratisch ingesteld en vond hij administratief werk altijd al een straf. Ooit had hij een stagiaire in Rotterdam in een evaluatiegesprek eens horen zeggen: ‘Als ik had geweten dat ze eigen initiatief hier op prijs zouden stellen, had ik het heus wel gedaan.’
Zijn beveiligingsring heeft hij niet meer afgedaan. Tot nu toe vindt hij zijn liaison-functie tot nu toe enigszins van het kaliber pappen en nathouden. Zijn werkzaamheden bestaan voornamelijk uit het in kaart brengen van plannen en doelstellingen van de gemeente en het online bedrijf. Doelen die voornamelijk door Horizon zijn geformuleerd. Hoe meer men de levens van de bevolking kan uitpluizen en hoe meer persoonlijke data men kan verzamelen om te analyseren, hoe beter het is. De verkoop zorgt voor inkomsten en het vergaren van data is de basis van de continuïteit. Uiteraard streven bedrijven naar diepgaande kennis over hun potentiële klanten, maar in het digitale tijdperk is de honger naar consumentengegevens bij onlineondernemingen extreem. Niet alleen het koopgedrag, maar ook het dagelijkse leven van individuen heeft hun belangstelling. Leon heeft deze evolutie van dichtbij meegemaakt en worstelt nog steeds met de formulering van de gemeentelijke doelstellingen. Ergens moeten die vastgelegd zijn, maar tot nu toe stuit hij op een muur van algemeenheden.
Ook is er nauwelijks aandacht voor privacy-kwesties. De bevolking kan op allerlei manieren via de site of via apps aangeven of ze de bemoeienis van de gemeente te veel vindt, maar daar wordt maar mondjesmaat gebruik van gemaakt. Er worden regelmatig onderzoeken naar dataverzameling en digitalisering gedaan, maar de conclusies zijn altijd positief en bevatten nauwelijks klachten. In de rapporten die Leon hierover heeft gelezen treft hij weinig concrete informatie aan. Sommige onderzoeken zijn zelfs incompleet door het ontbreken van onderbouwde conclusies. 'Iedereen weet toch al alles van mij,' was een veelgehoord antwoord van mensen.
Wellicht is men hier in Lieden ook onderzoek moe, want jaarlijks werden er tientallen bevolkingsonderzoeken gedaan. Altijd vrijwillig en meestal met een gemeentelijke tegenprestatie. Maar is er dan niemand die snapt dat al deze data kunnen leiden tot het verregaand profileren van individuen en groepen? vraagt Leon zich af. Weet dan niemand dat data de nieuwe diamanten van de 21ste eeuw zijn. Het lijkt wel alsof de privacywetgeving Lieden helemaal heeft overgeslagen. Of moet hij zich daar verre van houden? Moet hij als marketingexpert Horizon en de gemeente Lieden gewoon van relevante informatie voorzien en verder niet te kritisch zijn op hoe deze informatie is verkregen. Hij blijft wel nieuwsgierig naar al die gratis goederen en diensten die worden aangeboden. Als dat gemeentebeleid zou zijn of op de een of andere manier gestimuleerd, dan moet dat toch ergens zijn vastgelegd.
Na de lunch gaat Leon naar de binnenplaats aan de achterzijde van het gemeente-gebouwencomplex. Hij activeert zijn connectiering bij de sensor van de op-een-na-laatste deur en zwaait in het voorbijgaan vriendelijk naar de receptioniste. Maar als hij met zijn ringsensor voor de buitendeur zwaait, gebeurt er niets. Hij herhaalt de beweging en voelt een ongebruikelijke trilling in zijn hand. Er is overduidelijk iets mis. Verbaasd kijkt hij naar zijn hand en daarna naar de dame bij de receptie. Zij wenkt iemand naast haar, en gauw stapt een man in een donkergroen pak op hem af.
‘Mordicus?’ vraagt de man beleefd, terwijl hij met een strakke blik op een IPad kijkt.
‘Klopt,’ zegt Leon, die zich wat ongemakkelijk voelt.
Achter de man met het donkergroene pak komt nog een man met een identiek donkergroen pak op hen aflopen. Ook hun bewegingen lijken gelijk.
‘Is er iets aan de hand?’ vraagt Leon.
‘Kunt u ons even volgen, we hebben een paar vragen aan u.’
Leon doet wat er gevraagd wordt en volgt de mannen richting de deur achter de receptie. Een van de mannen neemt plaats achter een bureau met daarop een computer en de andere man vraagt vriendelijk of Leon even wil gaan zitten. Als hij een vraag wil stellen maakt de man Leon met een handgebaar duidelijk dat hij nog even niks mag vragen. De man kijkt aandachtig naar zijn scherm, toetst wat op zijn toetsenbord en kijkt Leon vervolgens strak aan.
‘Meneer Mordicus?’ vraagt hij nogmaals. ‘Volgens onze gegevens is er nog geen complete security check gedaan, klopt dat?’
‘Dat zou heel goed kunnen,’ antwoordt Leon, die wat ongeduldig begint te worden. ‘Zoals je wellicht weet werk ik hier nog niet zo lang en ik heb nog niet alle memo's kunnen lezen.’
‘Dat kunnen we natuurlijk niet allemaal bij gaan zitten houden, meneer Mordicus,’ is het korte antwoord.
De man achter de desk begint nu driftig te typen. En op dat moment gaat de mobiele telefoon van Leon af. Hij wil hem opnemen, maar wordt gesommeerd de telefoon in te leveren. Zonder Leon aan te kijken zegt de beveiliger: ‘U kunt hier niet gaan staan bellen, meneer, dat begrijpt u hopelijk zelf ook.’
Leon raakt geïrriteerd en snauwt: ‘Nee, daar begrijp ik eerlijk gezegd helemaal niets van.’
Gelaten geeft hij zijn mobieltje af, terwijl hij de beveiliger met geknepen ogen aankijkt.
‘Als u gewoon even meewerkt en de veiligheid niet in gevaar brengt, gaat het allemaal vliegensvlug.’
Leon moet denken aan de keer, dat hij aan de gate van een luchtvaartmaatschappij niet meer in mocht checken, omdat hij te laat was. Toen hij de dame aan de balie erop wees dat de mensen nog in de volgende wachtruimte zaten en niet aan het boarden waren, kreeg hij net als nu een robotachtig antwoord. Maar toen de dame geen enkele empathie toonde en hem vervolgens erop wees dat hij aardig moest blijven, omdat hij anders helemaal geen toestel meer kon boeken die dag, knapte er iets in hem.
Met een geforceerde glimlach doet Leon een stapje achteruit en werkt zo vriendelijk mogelijk mee.
‘Ik zie hier dat u al meerdere keren uw security-ring niet heeft gedragen, klopt dat?’
‘Het is inderdaad even wennen, dus het kan zijn…’
‘Dat is natuurlijk heel onverstandig, dan kan iedereen wel in en uit gaan lopen zonder check. Die zaken zijn nu juist bedacht voor uw en onze veiligheid.’
Het belerende toontje bevalt Leon helemaal niet. Met de armen over elkaar blijft hij de man boos aankijken, die vraagt of Leon weer wil gaan zitten en vervolgt alsof er niets aan de hand is: ‘Kijk, meneer Mordicus, deze keer zal ik het door de vingers zien, maar we moeten ons allemaal aan de protocollen houden anders wordt het een puinhoop. Het volgen van uw bezigheden en communicatie is daar een wezenlijk onderdeel van. Dat bent u toch met me eens?’
Leon is het er totaal niet mee eens, maar hij wil met deze types totaal geen discussie over het volgen van zijn bezigheden. Hij wil weg en knikt daarom gedwee.
‘Fijn dar u meewerkt, meneer Mordicus.
Wanneer Leon na een korte uitleg over de nog te volgen veiligheidscheck buiten staat, kan hij eindelijk zijn frustratie kwijt.
‘Teringlijers!’ gilt Leon over de lege parkeerplaats.
21
Via een omweg krijgt Leon bij de hoofdingang zijn jas en mobiele telefoon terug. Hij ziet Frederique een aantal keer gebeld heeft. Een smartwatch zou nu handig geweest zijn, denkt hij en snel controleert hij of zijn vrouw een bericht heeft achtergelaten. Dat zou betekenen dat het belangrijk is. Maar er is niks. Als hij haar buiten op straat terugbelt neemt ze niet op. Op de klok van het stadhuis ziet hij dat het al redelijk laat is. Misschien heeft ze de redactie net verlaten en is ze onderweg naar huis.
In de auto krijgt hij haar eindelijk te pakken.
‘Je hebt me wel zes keer gebeld.’
‘Er was iets in het nieuws. Waar ben je nu?’ vraagt ze rustig.
‘Op weg naar huis.’ antwoordt hij.
‘Ik zal je thuis alles vertellen.’
Leon heeft hun straat bereikt. Alles lijkt normaal, maar voelt toch anders. De huizen staan daar als schimmen in het duister en Leon ziet nu dat de straatverlichting aan één kant ontbreekt. De huizen aan de andere kant worden slechts gedeeltelijk belicht, waardoor het geheel er onwerkelijk uitziet. Hij werpt een blik over zijn schouder en merkt op dat het duister zich tot in de volgende straat uitstrekt. Toch is dat niet wat hem verontrust. In het donkere gebied tussen de huizen ziet hij meerdere gestalten. In eerste instantie denkt hij dat het er drie zijn, maar dan lijken het er vier, misschien zelfs vijf. Ze staan in een cirkel, gebogen over iets wat op de grond ligt. Het lijkt op een ritueel dat thuishoort in een andere wereld.
Leon ziet een van de figuren een schoppende beweging maken, waarop de anderen ingrijpen en dan blijven ze ineens roerloos staan. Het is nog steeds niet duidelijk wat er gebeurt. Het licht van een auto die achter hem de straat in draait, onthult flarden van hun verschijningen. In een flits meent hij een bekend gezicht onder een capuchon te zien. Peter Tolman? Moet hij stoppen? De auto achter hem nadert snel. Hij besluit door te rijden.
Eenmaal thuis treft hij Frederique in de keuken. Ze staat te koken. De geur van knoflook vult de keuken. De jongens moeten ergens boven op hun kamers zijn. Leon grijpt haar vast, knijpt in haar schouders terwijl hij zich naar de koelkast draait. Frederique wil meer van deze aanraking, maar Leon vertelt over het vreemde voorval op straat en laat haar los. Frederique vraagt: ‘Heb je het nieuws niet gehoord? Het gaat over die vader van Rinus Veldhoen, van die zelfmoord.’
‘Wat is daarmee?’
‘Die heeft deze ochtend een auto-ongeluk gehad even buiten de stad. Ze hebben nog geprobeerd hem te reanimeren, maar op weg naar het ziekenhuis is hij overleden.’
Leon schrikt. Hoewel hij Willem Veldhoen niet goed heeft gekend, was het wel een bekende uit zijn jeugd en een vriend van Peter Tolman. Een onbestemd gevoel borrelt in hem op, omdat hij eigenlijk contact met deze Willem had moeten opnemen.
‘Gaat het?’ vraagt Frederique.
‘Ja,’ zegt hij, ‘wat een verschrikkelijk nieuws zeg, zijn er meer details bekend?’
‘Nee, verder nog niets. Kende jij hem?’
Leon probeert zich voor de geest te halen hoe Willem er ook alweer uitzag. Hij vertelt Frederique dat hij zijn middelbareschooltijd voornamelijk met vrienden op het voetbalveld doorbracht. Sommige van die jongens uit zijn voetbalteam, met wie hij zes jaar op het veld stond, herinnerde hij zich nog goed. Jeroen Blom, Feike van de Pol, de tweelingbroers Marco en Wilco ter Stegen, en natuurlijk Peter Tolman. Het was Peter die eens een vriend meebracht van een andere middelbare school. Dat was Willem Veldhoen, een stille ietwat gezette jongen uit Achterdijk, die na het gymnasium Lieden verliet. Hij was vriendelijk en had altijd flink wat geld op zak. Dat was handig. Meer weet Leon niet.
Dan krijgt hij een appbericht. Het scherm onthult de afzender niet en er staat slechts een deel van een 06-nummer. Maar dan herkent hij de cryptische tekst.
Heb je tijd om wat dieper in te gaan op de Franse Revolutie?
Ja, zelfde locatie?
Nee, kom morgen naar leslokaal 7. Deze vind je wanneer je wegenbelasting betaalt. Zie plattegrond.
Op Google Maps zoekt Leon op de plattegrond van Lieden naar een aanwijzing. Als hij inzoomt op de stad ziet hij vlak bij café De brug de Soldestraat.
Got it. Nr 7 ETA?
20 uur.
22
Leons verzoek om opheldering van het beveiligingsincident vindt gehoor. Arald Tolman nodigt hem uit om samen te gaan lunchen. Als locatie heeft de wethouder bij grand café Buitenplein afgesproken. De ruimte ademt een sfeer van verstilde melancholie. De barman schenkt, met vermoeide ogen en een geforceerde glimlach, zwijgend de koffie in, terwijl de gasten uitbundig met elkaar praten. De muren zijn bedekt met vergeelde foto's en krantenknipsels uit lang vervlogen dagen.
Na het vinden van een geschikte tafel en wat beleefdheden over en weer komt Tolman ter zake: ‘Leon, ik heb geen overzicht van wat er allemaal binnen het gemeentehuis plaatsvindt. Hoe zo’n beveiligingsdienst werkt, weet ik niet precies, maar daarvoor bied ik je bij dezen mijn excuses aan. De dienst stamt nog uit de tijd van de wederopbouw.’
‘Wat bedoel je precies?’ vraagt Leon.
‘Ik heb je al verteld waar wij vandaan komen. Uit welke puinhopen we ons als gemeentebestuur hebben gered. Bij een dergelijke operatie vallen altijd spaanders. We hebben toezeggingen moeten doen en veel concessies gedaan naar partijen die ons financieel uit de ellende hebben geholpen. Na zo’n hectische periode blijkt later vaak pas dat je te snel hebt gehandeld; te makkelijk beloften hebt gedaan, die je misschien helemaal niet na kunt komen.’
Het valt Leon op hoe zorgvuldig de wethouder zijn woorden kiest. Hij probeert luchtig over te komen, maar zijn ogen kijken ernstig.
‘Veel van die concessies hebben we alweer gladgestreken,’ vervolgt Arald. ‘Sommige niet. Zoals bijvoorbeeld een controleafdeling, extra bureaucratie en aanvullende beveiliging. Allemaal vastgelegd in contracten, waar je niet een-twee-drie onder uitkomt, ook al zou je dat graag willen.’
‘Komt zo’n dienst van buitenaf en is die beveiliging wel nodig?’
‘Interessante vragen,’ antwoordt Tolman, die met zijn handen over het damasten tafelkleed glijdt. ‘Die beveiliging is zeker nodig. Die Amerikanen zijn als de dood dat Aziatische concurrenten hier hun bedrijfsgegevens komen stelen of hun werkwijze kopiëren. Met name concurrenten uit China.’
‘Want?’
‘Het lijkt een vorm van schijnveiligheid,’ reageert de wethouder, ‘Maar gegevens over de laatste ontwikkelingen op het gebied van databeheersing en nieuwe manieren van opslag zijn natuurlijk altijd interessant.’
Tolman kijkt om zich heen op zoek naar een ober. De enige man van de bediening die rondloopt heeft het echter te druk. Ook Leon probeert iemand te wenken. Tevergeefs. Intussen vertelt Tolman hoe de Chinezen hebben ingezet op grootschalige dataverzameling en massa-controle. Ze hebben het praktisch zelf uitgevonden. Zie het succes van Aladdin. En als je die werkwijze afzet tegen hun gigantische consumentenmarkt, waarom zouden ze dan nog bedrijven in Europa willen bespioneren?
‘Ik denk dat het geen kwestie is van bedrijfsspionage, maar dat het gaat om de beheersing van de markt. Daarom hebben die Amerikanen bij ons zoveel mogelijk controlepunten ingevoerd en cybersecurity.’
‘Dat is de controlekant van het verhaal. Maar hoe zit het dan met de dingen die zich niet laten controleren? En met name de macht die daarmee gepaard gaat?’
Tolman ziet nu een ober in hun buurt en roept de man bij zich. Hij bestelt snel een halve fles witte wijn en vervolgt: ‘Het vertrouwen is er, dat ben je al aan het bewijzen, maar ik besef ook dat het allemaal nieuw is voor jou. Mijn advies: go with the flow en ik zal zorgen dat eventuele problemen worden gladgestreken. Vertrouw me.’
Leon glimlacht, maar vraagt dan: ‘Die beïnvloeding is blijkbaar een kwestie van wennen?’
‘Zolang we geen grenzen overgaan waarvan we met z’n allen hebben afgesproken dat we die respecteren. Ik heb je verteld dat er destijds een aantal mensen waren die onze werkwijze in twijfel trokken; ook die hebben we aan het systeem laten wennen. En de meeste zijn nu trouwe bondgenoten.’
‘Maar Horizon maakt ons uiteindelijk allemaal verslaafd aan consumptie?’
‘Dat is legaal en mensen eigen, denk ik,’ antwoordt Tolman en hij knipoogt naar Leon. ‘Zie het als een pokerwedstrijd; soms moet je bewust een aantal keer passen of verliezen, omdat je weet dat er betere kaarten komen. Dat geduld kan op de lange termijn onder druk komen te staan, maar een goede speler weet wanneer hij moet toeslaan.’
Leon is blij met de pokerbeeldspraak.
‘Horizon en Bèta liggen in Europa natuurlijk onder een vergrootglas. CEO’s en oprichters wordt gevraagd of ze ook aan de bescherming van hun gebruikers denken, maar dat is allemaal voor de bühne. Europa wil juist in sneltreinvaart digitalisering en kunstmatige intelligentie bevorderen, omdat het anders niet mee kan spelen in de wereldeconomie. Er wordt veel meer geïnvesteerd in A.I. en digitaliseringsprojecten dan in die paar commissies die de privacy van hun burgers in de gaten houden. En wat mij betreft blijft dat ook zo.’
Leon snapt dat Tolman op dit gebied veel verder is dan hij. Hij is er tenslotte al decennia mee bezig en praat dagelijks met die Amerikanen. Hij nipt even aan zijn wijn.
‘Trouwens, volgens mij ben jij zelf een goede pokerspeler,’ zegt de wethouder. ‘Er komt binnenkort een pokeravond, daar moet je zeker bij zijn.’
‘Wanneer is het? Ik doe mee.’ zegt Leon vervolgens met een glimlach.
‘Mooi,’ zegt Tolman, ‘en maak je nou maar niet zo druk over Horizon, het zijn aardige, hardwerkende mensen en ze hebben het beste…’
Tolmans mobiele telefoon ligt te krassen op tafel.
‘Gewoon even uitzetten,’ grapt hij, terwijl hij het apparaat omdraait en op de display kijkt. ‘Oh, niet helemaal, deze is belangrijk.’ Hij neemt op, noemt zijn naam en verlaat de tafel.
23
Op weg naar de school heeft zijn telefoon haast onophoudelijk gepiept. Een aantal keer heeft hij gecheckt of er apps of mails binnenkwamen, maar het was voornamelijk spam. Frederique zou hem toevoegen in een ouderapp van de klas van Eddy, maar die heeft hij nog niet kunnen ontdekken.
Samen lopen ze de aula binnen en de geur van koffie komt hun tegemoet. Leon ziet Noël Paardenkoper ergens in de groep en steekt zijn hand op. Noël groet terug, maar is in gesprek. Als er links en rechts wat handen zijn geschud neemt een dame van de schoolleiding het woord. Ze vraagt of iedereen wil gaan zitten. Als de ouders een plekje hebben gevonden en het wat rustiger wordt legt ze nogmaals uit wat er in de email stond over het doel van de avond. De vermissing en latere dood van een leerling hebben volgens haar voor flink wat onrust gezorgd en de school wil graag weten wat er leeft onder de ouders. Ook met betrekking tot het ongeluk met dodelijke afloop van de vader. De dame voor de groep maakt duidelijk dat het vooral de bedoeling is om met elkaar van gedachten te wisselen en alles te bespreken.
Een van de ouders laat direct van zich horen. ‘Wij, mijn man en ik, zijn van mening dat sociale media hier geen rol hebben gespeeld.’ De man naast haar knikt instemmend en voegt eraan toe: ‘Er is veel gespeculeerd over het eventuele pestgedrag, maar wij hebben uitvoerig gesproken met diverse leerlingen uit de klas van Rinus, waaronder onze zoon en zijn tot de conclusie gekomen dat geen van de leerlingen zich schuldig heeft gemaakt aan pesten.’
‘Hoe weten jullie dat zo zeker?’ vraagt iemand met emotie in haar stem, ‘Geen van de leerlingen zou dat nu toch toegeven?’
‘Wij hebben vertrouwen in die kinderen. Als ze zeggen dat het niet is gebeurd, dan geloven we dat.’
‘Ik denk ook dat sociale platforms niet de issue zijn,’ zegt een andere moeder, ‘ze zitten er met name voor hun plezier, net zoals wij vroeger naar jeugdprogramma’s keken. Voor de afleiding.’
‘Dit gaat mij toch wat ver,’ zegt een vader, ‘Er zijn hier wel een vader en een zoon door vreemde omstandigheden om het leven gekomen en wij praten over het plezier van sociale media.’
‘En de vraag is terecht,’ zegt de dame van de school sussend, ‘of sociale media hier een rol hebben gespeeld.’
Door deze opmerking wordt de bezorgde vader wat genegeerd en er ontstaat een stevige discussie over het gebruik van sociale netwerken. Het valt Leon en Frederique op dat er veel in algemeenheden wordt gesproken en weinig over Rinus zelf. Ook is duidelijk voelbaar dat de ouders elkaar al langere tijd kennen, wat voor beide een aanleiding is om zich niet te veel met het gesprek te bemoeien.
‘De ouders willen elkaar duidelijk helpen, maar die dame van school doet telkens alsof er niet veel aan de hand is,’ fluistert Frederique. Leon is het met haar eens en kijkt om zich heen of hij nog bekenden ziet, waar ze straks na afloop nog een gesprek kunnen voeren, maar hij herkent niemand.
Dan staat een man in een strak poloshirt op. Met een rustige stem vertelt hij dat ook hij vindt dat sociale netwerken niet het probleem zijn. Hij heeft een goed contact met zijn kinderen en weet dat ze allerlei dingen aan het ontdekken zijn. Dat er toevallig heel veel online te beleven valt vindt hij alleen maar goed. Uitwassen als pesten en elkaar uitdagen is van alle tijden en deze nieuwe generatie doet het op haar manier. Wat er precies met Rinus is gebeurd is door de ouders niet op te lossen. Er volgen instemmende reacties.
Iemand merkt nog op dat vroeger inderdaad niet alles beter was, want de situatie uit hun eigen jeugd was toch vele malen beroerder. Daar zijn heel wat ouders het mee eens en er worden diverse voorbeelden gegeven hoe slecht Lieden er in die jaren aan toe was. De welvaart van nu is in alle gevallen beter voor onze kinderen vindt men. De discussie raakt steeds verder weg van de oorspronkelijk bedoeling en blijkbaar is daar ook geen behoefte meer aan.
‘Nu we toch met zijn allen zijn,’ zegt de dame van het schoolbestuur, ‘is het wellicht een idee om nog even over de aanstaande schoolreis van Dortmund te hebben.’
Een aantal ouders meldt dat ze dit reeds hebben aangegeven op de mail en staan op. Er wordt flink door elkaar heen gepraat nu en de dame van de school probeert de zaak af te ronden. Frederique kijkt naar Leon met een verbaasde blik.
‘Ongelofelijk,’ fluistert hij, terwijl hij ook opstaat, ‘ik dacht dat we hier minstens wat meer inzicht zouden krijgen.’
Na afloop staan Leon en Frederique nog even bij de koffietafel als er een vrouw op ze af komt lopen. Leon had gehoopt Noël nog even te spreken, maar die was al vertrokken.
‘Zijn jullie alweer een beetje gewend?’ vraagt de vrouw. ‘Ik ben trouwens Roos, de moeder van Yfke. Wat een toestand hè?’
‘Kende jij die Rinus?’ vraagt Frederique.
‘Nee, helemaal niet, die zat niet bij Yfke in de klas. Ik kom eigenlijk alleen maar om te horen wat er zich op school allemaal afspeelt.’
‘Interessant,’ zegt Leon, ‘dan heb je vast ook wel gehoord dat er zoveel gespijbeld wordt op scholen?’
‘Daar heb ik nooit iets van gemerkt. Yfke en haar vriendinnen gaan graag naar school en andere informatie heb ik niet.’
‘Worden daar geen mails over verstuurd dan? Dat zou je toch verwachten?’
‘Ja, alles gaat tegenwoordig via de mail of app, maar ik ben zo dyslectisch als een konijn dus ik lees dat allemaal nauwelijks. En mijn man bemoeit zich sowieso nergens mee.’
Overal staan nu kleine groepjes ouders die nog druk staan te discussiëren. De vrouw kijkt driftig om zich heen en ziet dan iemand bij de koffie die een fles wijn opent.
‘Ook een wijntje?’ vraagt ze, terwijl ze aanstalten maakt.
‘Nee, dank je,’ antwoordt Frederique, ‘wij gaan zo.’
‘Ja, ik heb ook nog een afspraak,’ voegt Leon eraan toe.
24
Op twee straten afstand van café De brug bevindt zich het oude pakhuis, zoals Job had aangegeven. Leon staart naar een garagepoort die in een Zaanse groentint is geverfd. Er staat geen huisnummer op de gevel vermeld. Als Leon een paar passen achteruit doet, vallen hem de twee verschillende groentinten op die op de poort zijn geschilderd. De ene mat en de andere glanzend. Hij ziet nu een horizontale matte streep aan de bovenkant, en daaronder een zichtbare diagonale lijn. Leon ziet nu ook het kleine deurtje dat zich in de poort bevindt. Wanneer Leon dit deurtje voorzichtig aanraakt, zwaait het moeiteloos open. Hierachter is het donker op een smalle spleet licht uit een andere ruimte achterin. Een tl-balk knettert aan. Leon ziet Job, die hem uitnodigt naar het gedeelte onder het tl-licht. Daar bevinden zich enkele oude banken rond een lage salontafel. Job heeft een fles wijn en twee glazen in zijn hand.
Zonder een woord te wisselen neemt Job plaats en schenkt de twee glazen driekwart vol. Leon gaat tegenover hem zitten, en terwijl hij om zich heen kijkt, krijgt hij het gevoel alsof hij zich in een clubhuis bevindt. De contouren van een houten bar worden zichtbaar, en verderop staan tafels en stoelen opgestapeld. Job neemt een slok van zijn wijn, likt aan zijn lippen en zegt dat hij verheugt is dat Leon is gekomen.
Hij gaat wat voorover zitten en begint te vertellen: ‘Ik heb natuurlijk lang lesgegeven op de Hindricus Scheepstraschool. Ook wel de Hindenburg Scheepsramp genoemd, toen jij daar les kreeg. Dat kan je je vast nog herinneren.’
Hij zet uiteen dat hij in die jaren meermaals in de clinch heeft gelegen met het schoolbestuur, dat met het vertrek van rector Richter ineens een andere koers ging varen. Zijn lessen over het gebruik van mobiele telefoons door kinderen en het gevaar van sociale media, werden door het bestuur als totale onzin afgedaan en men vond het zeker niet zijn plaats was om zich daar negatief over uit te laten.
‘Ik was er toen van overtuigd - en vind het nu nog steeds - dat de technische ontwikkelingen op het gebied van sociale media en het gebruik van mobiele telefoons aan banden moet worden gelegd. Of beter gereguleerd, zeker als het gaat om wetgeving en privacy. Dat internet een open netwerk is wil nog niet zeggen dat de informatie die we erop achterlaten ook zomaar voor van alles en nog wat gebruikt mag worden. Dat is de laatste tien jaar totaal uit de hand gelopen.’
Het komt Leon allemaal wat schools en ouderwets over. Tijdens hun eerste ontmoeting had hij het gevoel dat Job niet het achterste van zijn tong had laten zien, omdat hij alles en iedereen wantrouwde. Nu gaat hij weer zo omzichtig te werk.
‘Men was al op de hoogte van mijn kritische houding ten opzichte van de gemeentefusie, maar toen ze zich ook inhoudelijk met mijn lessen begonnen te bemoeien, werd het echt vervelend.’
‘Ik begrijp,’ begint Leon aarzelend, ‘dat er in het verleden dingen hebben plaatsgevonden, die niet door de beugel kunnen?’
Job zucht.
‘Leon, het zit zo,’ zegt hij, terwijl hij zijn glas terugzet, ‘Ik ben niet alleen leraar geweest op de middelbare school. Ik was altijd veel meer maatschappelijk betrokken.’ Hij staat nu op, stopt zijn handen in zijn zakken en kijkt even om zich heen. ‘Zo ging dat in die dagen. Je had een baan, wilde vooruit en deed zoveel mogelijk vrijwillig mee om de gemeente te helpen bij lokale zaken. Armoede, huisvesting, zorg, dat soort dingen.’
‘Klopt,’ zegt Leon, die geen zin heeft in een heel verhaal over Jobs tomeloze inzet, ‘maar waarom heb je mij hier gevraagd? Waarom zitten we hier in een donkere loods?’
‘Ik begrijp je ongeduld, maar als je, zoals ik, al die jaren vecht tegen onrecht en in al die jaren eigenlijk geen echte kans krijgt, omdat ik structureel word tegengewerkt, dan hoop je op een doorbraak. Toen ik hoorde dat jij terugkwam naar Lieden en dat je voor het stadhuis ging werken, zag ik dat als een mogelijkheid.’ Dan kijkt Job Leon met een schuin hoofd aan en zegt: ‘Ik volg je natuurlijk een beetje en ik begrijp dat jouw terugkeer naar Lieden ook niet geheel vrijwillig was.’
Dit verrast Leon en zijn aandacht is getrokken.
‘En jouw verhaal is misschien wel mijn verhaal.’
‘Oké,’ zegt Leon ‘Waarom die geheimzinnigheid?’
‘Ik zal proberen wat zaken op een rij te zetten.’
Even is het stil in de loods. Job denkt na als buiten ineens een brommer voorbijraast. Hij kijkt naar Leon en glimlacht. Dan legt hij bedachtzaam uit hoe machteloos je als individu bent in Lieden als je het niet eens bent met de gang van zaken, die door het gemeentebestuur wordt gepropageerd. Daar waar de meeste gemeenten in Nederland opvallen door nauwelijks iets te betekenen voor hun inwoners, is het gemeentebeleid in deze stad overal aanwezig.
Hij vertelt hoe er aan de lopende band verkeerde informatie over hem is verspreid, waardoor hij bij geen enkele instantie kon aankloppen voor steun of een gesprek. Dat hij door gebrek aan werk en reputatie zijn eigen situatie niet kan verbeteren. Dat hij zijn woning nauwelijks kan betalen en dat de loods via een illegale constructie is verkregen. Hij kan ook niet weg vanwege geldgebrek en dat alles omdat er in een datasysteem ergens in Nederland informatie bestaat die dat tegenhoudt.
‘Deze krassen op mijn naam, zoals als ik ze ben gaan noemen, zitten diep in het systeem, ergens in logbestanden in een datacentrum opgeslagen en zijn niet te achterhalen,’ zegt Job.
‘En jij denkt dat het gemeentebestuur en in het bijzonder Arald Tolman die bewust in stand houden? En waarom denk je dat ik je kan helpen?’ vraagt Leon.
‘Het gaat over het hele plaatje, niet alleen om die wethouder,’ begint Job, ‘dingen zakken hier langzaam in het moeras en terwijl je ernaar kijkt weet je dat het niet te redden is. En dat systeem wordt als maar complexer.’
Job zet uiteen dat dit voor heel veel zaken geldt. In zijn geval het onderwijs, maar het gaat ook om buurtverenigingen die nu niet meer bestaan en om de teloorgang van de kerk. Dat zijn wellicht ouderwetse begrippen, maar alles draait meer en meer om geld en niks draait om naar elkaar omkijken.
‘Maar mensen willen dit blijkbaar,’ zegt Leon.
‘Dat is waar,’ antwoordt Job, ‘maar dan kun je ook concluderen dat de wil van het volk gekocht is, want hier in Lieden zal niemand tegen de stroom in durven te zwemmen. En wie dat wel doet krijgt geen werk, geen uitkering en komt uiteindelijk hier te wonen achter een elektronische muur.’
‘Is dat zo?’ vraag Leon verbaasd.
‘Ja, dat is zo, Asmond is een gecontroleerde wijk, waar naast wat oorspronkelijke bewoners alleen dissidenten wonen en het ergste is, dat weten ze niet eens van zichzelf.’
‘Maar die kunnen toch overal heen?’
‘Ja, mits gemonitord. De bewoners hier hebben alle fysieke basisbehoeften, genoeg om te leven, eten en kleden, maar meedoen in de Liedense gemeenschap kan niet. Vertrekken mag altijd.’
‘En de mensen in de rest van Lieden dan?’
‘Die hebben niets om over te klagen, de gemeente heeft een perfecte welvarende gemeenschap voor ze gecreëerd en niemand wil weg, zolang er voor ze gezorgd wordt. Het zou me niks verbazen als er in deze regio meer van dit soort gemeentes zijn.’
‘Ik zie daar geen gevaar in,’ zegt Leon.
‘Van de buitenkant niet. De mensen zijn lijdzaam, laten kritiek over aan deskundigen in de overheid, die ook de media controleert, totdat het over hun eigen dagelijkse zekerheden gaat. En besef wel dat ‘ergens bij horen’ een menselijke basisbehoefte is.’
‘En nu wil je dat ik uitzoek of de gemeente, al dan niet met Horizon of nog een hogere macht, dat allemaal orkestreert? Is dat wat je van mij wil?’
Job denkt even na.
‘Ik heb iemand nodig die de dingen van binnenuit kan observeren. Een objectieve geest. Iemand die kan zien of en hoe de mensen worden beïnvloed. En op welke schaal. Ik moet iemand vertrouwen en misschien neem ik een grote gok, maar mijn gevoel zegt dat jij dat bent.’
25
In de gang op de eerste verdieping van het gemeentehuis kruist Leon de volgende ochtend het pad met Noël Paardekoper. Ze begroeten elkaar uiterst vriendelijk en na wat opmerkingen over de ouderavond vraagt Noël wanneer ze weer eens zullen afspreken bij De brug. Als Leon informeert waarom Noël op bezoek is, antwoordt hij dat hij met zijn baas Julius Koster een afspraak had bij wethouder Tolman. Nu wacht hij op hem om samen terug te gaan naar het hoofdkantoor van Horizon.
‘Daar zul je hem hebben,’ zegt Noël.
In de gang komt een lange figuur op hen af, die van een afstand gebaart dat ze op moeten schieten. Noël maakt snel duidelijk dat hun volgende afspraak iets is uitgesteld, dat ze niet zo’n haast hebben en wijst zijn baas op de aanwezigheid van Leon.
‘Ah, de nieuwe communicatieman van de gemeente Lieden,’ zegt de lange man lachend en hij strijkt even door zijn haar voor hij zijn hand uitsteekt.
‘Dat ben ik,’ antwoordt Leon. ‘Leon Mordicus, aangenaam.’
‘Mijn naam is Julius Koster.’
Koster zegt dat hij niet alleen in het bestuur zit, maar ook systeemanalist is bij Horizon.com. Van de directie dus, maar tegelijktijdig van de werkvloer. Enthousiast vertelt hij Leon kort hoe Horizon in Nederland terecht is gekomen, meer specifiek in Lieden, zo dicht bij de grens met Duitsland. Leon moet goed begrijpen dat Lieden voor Horizon een belangrijke pilotstad is. Het onlinebedrijf heeft het gemeentebestuur geholpen bij de fusie van verschillende gemeenten en behoorlijk geïnvesteerd in nieuwe infrastructuur en met name nieuwe data-infrastructuur. Ook een aantal nieuwe wooncomplexen, bestuursgebouwen en overheidsinstellingen zijn door Horizon gefinancierd.
‘En niet te vergeten is het bedrijf de hoofdsponsor van onze voetbalclub, hockeyclub, wielerclub en alles waar mensen in samenkomen,’ merkt Leon op.
Het gezicht van Julius verstart na deze opmerking en Leon schrikt daar een beetje van.
‘Ik bedoel, Horizon begrijpt hoe je je aandacht moet verdelen. Op ieder basisniveau.’
Julius kijkt naar Noël en antwoordt: ‘Heeft deze man visie? Kan hij mijn gedachten lezen?’
Julius ontspant en zegt dan: ‘De spijker op zijn kop, Leon. Iedereen is altijd bang voor big-tech, die zogenaamd allesverslindende monsters. En ook wij krijgen steeds meer antitrustproblemen. Maar wij gaan niet kapot aan onze eigen schaalvergroting, dat beloof ik je.’
Noël onderbreekt Julius door te zeggen dat ze nu wel naar de volgende afspraak moeten en Julius stemt in. Maar eerst wil hij zijn gesprek afmaken en vraagt of Leon meeloopt naar hun auto.
‘Het gaat om schaalverkleining, Leon,’ benadrukt Julius als hij bij de auto staat. ‘De kracht zit hem in de cellenstructuur en jij ziet dat volgens mij meteen goed.’
‘Maar schaalverkleining is over het algemeen erg duur, hoe zien jullie dat dan?’
‘Weet je iets van finance?’ vraagt Julius. ‘Werk je met digitale currency?’
‘Niet op grote schaal,’ grapt Leon.
Terwijl ze instappen attendeert Julius Leon erop dat als hij daar meer informatie over wil, zijn deur altijd openstaat. Zeker als het over digitale handel en marketing gaat. Julius slaat de deur dicht, opent het autoraam en belooft dat hij snel weer contact opneemt. Het liefst met de wethouder erbij.
Als Leon terugloopt krijgt hij een appje van Frederique met de mededeling dat de school van Eddy de reünie heeft uitgesteld tot na de jaarwisseling in verband met het overlijden van Rinus en Willem Veldhoen. Wel heeft ze de contactgegevens van Lodewijk Richter weten te achterhalen via de schooladministratie.
26
Terug in zijn kantoor kruipt Leon achter zijn bureau. De gesprekken met Job geven hem weliswaar wat nieuwe inzichten, maar hij heeft er toch vertrouwen in dat hij met het werk wat hij doet op de goede weg is. Een goede indruk maken op mensen zoals Julius Koster is beter voor hem en zal uiteindelijk voor vooruitgang zorgen. Als hij een kop thee bij Marijke heeft besteld en aan het werk wil gaan, wordt hij gebeld. Eddy staat in zijn display.
‘Hey Eddy, alles goed?’
‘Ja, hallo met mij,’ klinkt het aarzelend.
‘Is er iets?’
‘Nou, het is een nogal vreemde situatie.’
Eddy doet verslag van een raar voorval dat hem die ochtend is overkomen. Hij ontving voortdurend berichtjes in de appgroep van school van mensen uit zijn klas en uit de parallelklas. ‘Ik zou iets gezegd hebben over Rinus Veldhoen en daar werd heftig op gereageerd. Maar ik heb nooit iets verstuurd. En vervolgens krijg ik niet alleen in de appgroep, maar ook via andere media allerlei reacties. Ik denk echt dat het fakeberichten zijn. Wie verstuurt ze namens mij?’ Eddy stopt even en Leon hoort een diepe zucht aan de andere kant van de lijn.
‘Fakeberichten van iemand in jouw school-app kan, dat bedoel je toch?’
‘Precies,’ reageert Eddy boos. ‘Iemand zit in mijn accounts, ook van chatrooms, en dat komt op forums terecht die ik niet eens ken. Waarom?’
Het wordt nu helemaal stil. Duizend dingen schieten door Leons hoofd, maar hij weet niet wat hij moet zeggen.
‘Is het wel iemand van jouw school?’
Eddy weet het niet. Hij zegt nog iets over dat er veel leerlingen niet zijn en dat die ook veel met andere dingen bezig zijn, maar zijn verhaal is onsamenhangend.
‘We hebben het er thuis wel over.’
‘Oké,’ reageert Eddy.
‘Of wilde je nog iets zeggen?’
‘Nee, laat maar, jij kan hier ook niks mee, ik zie je later.’
‘Wat ga je nu doen?’ vraagt Leon snel.
‘Ik ga naar Arnoud en blijf even bij hem hangen.’
‘Doe je ook nog iets aan je huiswerk?’ vraagt Leon, maar er is al opgehangen.
‘Ik zou graag voor het eten even met je praten, Frederique,’ zegt Leon als hij ‘s avonds thuiskomt.
Frederique zit achter haar laptop en is met iets bezig wat al haar concentratie vraagt. ‘Geef me nog vijf minuten dan ben ik bij je,’ antwoordt ze, terwijl ze zich gefocust naar haar scherm kijkt.
Leon loopt ondertussen ongeduldig de keuken in en pakt een biertje uit de koelkast. Als Frederique haar laptop dichtslaat steekt hij meteen van wal: ‘Eddy wordt beschuldigd door iemand, die zijn appgroep heeft gehackt en hij vraagt mij om hem te helpen, maar ik heb geen idee waar ik moet beginnen.’
‘Ik zou me er niet mee bemoeien, dat moeten die pubers toch echt zelf oplossen.’
‘Ja, maar iemand is fake news aan het versturen namens Eddy.’
Frederique reageert rustig: ‘Dat kan toch helemaal niet?’
‘Vertrouw jij sociale media dan?’
‘Nee,’ lacht Frederique, ‘maar die accounts zelf zijn toch beveiligd?’
‘Blijkbaar niet honderd procent, want hij vertelde dat wat via een appje begon werd overgenomen op sociale pagina’s van hem, niet eens fakeaccounts.’
‘Dus niet alleen berichten via zijn mobiel?’
‘Nee, het ging verder zei hij, misschien begint het via iemand van school, die in zijn telefoon kan,’ antwoordt Leon, ‘maar vervolgens kan zo’n bericht heel gemakkelijk via andere kanalen verspreid worden. Ik weet niet hoe dat werkt en ik heb eerlijk gezegd ook geen idee op welke platforms ze allemaal zitten.’
‘Ik ook niet,’ zegt Frederique, ‘maar hij heeft vast zijn mobiel ergens laten slingeren en vervolgens heeft iemand een grap met hem uitgehaald.’
Leon gelooft niet in een grap. ‘Onze kinderen hebben al geen schijn van kans tegen fake-news van dat soort platforms waar fact-checking nooit heeft bestaan en nu wordt het via hem verspreid zonder het te weten. Dat is toch sick!’
‘Ik denk dat het allemaal wel meevalt,’ zegt Frederique.
Leon neemt geërgerd een slok van zijn bier. ‘Ik blijf het vreemd vinden dat jullie krant instructies krijgt van gemeente en politie over wat er wel en niet geschreven mag worden over die verdwijning,’ zegt Leon.
Frederique zucht. ‘Ja, dat begrijp ik ook niet helemaal. Het is een poging, denk ik, om zo’n situatie te stroomlijnen. De mensen gerust te stellen. Je zag toch hoe die mensen tijdens die ouderavond reageerden.’
‘Maar dan gaan lezers toch juist speculeren, als niet alles wordt verteld?’
‘Tja, ik vind het zelf ook raar, die zaken lopen nu eenmaal door elkaar. Aan de ene kan wil de overheid dat de inwoners van Lieden hun informatie van de juiste instanties krijgen en aan de andere kant is er een breed vertakt circuit, waarin alles kan worden beweerd.’
‘En dus haalt iedereen zijn informatie van sociale media. Ik vind dat eng,’ zegt Leon.
‘Ik hoor en zie natuurlijk het een en ander voorbijkomen en ik moet zeggen dat ik het heel transparant vind,’ zegt Frederique.
‘Maar wij zien natuurlijk niet waar die jongeren zich via hun kanalen allemaal mee bezig houden.’
Hier is Frederique het niet mee eens. Ze wil reageren, maar dan komt Eddy opgewonden de keuken binnen. Zonder iets te zeggen loopt hij naar zijn moeder en laat haar zijn telefoon zien. Frederique leest vluchtig iets op het scherm van haar zoon en zegt dan gelaten: ‘Nu hebben ze Willem Veldhoen in staat van beschuldiging gesteld,’ zegt ze als ze het bericht heeft gelezen.
‘Waarom, hij is toch dood?’
‘Ja, die is dood,’ herhaalt Eddy. ‘Ze starten een onderzoek naar de dood van Rinus en hebben Willem als verdachte aangemerkt.’
27